A jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. (Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.)
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

16e ZONDAG DOOR HET JAAR (A)   -   19 en 20 juli 2008

Wijsheid 12: 13; 16-19.
Mattheüs 13: 24 - 43.

Zusters en broeders,  

1.     Gulheid: Van Dale omschrijft ze als: Mildheid, vrijgevigheid, hartelijkheid.
Gulheid als eigenschap van mensen: Ge komt ze niet alle dagen tegen.  Weldadig is ze, ongetwijfeld.
Gulheid: Bijbels gezien allereerst een eigenschap van God.  Daarom wordt er bv in de eerste lezing van vandaag tot God gezegd: 'Met mildheid, met gulheid, regeert Gij over ons'.
Ergens anders heet hij 'rijk in barmhartigheid'. (Efesiërs 2:4)  En er wordt gezegd dat er bij Hem overvloedige verlossing te vinden is. (Psalm 130(129) vers 7)
Maar in het evangelie van vandaag wordt er een stap verder gezet: daarin worden wij mensen opgeroepen om die gulheid van God na te volgen.  Dan mag je verwachten dat God zelf ook met gulheid u tegemoet zal treden.  Ergens anders wordt dat zo uitgedrukt: 'Geeft en u zal gegeven worden.  Een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal u in de schoot worden geworpen'. (Lucas 6: 38)  Want, zegt Paulus, 'God heeft de gulle gever lief'. (II Cor. 9: 5-7)  Ondertussen gaat het in dat stukje evangelie van vandaag wel over een heel aparte vorm van gulheid: Het gaat om gulheid ten opzichte van het onkruid dat op de akker van de wereld en op die van de kerk te midden van het goede koren groeit.
Wij worden opgeroepen om ook voor dat onkruid gul te zijn: het niet uit te trekken, het zijn plekje te gunnen onder de zon.  Zoals God die onze Vader is dat ook doet.  Hij laat immer zijn zon opgaan over slechten en goeden, hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (Matt; 5: 45 ) Over gulheid gesproken!
Het klinkt mooi, zeer mooi.  Het is zo mooi als dagdromen kunnen zijn.

2.    In de geschiedenis van de kerk hebben ze het er ondertussen wel moeilijk mee gehad.  Van in het begin.  Er is er waarschijnlijk al heel gauw één geweest die zei: Rovers en moordenaars, die horen ook tot dat onkruid.  Moeten we die ook laten staan?  Niet dus.  AI in het evangelie van Mattheüs hoor je dan ook al over onkruid dat moet worden uitgetrokken.  Daar staat namelijk: Als ge uw broeder verkeerd ziet doen, praat dan onder vier ogen met hem.  Luistert hij dan naar u, dan heb je hem teruggewonnen.  Luistert hij niet, haal er dan nog één of twee anderen bij. Luistert hij ook niet naar hen, leg het dan voor aan de gemeenschap.  En als hij ook dan nog niet luistert, behandel hem dan als een ongelovige of als een tollenaar. (Matt. 18:15- 17 )  Daar gaat het onkruid dus.  Paulus weet er ook al van mee te spreken.  Als Paulus hoort dat er in de gemeente van Corinthe iemand is die samenleeft met zijn stiefmoeder, schrijft hij aan die gemeenschap: Levert hem uit aan de satan, opdat hij op het einde nog gered zou worden. (I Cor. 5:1-5)
En zo is deze parabel, over de gulheid ten opzichte van het onkruid, eigenlijk nooit echt van de grond gekomen. Integendeel.
Ketters zijn vervolgd, heksen zijn gefolterd en verbrand, gelovigen met afwijkende meningen zijn geëxcommuniceerd, theologen zijn veroordeeld.  Het onkruid is uitgeroeid, of men heeft het althans geprobeerd.  Vaak genoeg met bruut geweld.
De schade die daardoor aan het goede gewas is aangericht in de loop van de geschiedenis is onvoorstelbaar.  Alleen al omdat datgene wat op een bepaald ogenblik als onkruid werd beschouwd, in een volgende periode nogal eens als de toekomst zelf van geloof en kerk werd gezien.  Theologen die veroordeeld werden zoals Congar, Chenu, Schoonenberg zijn daar in een vorige generatie voorbeelden van.  Over de morele schade die de uitroeiende instanties bij zichzelf hebben aangericht, is dan nog niet eens iets gezegd.
En wat betreft het beeld van de Vader, die zijn zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen, daarvan is dan toch wel niet veel anders dan een karikatuur tot stand gekomen.  
Het onkruid op de akker: de conclusie zal wel zijn dat er geen algemene gedragsregel voor te geven is.  Wat men moet doen zal wel telkens opnieuw met grote welwillendheid en met voorzichtigheid moeten afgewogen worden.

3.     Maar wat heeft deze merkwaardige parabel ons in deze tijd te zeggen?
Die tekst richt zich wellicht eerst en vooral tot onze gemeenschap, onze kerk.  Met de vraag: wat hebben wij als gemeenschap, in de loop van de geschiedenis gedaan met wat wij als onkruid beschouwden?
Op die vraag heeft de vorige paus, Johannes Paulus II, een antwoord gegeven.  Aan het begin van het derde millennium, op 12 maart de eerste zondag van de 40 dagentijd 2000, heeft hij als paus tot 7 keer toe aan God vergiffenis gevraagd voor wat mensen van de kerk in de loop van de geschiedenis hebben gedaan met wat zij als onkruid beschouwden.  
Geen enkele van zijn voorgangers heeft dit zo uitgebreid en met zulke intensiteit gedaan als hij.
Die parabel is echter ook tot elk van ons persoonlijk gericht.  Hoe gaan wij om met het onkruid dat wij tegen komen en waaraan wij ons mateloos kunnen ergeren?  Hoe gaan wij om met wat wij als onkruid beschouwen in onze kerkgemeenschap?  Een kerkleiding die heimwee heeft naar het verleden en Latijnse eucharistievieringen opnieuw invoert, een kerkleiding die bij voorkeur conservatieve bisschoppen benoemt, een kerk die in haar leiding nauwelijks ruimte laat voor vrouwen, die zich vastbijt in een verouderde seksuele moraal?  Houden wij het uit met een kerk die door de vroegere bisschop van Den Bosch, Jan Bluyssen, werd aangeduid met de kleur 'gebroken wit'? (1)
Tenslotte zit er in die parabel van dat onkruid dat nog mag blijven staan ook een element van troost, van bemoediging: Wij hoeven zelf ook niet perfect, niet volmaakt te zijn.  Als er op onze eigen akker nog wel een en ander aan onkruid staat, worden ook wij nog niet afgeschreven, en misschien wel vooral: hoeven wij onszelf nog niet af te schrijven.  Ons, ook ons, wordt de tijd gegund om te groeien, om te rijpen.  Het is en blijft een prachtige gedachte dat wij, hoe moeilijk wij het er misschien ook soms mee hebben, in ons geduld met anderen en met onszelf, beeld en gelijkenis mogen zijn van de Vader, die zijn zon laat opgaan over slechten en goeden en die het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen - tot op vandaag.  Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1)     BLUYSSEN Jan: Gebroken wit. Baarn, Anthos, 1995.
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.