A jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. (Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.)
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

4e ZONDAG DOOR HET JAAR  -  22 en 23 november 2008
CHRISTUS, KONING VAN HET HEELAL

Ezechiël 34:11-12 en 15-17.
Mattheüs 25 : 31-46.


Zusters en broeders,

Koning - Jezus van Nazareth?  Ik ben er in het nieuwe Testament naar op zoek gegaan.  Die titel voor Jezus komt daar veel meer voor dan ik ooit had gedacht.  Het begint al heel vroeg, nog voor zijn geboorte.  De engel van de boodschap zegt namelijk tot Maria 'Hij zal koning zijn, Koning over het huis van Jacob, Koning in eeuwigheid. (Lucas 1 :33)  En het gaat dan verder met de wijzen uit het Oosten. Die vragen: 'Waar is de pasgeboren koning van de Joden?' (Mattheüs 2: 2)  Die titel duikt weer op als Jezus één van zijn eerste leerlingen, Nathanaël, roept. Die zegt die vol verbazing over de kennis van Jezus: 'Rabbi, Gij zijt de zoon van God, koning van Israël'. (Joh. 1: 49)  En als tegen het einde van zijn leven Jezus, op een ezel, Jerusalem binnenrijdt, roept de menigte: 'Gezegend de koning die komt in de naam van de Heer'. (Lucas 19:38)  De aanklacht die men tegen hem inbrengt voor Pilatus luidt dan ook: 'Hij geeft zich uit voor de Messias, de koning'. (Lucas 23:2)  'Dag koning van de Joden': zo bespotten zijn beulen hem, als ze hem een koningskroon opzetten maar dan wel een kroon van doornen. (Marcus 15 :18) 'Koning', zo bespotten ook de hogepriesters en de schriftgeleerden hem als hij aan het kruis te sterven hangt. (Mattheüs 15:32)
'Koning van de Joden' zo staat het er ook op dat bordje dat boven op zijn kruis is vastgenageld en dat de reden aangeeft van zijn veroordeling. (Marcus 15:26)  En dan is er tenslotte nog één van die moordenaars die met hem gekruisigd zijn, die hem vraagt: 'Jezus, denk aan mij, wanneer gij zult gekomen zijn in uw koninkrijk'. (Lucas 23 : 42)  Koning, zo wordt hij wel genoemd. Met grote eerbied soms, en soms vol spot.
Er blijkt met die titel iets aan de hand te zijn.  Jezus zelf gebruikt hem nooit, en als de mensen, na de broodvermenigvuldiging, wild enthousiast hem tot koning willen uitroepen, trekt hij zich in het gebergte terug, heel alleen. (Johannes 6:15)
Koning, het is er mee als met de titel Messias: de kans op een pijnlijk, een gevaarlijk misverstand is levensgroot.  Koning, op de manier waarop anderen koning zijn, koning met aardse macht en majesteit, en alles er op en eraan, daar is geen sprake van.  Het feit dat hij op een ezel rijdt had hen dat al duidelijk moeten maken.  Koningen rijden niet op een ezel.  Maar ze blijven dat aardse koningschap nochtans allemaal van hem verwachten.  De enen wensen het en de anderen vrezen het.  En hij schudt nee.  Als Pilatus hem vraagt: Koning, ja?  Dan is zijn antwoord: ' Koning ja, maar dan niet op die manier'. (Johannes 18: 36-37)
Koning dus wel, maar anders.  En wat is dat, anders?
Dat koning zijn van hem, dat heeft te maken met iets wat in Israël als de taak, de opgave van een koning werd gezien.  De koning in Israël was de vertegenwoordiger van God.  Daartoe was hij gezalfd.  En God die het leven schenkt, gaf aan de koning als taak het leven van mensen te bevorderen.  De koning was geroepen om herder van zijn volk te zijn.  Maar dat ging steeds weer mis.  Zorgen deden die koningen wel, maar dan vooral voor zichzelf.  Het is een bittere aanklacht tegen hen, die bij de profeten steeds weer terug komt.  (Ezechiël 34 : 2-10; Jeremia hfst. 21 en 22)  Daarom belooft God dat Hij zelf naar zijn schapen om zal zien en dat hij een ideale koning zenden zal één die wel voor zijn schapen zorg zal dragen.  Een herder, die een goede herder voor zijn volk zal zijn.
