B jaar

1e ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD (B) - 4 en 5 maart 2006. Zusters en broeders, I. Om Jezus' bekoringen te begrijpen, kan je het best beginnen met deze vraag: Geloven -wat is dat eigenlijk? En wie of wat is een gelovig mens? De Bijbel geeft daar een heel korte omschrijving van. Geloven dat is: luisteren. En een gelovig mens is iemand die luisterend leeft. Die aanmaning om te luisteren kom je in de Bijbel geregeld tegen. 'Luister, Israël', zegt Mozes, als hij namens God spreekt tot het volk. (Deuteronomium 6:4 - 5 ) En de gelovige Israëliet bidt dat tot op vandaag. 'Luister naar het woord van Jahweh, mannen van Juda' zegt de profeet Jeremia. (7:2) Die oproep komt ook bij de andere profeten steeds weer terug. De echte gelovige is een mens die deze oproep beantwoordt. Als de jonge Samuël een stem hoort die hij niet kan thuis brengen zegt de oude hogepriester Eli: Jongen als je dat nog eens hoort zeg dan: 'Spreek Heer, uw dienaar luistert '. (I Samuël, 3:9) In de profetieën van Jesaja komt er een figuur voor die wordt genoemd: De dienaar van Jahweh. Die man zegt van zichzelf: 'God de Heer opende mijn oren en ik bood geen verzet'. (Jesaja 50: 5) En 'Ik luister. aandachtig als een leerling'. (50: 4) De gelovige is in de Bijbel een mens die luistert, luistert naar het woord van God. Een mens die luisterend leeft. In die traditie staat Jezus van Nazareth. Dat is door de evangelist Mattheüs in het verhaal over de bekoringen in de woestijn op een heel eigen manier weergegeven. Mattheüs laat Jezus op elk van die drie bekoringen antwoorden met een citaat uit de H. Schrift. Wat als Gods woord vanuit de Schrift naar Jezus toe komt, wat hij daarin heeft beluisterd, dat is zijn antwoord. Op die manier heeft Mattheüs, in het verhaal over de bekoringen, Jezus getekend als een mens die luisterend leeft. II. De inhoud van wat Jezus als het woord van God, dat tot hem is gericht beluistert, wordt kort weergegeven in het stukje evangelie van Marcus dat we zojuist hebben gehoord. Jezus weet zich geroepen om een blijde boodschap, om goed nieuws te brengen. Dat goede nieuws komt hier op neer, dat er een nieuwe menselijke samenleving op komst is, een samenleving van gerechtigheid, barmhartigheid en dienstbaarheid. Een samenleving die aan Gods bedoelingen zal beantwoorden. Daarom noemt Jezus die samenleving: Het Koninkrijk van God. Dat is het wat Jezus van Nazareth als Gods boodschap, tot hem gericht, beluistert en beleeft. Bekoord worden betekent voor Jezus van Nazareth: in de verleiding komen om van die opgave, van dat luisteren, af te wijken. 1. De drie bekoringen in de woestijn, zoals Mattheüs die schetst, komen op hetzelfde neer: Houd nu eens op met dat luisteren naar die Ander. Neem de zaken in eigen hand. Je hebt de macht om van stenen brood te maken. Gebruik die macht dan ook als je honger hebt. Je hebt de macht om je van de toren naar beneden te gooien zonder te pletter te vallen. Laat dan ook eens zien dat je dat kunt. Je kunt van mij de macht krijgen om te heersen over alle koninkrijken van deze wereld. Neem die macht dan ook uit mijn handen aan. Je hebt de mogelijkheden: gebruik ze nu ook eens voor jezelf ,zegt de Satan. Luisteren betekent in de Bijbel: dat je jezelf open stelt voor die Ander -de Heilige, geprezen zij zijn Naam, zegt men in Israël -. Dat je aanvaardt dat die Heilige het centrum van je leven wil zijn. De bekoringen in de woestijn komen hier op neer: Dat luisteren, stop daar mee. Laat dat zitten. Ga toch zelf in het centrum van je leven