B jaar

22e ZONDAG DOOR HET JAAR (B)   -   2 en 3 september 2006.

Deuteronomium 4: 1-2 en 6-8.
Marcus 7: 1-8; 14-15; 21 -23.

Zusters en broeders,

Die evangeliën van ons - wat je daarin aantreft heeft op het eerste zicht iets weg van een bonte veelheid.  Een veelheid van verhalen vooral: wonderverhalen en reacties daarop, maar ook preken en parabels, verhalen over ontmoetingen, roepinggeschiedenissen, twistgesprekken….. Veel en van alles.  Maar er zit ook een eenheid in.  Want altijd opnieuw is er één hoofdpersoon, en maar één.  Altijd dezelfde: Jezus van Nazareth.
Ik heb wel eens gedacht dat het een goed idee zou zijn om eens een heel jaar lang elke homilie te beginnen met de vraag: Het stukje evangelie dat we vandaag hebben beluisterd, wat zegt dat over hem, over Jezus van Nazareth?
Laten we dan die vaag alvast maar eens stellen met betrekking tot dat stukje evangelie van vandaag:
Hoe komt Jezus van Nazareth hierin naar voren?

1.    Als eerste antwoord op die vraag zou je een uitspraak kunnen citeren van een theoloog die zo'n 30 of 40 jaar geleden over Jezus zei: 'He was a remarquable free man', Hij was een merkwaardig vrije mens.
Dat is het eerste en eigenlijk het meest opvallende in dit stukje evangelie.
Jezus van Nazareth komt hier naar voren als iemand die zich vrij opstelt tegenover de gewoonten, de gebruiken, de tradities van zijn volk.  In dit geval: tegenover de traditie om voor het eten ten minste de vingertoppen te wassen.
Handen wassen voor het eten, dat is alleen maar aan te bevelen.  Tenminste als ze vuil zijn.  Maar als je daar een verplichting van gaat maken, en dan nog wel een religieuze verplichting dan ben je bezig een mens in een keurslijf te wringen.
613 wetten, (1) geboden en verboden had men in Israël op die manier bijeen gebracht.  Daar kunnen mensen het benauwd van krijgen. (1)
Aan dit soort religie doet Jezus van Nazareth niet mee.  Daartegenover toont hij zich een vrije mens.  Overigens, niet alleen tegenover die gewoonten stelt hij zich vrij op.  Hij doet dat ook tegenover de autoriteiten, die dit systeem bewaken en bewaren.  De Farizeeën en de schriftgeleerden weten dat heel goed.  Ze zeggen op een bepaald moment tegen hem: 'Wij weten dat gij niemand naar de ogen ziet'. (Matt. 22 : 16 p)
Zo komt hij in dit stukje evangelie allereerst naar voren .'A remarquable free man', een opvallend vrije mens.

2.     Een tweede aspect van zijn persoonlijkheid dat hier zichtbaar wordt:
Hij verschijnt hier tevens als iemand die het opneemt voor de vrijheid van anderen. Ofschoon hij zelf ook soms eet met ongewassen handen, en daarvoor ter verantwoording wordt geroepen ( Lucas 11: 38) gaat het hier om het gedrag van zijn leerlingen.  Die overigens wel eens meer tegen de gebruiken ingaan. ( Mattheüs 12: 1 vv.)
Hier en ook daar komt hij op voor hen, voor de vrijheid van anderen dus.  Hun vrijheid is het die hij bevorderen wil, als hij de wetgeleerden verwijt dat ze de mensen haast ondraaglijke lasten opleggen. (Lucas 11: 46)  Die bevrijding van anderen gaat hem zozeer ter harte dat hij uitgestoten mensen in zijn gezelschap opneemt -mensen zoals de tollenaars Mattheüs en Zacheüs, om maar die twee te noemen.
Voor de bevrijding van mensen heeft hij zich ingezet.  Ook dat zie je gebeuren in het stukje evangelie van vandaag.

3.     Er is nog een derde karaktertrek van hem die hier zichtbaar wordt.
Zelfs zijn tegenstanders zeggen op een bepaald moment over hem 'Meester, wij weten dat gij oprecht zijt, en de weg naar God in oprechtheid leert'. (Matth. 22: 16)
Oprechtheid, eerlijkheid, - 'zijn' tegenover schijn - dat vindt ge inderdaad bij hem.  En waar die eerlijkheid ontbreekt, waar hij botst op onoprechtheid, op uiterlijke schijn en op innerlijk bederf, daar wordt hij emotioneel.  Dat is hier ook het geval.
Hij verwijt hier zijn opponenten, zijn critici, dat ze de uiterlijke schijn cultiveren maar zich niet bekommeren om de gezindheid van het hart.  En dat is nu juist het wezenlijke, want de gezindheid van het hart is uiteindelijk bepalend voor wat een mens waard is.  Jezus staat hier, met zijn felheid tegen de pure uiterlijkheid, in de lijn van de profeten en het is niet toevallig dat hij de profeet Jesaja hier citeert.  Want de donkere dingen die hij kent en opsomt (boze gedachten, ontucht, diefstal enz.) zijn geen zaak van de buitenkant: die komen voort uit een hart dat duister is.
Dat is dus een derde karaktertrek van hem: zijn eerlijkheid, zijn oprechtheid, en zijn afkeer van al wat schijn is en oneerlijkheid.

Je zou je tenslotte deze vraag kunnen stellen: Wat zit hier voor Jezus van Nazareth nu uiteindelijk achter?  Wat drijft hem, in laatste instantie in zijn inzet voor zijn eigen vrijheid en voor die van anderen?
In het kader van zijn cultuur wordt hij vooral gedreven door zijn verlangen een vals beeld van God af te breken, en het echte beeld van God zichtbaar te maken.  Hij vecht tegen het beeld van God als was God een dwingeland, een dictator, iemand die mensen klein wil houden.
Hij wil laten zien dat de Heilige, geprezen zij zijn naam, mensen tot bloei wil zien komen, en daarom hun vrijheid wil bevorderen.  Dat die vrijheid kan ontsporen, is een risico waar elke vader of moeder weet van heeft.  Maar zonder die vrijheid is een echt menselijke ontplooiing niet mogelijk.
In dat benadrukken van de vrijheid heeft misschien niemand Jezus van Nazareth zo goed begrepen als Paulus.  Hij was zelf.. als Farizeeër opgevoed, in zijn eigen leven van ver gekomen, en was misschien juist daarom in staat om het belang van de vrijheid als geschenk en als opgave zo sterk aan te voelen.
Hij spreekt over de vrijheid van de kinderen van God. (Rom.8:21)  Hij zegt: 'Waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid'. ( 2 Kor. 3: 17)  Hij heeft ook weet van het risico dat er aan vast zit.  Want aan de Galaten schrijft hij 'Tot vrijheid zijt ge geroepen, maar misbruik ze niet als voorwendsel van de zelfzucht'. ( Gal.1: 13)
Als je uit dit evangelie één ding zoudt willen meenemen dan zou het dit kunnen zijn: Jezus van Nazareth was een opvallend vrije mens -één die bovendien eerlijkheid en oprechtheid benadrukkend, de vrijheid van anderen trachtte te bevorderen.  En de diepste motivatie die hem daarbij bezielde was de overtuiging: De vrijheid van een mens,dat is een Godsgeschenk.
Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1)    Martel Sasja: Sterk als de dood.  Sterven en rouw in joods perspectief.  Delft, Eburon, 2004, 368 pp., p. 1

 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.