B jaar

14e ZONDAG DOOR HET JAAR (B)   -   5 en 6 juli 2003

1e Lezing: Ezechiël 2: 2 - 5
Evangelie: Marcus 6: 1 - 6.


Zusters en broeders,  

Weet u waar de os en de ezel in de kerststal vandaag komen?  Misschien een gekke vraag in deze tijd van het jaar, maar ze houdt verband met het thema van de liturgie van vandaag.  
De herkomst van die os en die ezel is een geval apart.  Maria en Jozef, het kindje Jezus, de herders en de wijzen, die vormen geen probleem wat hun herkomst betreft: die komen uit het evangelie.  Uit dat van Mattheüs of uit dat van Lucas.  Maar over een os en een ezel wordt er in geen van die kerstverhalen in de evangelies ook maar iets gezegd.
De os en de ezel zijn vreemdelingen.  Ze zijn geïmporteerd in de kerststal.  Als je naar hun herkomst op zoek gaat, kom je terecht in een heel ander bijbelboek, in het boek van de profeet Jesaja.  ln het eerste hoofdstuk van dat boek wordt er gezegd:
"Een os kent zijn meester, een ezel de krib van zijn heer, maar Israël kent zoiets niet.  Mijn volk begrijpt het niets eens". (Jes. 1:3)  
Maar waarom heeft de gelovige Middeleeuwer, die de eerste kerststal ontwierp, de os en de ezel daar binnen gebracht?
Hij blijkt hen daar geplaatst te hebben als een symbool.  Als een uitdrukking van Gods ontgoocheling, over wat de mensen met dit kind, met deze Jezus, zouden gaan doen.
Met de geboorte van Jezus is God iets nieuws op aarde begonnen.  Zijn koninkrijk is door deze mens op aarde dichterbij gebracht.  Maar de mensen hebben Jezus en zijn boodschap niet aanvaard.  Ze hebben hem uiteindelijk zelfs vermoord
De os en de ezel bij Jezus geboorte verwijzen al naar Jezus' dood.  Over de kribbe valt al de schaduw van het kruis.  Die twee dieren verwijzen naar Gods ontgoocheling over het gedrag van mensen.  Wat een dier, een os en een ezel nog weten, dat schijnen mensen niet eens te beseffen.  Dieren zijn hun meester dankbaar.  Van mensen mag je dat blijkbaar niet altijd verwachten.  .
Als je nu op dat thema van Gods ontgoocheling nader in gaat, dan zie je dat dit in de Bijbel geregeld terugkomt.  In het verhaal over de zondvloed bv staat er dat het kwaad op aarde zo groot was geworden dat God er spijt van kreeg dat Hij de mens had gemaakt. (Gen. 6:5-6)  En in het verhaal van de uittocht uit Egypte wordt er gezegd dat God zo teleurgesteld was over de ontrouw van het volk, dat hij er over dacht het hele volk uit te roeien, en met Mozes opnieuw te beginnen. (Exodus 32: 10)
In dat kader van Gods ontgoocheling passen ook de lezingen van vandaag.
In de lezing uit Ezechiël klinkt Gods ontgoocheling door, wanneer hij tot die profeet zegt dat hij naar een volk wordt toegestuurd dat weerbarstig is en dat zich in heel zijn geschiedenis tegen God heeft verzet.  En in het evangelie horen we over Jezus' ontgoocheling, wanneer hij in zijn vaderstad op wantrouwen op ongeloof botst.  Gods ontgoocheling over wat mensen doen, en wat ze in de wereld aanrichten, daar kunnen wij nog wel in komen ook.  Wij voelen zelf ook soms een diepe teleurstelling over wat er in onze wereld allemaal gebeurt.  Over corruptie op grote schaal in de zakenwereld bv, over agressie in het verkeer, over roekeloos rijgedrag, over vernielingen en vervuiling.  Om nog maar niet te spreken over de moordpartijen in Congo, in Rwanda en Burundi, of in Liberia en Palestina.
Als gevolg daarvan is er eigenlijk vrij veel pessimisme aanwezig onder ons.  De kreet 'No future': er is geen toekomst meer, is decennia geleden eens gelanceerd maar hij is nooit meer helemaal weg gegaan.  
Is er inderdaad geen toekomst meer?  Is de wereld, is de samenleving van de mensen een verloren zaak?

