B jaar

1e ZONDAG VAN DE ADVENT (B)  -  30 november en 1 december 2002

1e Lezing:  Jesaja -63:  16 ;  64: 3 - 7.
Evangelie:  Marcus 13:  33 - 37.

Zusters en broeders ,

Vorige Zondag was de laatste.  De laatste van de 34 'gewone' zondagen.  In de taal van de liturgie heten die :'Zondagen door het jaar'.
Kerkelijk gezien snijden we vandaag dus een nieuw jaar aan.
Met een nieuwe liturgische kleur: paars, in plaats van wit of groen.
Een nieuw evangelie: het evangelie volgens Marcus, waaraan de evangelies van de komende zondagen worden ontleend.
In een nieuwe periode: de periode van de Advent.
Advent betekent letterlijk: de komst of het komen van iemand.  In de liturgie gaat het dan om de komst van God .

God komt op drie manieren naar mensen toe, wordt er in de liturgie van ouds gezegd.  Er is om te beginnen zijn komst in Jezus van Nazareth.  Die komst vieren we met Kerstmis.  Maar God komt ook naar mensen toe op een individuele, persoonlijke manier.  Dat is dan zijn tweede komst.  De Bijbel zegt bovendien dat God ook nog op een derde manier zal komen.  Dat zal zijn komst zijn op het einde van de tijd.  Dan zal Hij een punt zetten achter deze wereld en achter onze geschiedenis.  Deze wereld die dan de oude wereld zal zijn, en onze geschiedenis die dan voorbij zal zijn, zullen dan door hem worden geoordeeld.  En dan schept Hij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Het klinkt voor de meeste mensen van tegenwoordig als een vrome illusie.  Er zijn dan ook gemakkelijkere onderwerpen denkbaar om over te preken.  Ik heb het de laatste veertien dagen ondervonden.

Toch gaat het daar nu een keer over op de eerste zondag van de Advent.  Elk jaar opnieuw komt dat terug.  De liturgie kent een cyclus van drie jaar.  Ze begint met een A jaar, waarin de zondagsevangelies aan het evangelie volgens Mattheüs zijn ontleend.  Een B jaar waarin Marcus wordt gelezen, en een C jaar, waarin Lucas aan de beurt is.  Maar of het nu A jaar, B jaar of C jaar is, elke eerste zondag van de Advent gaat het over de komst van God op het einde van de tijden, op het einde van de wereld.

 

Laten we misschien eerst eens proberen om een probleem uit de weg te ruimen dat er niet hoeft te zijn.  De evangelieverhalen beschrijven het einde van de wereld als gevolg van een rechtstreeks ingrijpen van God via bliksem, donder en natuurrampen.  Ze vertellen verder dat de Mensenzoon, Jezus Christus, dan vanuit de hemel op de wolken neerdaalt.

Dat is een manier van voorstellen, een manier van vertellen.  Je kunt dit verhaal over het einde van de wereld vergelijken met de manier waarop de bijbel vertelt dat de wereld begonnen is.  Dat verhaal over de schepping in zes dagen, over God die de mens kneedde uit het slijk van de aarde enz. dat is een manier van voorstellen.  Zowel het begin van de wereld als het einde ervan, worden in de Bijbel in beelden verteld.

Sommige mensen voelen zich nogal teleurgesteld,als ze horen dat het hier over beelden gaat. Het zijn dus 'maar' beelden,zeggen ze.

Maar ze hebben dan toch iets niet in de gaten. De voornaamste dingen die Jezus van Nazareth heeft verteld, heeft hij allemaal in beelden uitgedrukt.  Denk maar aan het beeld van de zaaier en van de visser, het beeld van de goede herder en dat van de wijnstok met zijn ranken.  Alle parabels van Jezus zijn verhalen in beelden.  De parabel van de barmhartige Samaritaan, van de verloren zoon, en van de onrechtvaardige rentmeester, van de Farizeeër en de tollenaar, of van Lazarus en de rijke vrek: beelden zijn het allemaal.  Er staat over Jezus zelfs geschreven: "Zonder beelden sprak hij niet tot hen". (Matt. 13 : 34)

Zo'n beeld is nu ook de manier waarop in de evangelies over de komst van God op het einde van de wereld wordt verteld.

De voornaamste vraag is deze: Wat wil zo'n beeld nu eigenlijk meedelen?  Wat wordt er met dit beeld van God die op het einde van de wereld komen zal bedoeld?  Ik denk dat er daarmee twee dingen worden uitgedrukt:

        Wat er op deze wereld gebeurt is niet louter een aaneenschakeling van domme toevalligheden en blinde noodzakelijkheid.  Door alles heen, toeval en noodzaak, menselijk falen en presteren inbegrepen, is de wereld naar een doel, naar een toekomst onderweg.  En die toekomst zal een wereld zijn waarin liefde,gerechtigheid en vrede zullen heersen.