staan. Bekoring tot machtsmisbruik. Deze vorm van bekoring zal met Jezus meegaan, levenslang. In hoofdstuk 16 van Mattheüs staat er: 'De Farizeeën en Schriftgeleerden kwamen hem op de proef stellen door te vragen hun een teken uit de hemel te laten zien'. ( Matt. 16: 1) En nog op het kruis krijgt hij te horen: 'Laat hem nu eens van dat kruis af komen, dan zullen we in hem geloven' (Matt. 27:42). Hij is daar nooit op ingegaan. Hij bleef een luisterend mens, ten einde toe. Soms krijg je de indruk: Hij wees die bekoring van machtsmisbruik af, vrijwel moeiteloos. 2. Maar je vindt in de evangelies sporen van een andere bekoring die hem veel meer moeite heeft gekost: de bekoring om het op te geven. Omdat er toch niet door te komen was, door het onbegrip en door de weerstand tegen hem. Zijn familie verstond hem niet, zijn dorpsgenoten niet, zijn leerlingen ook niet. Farizeeën en Sadduceeën beloerden hem en trachten hem te vangen. Hij kwam tot de ontdekking dat zijn zending bezig was op een mislukking uit te draaien. Er klinkt twijfel door als hij zich afvraagt: 'Als de Mensenzoon terugkomt, zal hij dan nog het geloof op aarde vinden?' (Lucas 18:8) Iets verder staat er dat Jezus beneden zich Jerusalem ziet liggen. Hij begint dan te wenen over haar onwil. (Lucas: 19:41 vgl. Matt. 23:37) Ontmoediging en een gevoel van onmacht hebben zich in hem genesteld. Daar sluit de bekoring bij aan om het op te geven. In het evangelie van Marcus staat er op een bepaald moment: 'Hoe lang houd ik dit nog vol?' (Marcus 9: 19) En in het zoveelste uitzichtloze dispuut met de Farizeeën zegt hij: 'Waarom zou ik hierover met jullie nog praten?'(Joh. 8:25) Maar ook aan deze bekoring, die misschien veel groter was dan die van het machtsmisbruik, heeft hij niet toegegeven. Ook nadat hij over Jerusalem heeft geweend staat er bij Lucas dat hij de Blijde Boodschap van Gods Koninkrijk bleef verkondigen. (Lucas 20: 1 ) Hij bleef er in geloven, ook toen de mislukking levensgroot voor hem opdoemde Hij heeft het luisteren niet opgegeven, ook dan niet toen alles zwart en donker werd. III. Wat kan dit evangelie over Jezus bekoringen nu betekenen voor ons? Misschien komen in elk mensenleven die twee soorten bekoringen wel voor. De bekoring om datgene wat als een oproep naar je toekomt, naast je neer te leggen. In plaats daarvan uw mogelijkheden en uw talenten te gebruiken voor eigen macht en glorie, voor eigen genot of noem maar op. Het kan wel eens erg aanlokkelijk worden. En dan die andere bekoring, om het maar op te geven. Er is toch niet door te komen. Waarom zou ik me nog moe maken, of me belachelijk maken? Een andere samenleving? Kom nou. Maar soms herinneren wij ons een naam, een oud verhaal dat ons is doorverteld, zegt Oosterhuis, over een mens die vol was van uw kracht, Jezus van Nazareth. (1) De brief aan de Hebreeën noemt hem, kort en goed: Hij die ons is voorgegaan in het geloof (Hebr. 12:2). Er is nog dit: Over degene die leven zoals hij, die zo luisterend leven heeft hij ooit gezegd: ze zijn familie van mij, mijn moeder mijn zusters en mijn broers.(Marc. 3: 34-35) Zijn wij dat niet allemaal aan het proberen? Anders zouden wij denk ik hier niet zitten. Met vallen en opstaan, zeker. Maar toch. Zou u het vreemd vinden, zou u er raad mee weten als ik tot u zou zeggen: Moeder, zusters en broeders van hem ik groet u met respect voor wat u probeert te doen, hem achterna? Amen. Marcel Heyndrikx SVD (1) Oosterhuis Huub: Gezongen liedboek, Kampen Kok, 1993, pp 176-177.

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.