Er is een dubbele reden om aan dit pessimisme niet toe te geven.
1.     Daar zijn op de eerste plaats wat ik nu maar zal noemen, dat fenomeen van de 36 rechtvaardigen.  Dat zijn mensen die in hun leven iets van een andere, betere wereld zichtbaar maken, al is het soms maar op die paar vierkante meter waarop zij zelf wonen leven en werken.
Om een voorbeeld te geven: In de zestiger jaren heb ik in Leuven een Kapucijn gekend, Leonard van Baelen.  Hij maakte toen een doctoraatsthesis bij professor Louis Janssens.  De titel was: De problematiek van de ontwikkelingslanden.  Een theologische stellingname. (Leuven, 1962)  In de 40 jaar die daarop volgden heb ik van hem niets meer gehoord.  Tot ik hem een paar weken geleden terugvond op een plaats waar ik dat nooit had verwacht, namelijk in een artikel van het Amerikaanse weekblad Time.  In zijn nummer van 28 april 2003 heeft Time een uitvoerig artikel gewijd aan heldhaftige figuren, aan mensen waar men in Europa met bewondering naar opziet.  Eén van hen bleek tot mijn verbazing Leonard van Baelen.  Na zijn doctoraat was hij naar Afrika vertrokken.  Vanaf 1969 heeft hij in het Noorden van Congo een vereniging opgericht, die getracht heeft voor de koffieboeren van die streek een eerlijke prijs voor hun koffie te garanderen.  
Door de activiteiten van deze organisatie is een hele streek die twee keer zo groot als België is, tot een zekere welvaart gekomen.  Er zijn daar nu 5 ziekenhuizen, 80 gezondheidscentra, een radiostation, 540 kilometer wegen en dozijnen scholen opgericht.  Ondanks alle burgeroorlogen in Congo in de voorbije jaren, ondanks het ineenzakken van de koffieprijs op de wereldmarkt en andere rampen heeft Van Baelen met zijn vereniging het klaargespeeld om daar een soort eiland van welvaart te creëren.
Zesendertig van dit soort mensen heeft Time voor dat artikel geïnterviewd en beschreven.  Heroic figures, heldhaftige figuren, mensen waar men met bewondering naar opziet, noemen ze hen.
Waarom hebben ze uit 100 kandidaten er precies 36 geselecteerd?  Time geeft daar geen verklaring voor.  Maar het zou verband kunnen houden met die oude Joodse legende, die zegt dat er in elke generatie 36 rechtvaardigen aanwezig zijn, vaak onbekend, maar van die 36 wordt er gezegd: Zij houden de wereld recht.
Ze zijn de eerste reden om de hoop op een betere wereld te bewaren.  Tegen alle teleurstelling, tegen alle ontgoocheling in.  

2.     Daar is nog een tweede reden voor.  Dat zijn bepaalde ervaringen, die contrastervaringen worden genoemd
Het gaat om negatieve ervaringen, ervaringen van geweld, van wreedheid, van agressie, en zo voort. Ervaringen die in fel contrast staan met een echte menselijke wereld en een bewoonbare aarde.
Maar uit al die gruwel lijkt de mensheid op de duur toch iets te leren.  Die contrastervaringen lopen tenslotte toch uit op de overtuiging: zo kan en mag het dus niet.  Van de kruistochten hebben wij geleerd dat het maar beter is in Gods naam geen kruistochten te voeren.  Van de Holocaust leerden we dat wij maar beter geen mensen omwille van hun ras ter dood brengen.  Dat betekent niet dat men dit nooit of nergens meer zal doen.  Het betekent wel dat men dit nooit of nergens meer met een goed geweten zal kunnen verdedigen.
Dit soort contrastervaringen heeft positieve resultaten gehad: de Universele verklaring van de rechten van de mens hebben we er aan te danken.  Die verklaring is iets nieuws, die is er in de geschiedenis van de mensen nog nooit geweest.  Die contrastervaringen liggen ook aan de basis de oprichting van het Internationale strafhof in Den Haag, waar misdaden tegen de menselijkheid berecht zullen worden. Ook al wordt dat door sommige landen, Amerika voorop nog tegengewerkt, meer dan 80 landen hebben dat hof toch al herkend.  
Zo houden ze dan de hoop levend, die twee: De 36 rechtvaardigen -en iets van hen is wellicht aanwezig in elk van ons.  En de contrastervaringen die op hun manier meewerken aan de tot standkoming van een meer bewoonbare wereld.
Langzaam misschien, zo langzaam als een voortschrijdende processie van Echternach.  Maar ook die processie bereikt uiteindelijk toch haar doel.  Amen.

Marcel Heyndrikx SVD


Contrastervaringen cf SCHILLEBEECKX E. Theologische Peilingen 5,  pp. 152SS

(1)     OOSTERHUIS H.: Verzameld liedboek. (Kampen,Kok, 2004) pp. 612-619.
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.