B jaar

34e ZONDAG DOOR HET JAAR - CHRISTUS KONING.  -  21 en 22 november 2009

Daniël 7: 13 - 14.
Johannes 18 : 33b -37.


Zusters en broeders,

1.     Het feest van vandaag, het feest van Christus Koning, is eigenlijk niet zo goed gestart.  Het is in de liturgie binnen gekomen in 1925, via een encycliek van paus Pius XI.
Als Pius XI in zijn encycliek 'Quas primas' van 12 december 1925 dit feest instelt, dan is de eerste wereldoorlog nog geen tien jaar voorbij.  Degenen die er het meest onder geleden hebben, de Engelsen en de West-Vlamingen, noemen hem: de grote oorlog.  De moderne techniek heeft toen voor het eerst een ramp aangericht die men niet meer heeft kunnen overzien.  Men is niet eens in staat geweest om het precieze aantal doden te achterhalen.  Op de Menenpoort in leper staan ongeveer 50.000 namen.  Dat zijn alleen nog maar de namen van soldaten die gesneuveld zijn, en waarvan men de lichamen niet heeft kunnen terugvinden.  Van het optimisme waarmee men 4 jaar eerder die oorlog was ingegaan, bleef en niets meer over.  Het werd kapot geschoten bij Verdun.
Dat is de achtergrond, waartegen Pius Xl zijn encycliek heeft geschreven.  Hij zag de tijd waarin hij leefde als een tijd van agressie, verwoesting en dood.  De cultuur van dat moment is in zijn ogen een cultuur van barbaarsheid, van onmenselijkheid.  En de paus droomt terug, terug naar het verleden.  Hij droomt van wat hij ziet als een ideale tijd, de tijd van de christelijke Middeleeuwen.  Een tijd waarin er beschaving was, eenheid onder de volkeren.  Een tijd waarin er van zoiets als de moderne losbandigheid nog geen sprake was.  Want men gehoorzaamde aan Gods wetten, die door de kerk werden voorgehouden.
Vanuit dit verlangen naar herstel van het verleden, wordt dan het feest van Christus Koning ingesteld.  Het staat in het teken van de restauratie.  Het probeert de idee dat de maatschappij moet gehoorzamen aan de kerk die Christus vertegenwoordigt, opnieuw ingang te doen vinden. (1)
De nadruk komt bij dit feest te liggen op de overwinning, de macht, de heerschappij van Christus Koning.
Het feest wordt dan ook gevierd op een triomfantelijke manier; met stoeten, met bloemenhuldes, met strijdliederen in de trant van 'Heersen moet Hij, Christus Koning'.
Succes hebben deze ideeën in de samenleving echter niet gehad.  Mensen werden voor de opvattingen met betrekking tot de heerschappij van Christus in de wereld hier en nu, en speciaal met betrekking tot de opvattingen over gezag en heerschappij van de kerk, steeds meer allergisch.  Men begon juist steeds sterker de vrijheid te benadrukken, de zelfstandigheid van de wereld, de autonomie van de verschillende gebieden van het leven. De triomf van Christus Koning en de gehoorzaamheid aan de leiding van de kerk, -het deed, althans bij een jongere generatie, steeds meer denken aan ... Bokrijk.
Er kwam nog bij dat men ontdekte dat die ideale Middeleeuwen meer een product van de fantasie dan een historisch feit waren geweest.

2.     In de opvattingen over de kerk en over Jezus van Nazareth kwam er echter in de 60er jaren van de vorige eeuw een grondige verandering.
Het IIe Vaticaans Concilie bracht een radicale omwenteling tot stand.  Ook en vooral in de visie op de kerk.  In één van de teksten van dit Concilie wordt er bv over haar het volgende gezegd: 'De kerk heeft slechts één doel voor ogen: het werk van Christus voortzetten.  Hij kwam in de wereld niet om gediend te worden maar om te dienen'. (Gaudium et Spes nr.3)  Deze nieuwe visie met betrekking tot de kerk werd voortreffelijk verwoord in een boekje van de franse theoloog Yves Congar: 'Pour une Eglise servante et pauvre' : voor een arme en dienende kerk.
Die dienende kerk is in deze wereld de vertegenwoordigster van Jezus van Nazareth, die zijn leerlingen de voeten waste en die zei dat ze dat zelf aan elkander nu ook moesten doen. (Joh. 13: 14-15 ) En dat de grootste onder hen de dienaar van allen moest zijn. (Marc. 9:35)
Van nadruk op macht en heerschappij, naar nadruk op dienstbaarheid.  Dat is de eerste wending die het feest van Christus Koning doormaakte.  Maar er is nog een tweede.
Die tweede verandering houdt verband met de verplaatsing die het feest meemaakte.  Van de laatste zondag van oktober werd het verplaatst naar de laatste zondag van het kerkelijk jaar.  Dat is niet zomaar een detail.
Op die laatste zondagen staat de liturgie in het teken van het einde van de wereld.  Ze ziet uit naar de toekomst, aan de overkant van onze tijd en onze geschiedenis.
Door die verandering van plaats verschuift het feest van Christus Koning van een droom van het herstel van het verleden naar een uitzien naar de toekomst: de tijd waarin Gods Koninkrijk, dat Rijk van gerechtigheid, barmhartigheid en dienstbaarheid, -volkomen gerealiseerd zal zijn.

3.     Het feest van Christus Koning, ik ben geneigd om het toch wel belangrijk te vinden.  Je zou het misschien niet vermoeden, als je bedenkt hoe het is begonnen en hoe het toen was bedoeld.
Maar dit feest herinnert ons aan iets dat uitermate kostbaar is -juist nu en juist voor ons.  Het richt onze aandacht op de toekomst, dat ook, maar het maakt ons ook nog iets anders duidelijk.  Het illustreert namelijk ook dat de kerk niet zo heel veel verschilt van de soort mensen die wij zijn.  Ze kan blijkbaar, net als wij, veranderen.  Ze hoeft niet per se te blijven vastzitten aan het verleden.  De restauratie is geen onoverwinnelijke periode.
Het feest van vandaag laat zien: je hoeft er niet aan te wanhopen.  De kerk kan niet alleen veranderen, ze doet dat soms nog ook.
Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1)     Menozzi D. : l'Eglise et I' histoire, in : Alberigo G (e. a.): La chrétienté en débat. Histoire, formes et problèmes actuels.  Paris, Cerf, 1984, pp. 45-75; 53-54.
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.