B jaar

23e ZONDAG DOOR HET JAAR (B)   -   6 en 7 September 2003

1e Lezing: Jesaja 35: 4 - 7.  
Evangelie: Marcus 7: 31 - 37.


Zusters en broeders,  

"Getuigenis over Christus" dat was ooit de titel van een boek van prof. Weijers.  Getuigenis over Christus -dat geeft ook precies weer wat de bedoeling was van die vier evangelisten.  Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes.
Getuigenis afleggen, dat wilden ze doen met hun evangelie.  Zeggen wie Jezus van Nazareth was voor hen.  Duidelijk maken ook wat hij voor hun lezers of hun luisteraars kon betekenen als ze in hem geloofden.
Als je nu een stukje uit één van hun evangelies beluistert -zoals wij dat zojuist hebben gedaan- dan zijn er twee vragen die je zou moeten stellen, wil je hen goed verstaan.  
De eerste vraag luidt: wat betekende dit stukje voor de evangelisten voor de mensen van die tijd?
De tweede vraag is dan: en wat betekent dit stukje evangelie nu voor ons?

1.     Wat de eerste vraag betreft: Met dit verhaal over de genezing van de doofstomme wil Marcus zeggen: "En toch is hij het".
Die eerste generatie van christenen zat namelijk met een levensgroot probleem.  Het probleem dat Jezus van Nazareth, die zij als de Messias beschouwden, de wereld niet had veranderd.  
Het Jodendom verwachtte van de Messias dat God de wereld door hem volkomen zou veranderen en vernieuwen.  De profeten hadden daar aanleiding toe gegeven.  Je hoeft de eerste lezing van vandaag maar te beluisteren: God zelf zal komen, zegt de profeet, en dan wordt het onrecht bestraft, keert Israel uit de ballingschap naar huis terug, worden alle gekwetste en gekwelde mensen genezen, zal zelfs de steppe in bloei staan.  Dan is alle leed geleden, zijn alle zorgen verdwenen.
Dat verwachtte en dat verwacht het hele Jodendom van de Messias, -tot op vandaag. (1)
Jezus van Nazareth heeft de wereld op die manier niet veranderd en dus kan hij de Messias niet zijn.  
Op dat probleem proberen de evangelisten een antwoord te geven: vandaar hun verhalen over mensen die door Jezus worden genezen.  En voor wat het verhaal van vandaag betreft: Jezus was wel degelijk de Messias: want hij heeft doven de oren geopend, en de tong van de stomme tot spreken in staat gesteld, zoals dat door Jesaja was voorspeld, zegt Marcus.
Dat is het antwoord op onze eerste vraag: Waarom heeft de evangelist dit stukje tekst geschreven?  Wat was de betekenis van dit verhaal voor zijn tijdgenoten ?