Die andere koning, die als een goede herder voor zijn schapen, voor zijn mensen zorg zal dragen -langs daar kom je bij Jezus van Nazareth terecht.
Hoe doet hij dat, wat doet deze koning, Jezus van Nazareth, daarvoor, opdat mensen leven zouden bezitten, leven in overvloed?  Ik denk in hoofdzaak 3 dingen:
1° Mensen mogen er zijn bij hem, één voor één en allemaal .
Zacheüs, de uitgestoten tollenaar, die mag er zijn, voor hem en bij hem.  De melaatsen die bij iedereen uit de buurt moesten blijven, ze mogen er zijn.  En de publieke vrouwen, de verloren gelopen zonen en dochters, ook die. Tot en met de vijanden.  Hij gaat soms met hen eten, ook met hen.  En hij roept op om ook hen lief te hebben.  Het zijn de laatsten voor wie hij bidt, op zijn kruis. (Lucas 23: 34)
Hoe belangrijk dat is voor een mens, dat zij of hij er zijn mag, is mij één keer onvergetelijk duidelijk geworden.  Ik was op bezoek bij een oude vrouw.  Ze had in haar leven zes kinderen groot gebracht, en toen die volwassen waren had ze kinderen opgevangen die aan hun lot waren over gelaten.  Op een goeie dag komt er één van hen, een volwassen man, haar opzoeken.  Hij gaat voor een kader staan waarin ze de pasfotootjes van al de kinderen die ze ooit heeft opgevangen bij elkaar heeft gezet.  Hij vindt zijn eigen fotootje daarin en hij zegt: 'Er is dus toch nog een plaats waar ik er mag zijn'.  En zij zegt tegen mij: 'Ik weet dus dat ik die kader nooit zal weg mogen doen'.
Ze mogen er zijn bij hem, ze mogen er zijn voor hem: dat is de eerste manier waarop Jezus van Nazareth het leven van mensen bevordert .
2° De tweede manier is dat hij door zijn eigen leven en door zijn boodschap aan mensen de weg wijst.  In een gedicht waarvan ik alleen een paar regels heb onthouden staat er: 'In dit leven zonder ster, heb ik de weg niet kunnen vinden'.
Ik heb de indruk dat er tegenwoordig nogal veel mensen zijn, die in het leven de weg niet kunnen vinden.  Hij zegt: 'Kom maar met mij mee, volg mij maar.  Wie mij volgt loopt niet verloren in het donker'.  'Wie mij volgt zal het licht, het leven bezitten'. (Johannes 8:12)  En die hem gevolgd zijn, laten zien dat dat klopt.  Dat is de tweede manier waarop Jezus van Nazareth het leven van mensen bevorderen wil.
3° De derde manier bestaat hierin dat hij mensen lief heeft, zo zelfs dat hij voor mensen zijn leven over heeft.  Om zijn boodschap dat God liefde is en dat mensen zijn geroepen om God en elkaar lief te hebben overeind te houden, tegen alle wettische fundamentalisten in, heeft hij zijn leven gegeven.  Paulus heeft dat kort door de bocht maar correct zo weer gegeven: 'Hij heeft mij liefgehad en hij heeft zich voor mij overgeleverd'. (Galaten 2: 20)  En in het perspectief van Jezus van Nazareth geldt dat voor elke mens .
Het maakt iets uit,of een mens weet, weten mag, dat er iemand is die haar of hem lief heeft of heeft lief gehad .
Je mag Jezus van Nazareth koning noemen maar vergeet dan nooit twee dingen:  Op de eerste plaats dat hij heeft gezegd: 'Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen'. (Marcus 10:45)  En hij liet hen zien dat hij het meende ook.  En op de tweede plaats dat hij zich identificeert, met al wie of wat in het leven een loser, een verliezer is.  Die naakte die geen kleren heeft, die mens met honger in zijn buik, die vreemdeling die iedereen liever kwijt dan rijk is, dat ben ik, hoor ik hem zeggen.  Zo ne koning kan ik mij uit mijn geschiedenislessen niet herinneren. Zo ne koning hadden wij nog niet gehad.  Amen.

Marcel Heyndrikx SVD
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.