A jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. (Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.)
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

23e ZONDAG DOOR HET JAAR (A)   -   3 en 4 september 2005.


1e Lezing: Ezechiël 33: 7 - 9.
Evangelie : Mattheüs 18: 15 - 20.


Zusters en broeders,  

Het evangelie van vandaag, over de broederlijke of zusterlijke vermaning, heeft twee kanten.  Een voorkant en een achterkant.
1.     De voorkant is de heldere kant.
Bij dit stukje evangelie hoef je je niet af te vragen: Wat wordt er hier nu precies bedoeld?  Welke manier van spreken of welke beelden worden hier gebruikt?  Hoe verstonden de mensen in die tijd dat?  En hoe moeten wij dat nu verstaan?
Neen, de inhoud van dit stukje evangelie is klaar en duidelijk.
"Nu spreekt gij onomwonden" zeggen Jezus' leerlingen op een bepaald moment tot hem. (Joh. 16: 29)  Dat zou je van deze tekst ook kunnen zeggen.  Zijn inhoud is duidelijk genoeg.
Er is nog iets dat duidelijk is.  
Je hoeft je namelijk ook niet af te vragen: "Is dat tegenwoordig nog toepasselijk?  Kunnen wij daar nu nog iets mee doen?  Komen zulke situaties waarin je iemand zou moeten aanspreken over zijn of haar gedrag nog voor?"
Iemand van wie je dat wellicht niet meteen zou verwachten heeft op die vraag een antwoord gegeven dat aan duidelijkheid ook al niets te wensen overlaat.
Louis Paul Boon eindigt zijn boek 'Mijn kleine oorlog' met deze zin: 'Schop de mensen tot ze een geweten krijgen'.
Ze schijnen er dus af en toe geen te hebben.  En dat kun je zomaar niet laten zitten, zegt Louis Paul Boon.
Dat is dus de voorkant van het stukje evangelie van vandaag.  Het is duidelijk en het is nog praktisch ook.

2.    Maar dit evangelie heeft ook een achterkant.  
Een schaduwkant.
Die komt naar voren als je er over begint na te denken.  Bv omdat je in de praktijk met zo'n geval geconfronteerd wordt.  Dan stuit je op de problemen, die aan zo'n onderneming vast zitten.
Er zijn om te beginnen twee bezwaren die Louis Paul Boon ook al heeft opgemerkt.  Hij moet van zijn eigen tekst geschrokken zijn.  Toen men hem er over aansprak moet hij eens gereageerd hebben in deze zin: 'Die tekst is niet van mij'.  En vanaf de tweede druk van dat boek is die zin ook geschrapt.
In een interview zegt Boon hier over:
(Ik citeer) 'Hoe ouder ge wordt, hoe meer ge ervaart dat ge bij het schoppen bij vergissing mensen een schop hebt gegeven die het helemaal niet verdienen.  Dat ge een verkeerde een schop hebt gegeven.  Daar voelt ge u zo verdrietig om, dat ge zegt: 'Voor dat ik nu nog schop, kijk ik eerst wel drie keer om'.
In datzelfde interview zegt Boon nog iets.  Van het christendom moest hij niet veel hebben maar hij citeert in dit verband wel een zin uit het evangelie: 'Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen'.  En een beetje verderop zegt hij: 'Op het einde is er nog één die ge een schop kunt geven en dat is uzelf.  Maar ge kunt er niet aan.  Ik kan mezelf geen schop geven'.
Dat zijn al twee bezwaren tegen zoiets als een terechtwijzing van een ander.  Op de eerste plaats: Schop ik de verkeerde niet? en verder: Wie ben ik zelf dat ik schoppen zou gaan uitdelen.
Maar er zijn nog meer bezwaren. Bv Maak ik het allemaal niet nog erger?  Drijf ik de ander door mijn terechtwijzing niet in een hoek waardoor hij of zij nog agressiever gaat reageren?.  Of nog iets anders: Wat haal ik mezelf niet allemaal op mijn dak?
Die broederlijke of zusterlijke vermaning -er zijn een hoop goede redenen dus om er maar niet aan te beginnen.  En toch blijven er situaties over waarin je iemand in de vernieling ziet gaan.  Of waarin je ziet dat iemand een ander mens de vernieling in jaagt.  Je houdt dan soms het gevoel over dat er toch iets moet worden gedaan, of dat er toch iets moet worden gezegd.
Uw gevoel lijkt dan misschien wel een beetje op dat van die boer die onder de oorlog een gewonde parachutist op zijn veld in een gracht had aangetroffen.  Hij had die man gered.  Jaren later kwam die op bezoek bij hem.  Een journalist die erbij was vroeg aan de boer: 'Wat was je eerste reactie toen je die man daar zo zag liggen?  De boer antwoordde: 'Het eerste wat door me heen ging was: Had hij er maar niet gelegen.  Maar nu hij er lag, lag hij er voor mij.  Onontkoombaar'.  Natuurlijk je kunt er altijd omheen lopen. Met een grote boog desnoods. De priester en de leviet uit het verhaal van de barmhartige Samaritaan hebben dat voor gedaan. Maar daar houdt ge dan eventueel wel een kater aan over.  
Broederlijke of zusterlijke terechtwijzing, dus toch maar doen, soms.
Voor de MANIER waarop bestaan er geen algemene regels.  Maar ik denk dat het leven zelf hieromtrent wel enkele dingen heeft duidelijk gemaakt.
1°     Het is van belang wie iets zegt.
De ene mens mag meer zeggen dan de ander.  Omdat zij of hij minder bedreigend is.  Omdat het vertrouwen van die twee in elkaar groter is.  Er zijn mensen van wie je iets kunt aanvaarden zonder dat je je vernederd voelt of in je hemd gezet.
2°     Het is van belang wanneer iets wordt gezegd.
Als iemand geïrriteerd rondloopt of heel intens met iets anders bezig is, is het niet het moment om haar of hem aan te spreken over iets dat verkeerd is.  Het is er dan de tijd niet voor en de sfeer is er dan niet naar.  
3°     Het is van belang hoe iets gezegd wordt.
Vragenderwijs bv kan men meer zeggen dan op een stellige manier.  Men kan bv vragen: Heb je jezelf nooit afgevraagd hoe die ander zich voelt als je dit of dat zegt.  Je kunt ook indirect aangeven dat je het met iemands gedrag niet eens bent.  Bv door te zeggen: 'Ik zou mij daarbij toch niet goed voelen'.
Soms ook zit er al een heel sterke correctie in je zwijgen.  Bv wanneer je zwijgt als er instemming van je verwacht wordt.  Of wanneer je niet lacht wanneer er om iets dat niet goed is algemeen gelachen wordt.
De manier waarop een zusterlijke of broederlijke vermaning gebeurt is belangrijk en ze zal telkens weer opnieuw gevonden en soms zelfs uitgevonden moeten worden.  Het is niet goed, al te vaak of al te gemakkelijk te denken dat je iemand redden moet.  Maar het is misschien ook niet goed om het nooit te denken.  Amen.

Marcel Heyndrikx SVD
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.