2°           Die toekomstige wereld moet hier en nu worden voorbereid.  Mensen zullen geoordeeld worden aan de hand van de vraag of ze in de richting van die nieuwe wereld hebben geleefd en gewerkt .
Het klinkt onwaarschijnlijk.  Het staat haaks op alles wat mensen in deze periode van de geschiedenis geneigd zijn te geloven.
Je kunt het ook niet bewijzen.  Harde bewijzen,neen die zijn er niet.
Maar wat er, denk ik, wel is. dat zijn sporen.  Sporen die toch in die richting wijzen.
Er is bv. het volgende:
Over die derde komst van God wordt er gezegd dat Hij op het einde van de tijden 'een nieuwe hemel en een nieuwe aarde' zal scheppen.
Is er nu ergens iets te zien,dat daarvan al een soort begin een soort aanzet is? Ik ben geneigd te denken dat er inderdaad onder ons al zoiets aanwezig is.
Ik heb zo nu en dan iets gezien vaneen echte zuivere liefde.  En ik ben er stil van geworden.  Omdat het tegelijkertijd zo simpel, zo pretentieloos en zo groot was.  Er moeten nog mensen zijn die dat ooit gezien hebben.
De man bv. die het hooglied van de liefde schreef in de eerste brief aan de Korintiërs.
Van de liefde zegt hij: dat ze lankmoedig is dat ze niet afgunstig is, niet praalt, zich niets inbeeldt.
Ze geeft niet om schone schijn en ze zoekt zichzelf niet.
Ze laat zich niet kwaad maken en ze rekent het kwade niet aan.
Ze verheugt zich niet over het onrecht, ze vindt haar vreugde in de waarheid.
Alles gelooft ze, alles hoopt ze, alles duldt ze.
Ja, zo heb ik het ooit gezien.  Onwaarschijnlijk.  Toch reëel.
De man die de brief aan de Korintiërs schreef zegt tenslotte: De liefde, die vergaat niet.  Dat is een groot woord.  De Fransen zeggen: "Tout passe, tout casse, tout lasse".
Alles gaat voorbij, alles breekt stuk, alles wordt je moe.  En deze man zegt: ja alles:
behalve de liefde.  Ik denk dat hij gelijk heeft.  Als er onder ons iets aanwezig is van die toekomstige wereld die God zal scheppen bij zijn derde komst op het einde van de tijden dan is het dit, dan is het gegarandeerd dit: de liefde die je soms aantreft onder mensen.
Over die derde komst van God is er verder nog iets gezegd: Bij die komst zal God de mensen en de wereld oordelen.
Een steunpunt dat zou kunnen helpen om ook dit te geloven heb ik gevonden op een vreemde plaats, nl. bij een joodse marxistische filosoof Max Horkheimer.  Zijn geloof in God had hij verloren: het leed in de wereld was hem te veel -het was te mateloos groot.
Maar van dat geloof was er iets over gebleven.  Iets wat zijn hele leven had geïnspireerd.
Hij drukte dat zo uit: In een wereld waarin het onrecht op zoveel manieren op zoveel plaatsen en over zoveel mensen triomfeert, werd hij levenslang gedreven door het verlangen dat de misdadiger niet voor eeuwig over zijn onschuldig slachtoffer zou triomferen.
Dat verlangen is blijkbaar niet uit te roeien.  AI is het nog zo kwetsbaar.  Al kan het zo makkelijk van tafel worden geveegd met de opmerking dat het niet veel anders dan een wensdroom, een illusie is.
In de Joods-christelijke traditie vindt dat verlangen echter een steunpunt in het geloof in een God, die zichzelf identificeert met de armen, de noodlijdenden en de verdrukten: "Ik was naakt, ik had honger ik was in de gevangenis staat er geschreven over zijn Gezalfde.
Die God gaf aan mensen de opdracht om voor de zwakken, de verdrukten op te komen.  Wie in deze God gelooft, voor haar of voor hem is het ondenkbaar dat God het onrecht, de verdrukking de misdaad uiteindelijk zou laten triomferen.  Dat Hij degenen met wie Hij zichzelf heeft geïdentificeerd, in de kou zou laten staan.
De Bijbel zegt dan ook over Hem: Hij zal ze recht doen.
Hoe, op welke manier -geen van ons die dat weet.  We kunnen daar hoogstens in een taal van beelden over spreken.  De zuiverste vorm van geloof in God is deze: dat men Hem vertrouwt.  Bereid is, zich aan Hem over te geven.  In verband met die derde komst van God ken ik geen mooier gebed dan dit: van U is de toekomst, komen wat komt.

Amen

Marcel Heyndrikx SVD

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.