2.     Daarmee komen we dan aan onze tweede vraag: Wat kan dit stukje evangelie nu nog betekenen, voor ons, in deze tijd?
Ik denk drie dingen.
Op de eerste plaats maakt het duidelijk hoezeer Jezus van Nazareth een mens was.
Eeuwenlang heeft men de. godheid van Jezus benadrukt.  Dat had als gevolg dat hij voor ons ver en vreemd werd.  
In dit stukje evangelie wordt heel plastisch geschilderd hoe lichamelijk Jezus was.  En ook hoezeer hij de opvattingen van zijn tijd heeft gedeeld.
In die tijd denkt men bv dat het speeksel een genezende kracht heeft.  Het bracht de kracht van de ene mens over op de ander.  En men dacht ook dat iemand die stom was, een tong had die door een duivel was vastgebonden.  En de evangelist Marcus vertelt hier hoe Jezus zijn vingers in de oren van de doofstomme steekt, en zijn tong met speeksel aanraakt.  Er gaat een kracht van hem uit die de duivel uitdrijft
Jezus' gedrag is heel vreemd voor ons, maar het onderstreept op zijn manier hoe menselijk Jezus was, en hoezeer hij een kind was van zijn tijd.
Hij heeft het lichaam niet geminacht.  Hij heeft het niet, zoals dat inde Griekse filosofie nogal voorkwam, als een kerker beschouwd.
Die nadruk op de menselijkheid van Jezus, op zijn concrete lichamelijkheid, dat is een soort boodschap voor ons, iets wat dit verhaal ons te zeggen heeft.  
Het verhaal kan voor ons nog een tweede betekenis hebben.  Die tweede betekenis zit vast aan het woord dat hij spreekt: "Effeta" - Mens, ga open"
Hierdoor wordt een doofstomme mens door Jezus van Nazareth uit zijn isolement bevrijd.  Hem wordt de mogelijkheid geschonken zich te ontplooien, in de taal, in het luisteren en in het spreken.  Iets dergelijks wordt in de evangelies geregeld gezegd over Jezus: Hij bevrijdt bv melaatsen uit hun geïsoleerde positie, hij bevrijdt zondaars en zondaressen die door de gemeenschap zijn uitgestoten.  Hij zegt geregeld tot mensen op een of andere manier: "Mens ga open".  Hij geeft mensen de kans om zichzelf te openen, naar de anderen naar de wereld, naar God toe.  Jezus van Nazareth en zijn boodschap zijn er niet om mensen te onderdrukken of om mensen klein te houden.  Als de kerkgemeenschap of de leiding van de kerk in latere tijden mensen heeft onderdrukt of klein gehouden - en ze heeft dat soms gedaan - dan was ze op dat moment en in dat opzicht ontrouw aan de man uit Nazareth.
Er is tenslotte nog een derde betekenis, maar die leunt heel sterk bij de tweede aan.  AI vanaf de vierde of de vijfde eeuw wordt er in het doopsel tot elke gelovige gezegd: Effeta - mens ga open.
De christelijke gemeenschap is dus van mening dat Jezus van Nazareth dat tot elke mens blijft zeggen: "Mens,ga open".  
Maar wat moet je je daar onder voorstellen ?
Om te beginnen: elke mens zit min of meer in zichzelf opgesloten, dreigt zich af te sluiten, te draaien rondom zichzelf.  De Griekse mythologie heeft deze visie in een verhaal gegoten.  Het verhaal over een heel mooie jonge man, Narcissus, die verliefd was op zichzelf, op zijn eigen beeld dat hij in het water zag.  Hij was niet in staat om interesse of aandacht op te brengen voor iets of iemand anders.  Hij zat gevangen in zichzelf.  Dat Griekse verhaal heeft Freud gebruikt om de situatie van de mens te verduidelijken: elke mens lijkt een beetje op Narcissus.  Hij of zij is geneigd om alles op zichzelf te betrekken.  Om rond zichzelf te draaien.  Een mens, zegt Freud, is een Narcissus.  Hij of zij is narcistisch.
Nu is de boodschap van Jezus van Nazareth in staat om een mens daaruit te bevrijden.  Want die boodschap van hem komt hier op neer: Bemin God bovenal, en bemin je naaste als jezelf.  Wie dat gelooft, wie dat probeert, draait niet langer rond zichzelf.  Hij of zij komt open naar de wereld, naar de anderen naar God toe.
Hij of zij is dan door die boodschap van Jezus uit zijn isolement bevrijd.
Terloops gezegd: Zo kan een oude en misschien op het eerste zicht vreemde tekst ons nog belangrijke dingen vertellen. Hij kan ons bv, zoals vandaag, een oproep overbrengen.  Een oproep om niet te stikken in onszelf, maar open te gaan.  Het is goed om te weten en het is goed om het ons te herinneren dat het ook tot ons is gezegd: Effeta : mens, ga open.

Marcel Heyndrikx SVD


(1)     Vergelijk hiervoor: SCHOLEM Gershom : Zum Verständnis der messianischen Idee im Judentum,  in : SHOLEM G. : Judaica ; Franfurt  A. M,  Suhrkamp, 1968, 234 pp., pp. 7-74.
Cf ook in het Chassidisme :
"Ten tijde dat rabbi Menachem in het land Israel woonde, gebeurde het dat een dwaas man, zonder te worden opgemerkt, de olijfberg beklom en van de top af de sjofarbazuin stak. Onder het opgeschrikte volk werd het gerucht verspreid dat dit het blazen op de sjofar was dat de verlossing verkondigt.  Toen het gerucht de oren van rabbi Menachem bereikte, opende hij het raam, keek de wereld in en zei : "Ik zie geen vernieuwing"
BUBER Marin :x Chassidische vertellingen Den Haag, Servire, 1967, 574 pp, p. 208.

 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.