B jaar

4e ZONDAG VAN PASEN ( B )  -  6 en 7 mei 2006.

1e lezing: Handelingen 4: 8 -12.
Evangelie: Johannes 10: 11-18.

Zusters en broeders,

4e zondag Pasen: een zondag met een naam: Roepingenzondag.
Het meervoud van dat woord, roepingen, dreigt ons op het verkeerde been te zetten.  Het gaat, tenminste in het evangelie van vandaag, maar over één roeping, de roeping van één mens, Jezus van Nazareth.
Nadenkend over die roeping van Jezus, zie je dat er daarin twee elementen een rol spelen.  Het eerste element is de situatie waarin hij leeft.  En van waaruit er een oproep tot hem komt.
Matthëus heeft die situatie en die oproep ergens als volgt weergegeven:
"Bij het zien van de menigte werd Jezus door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder." (Matt. 9:36).
Jezus wordt geconfronteerd met de nood van mensen rondom hem.  Hij merkt hoe weinig de leiders van het volk zich echt om hun mensen bekommeren.  Hij heeft dat de priesters, de wetgeleerden en andere gezagsdragers vaak genoeg en hard genoeg verweten.  En vanuit die situatie, die nood van mensen aan leiding, komt er een oproep naar hem toe.  Een oproep om voor deze mensen zorg te dragen.
Dat is het eerste element van Jezus roeping.  Daar komt zijn roeping vandaan.
Maar er zit in Jezus' roeping nog een tweede element.  De manier waarop hij over zijn roeping spreekt, verwijst namelijk naar de traditie waarin hij leeft.
Mensen die zich, zoals Jezus van Nazareth, in het verleden door de nood van hun volk opgeroepen voelden, en die op deze oproep zijn ingegaan, werden in Israël herders genoemd.
Zo was Mozes, die zijn volk uit de slavernij van Egypte wegleidde, naar het beloofde land toe, een herder.  En koning David was een herder van en voor zijn volk.
Sprekend over de toekomst, en over de komst van een Messias die het verdeelde volk weer samen zal brengen, zegt de profeet Ezechiël: "Dan zal ik over mijn volk één herder aanstellen die hen weiden zal: mijn dienaar David.  Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn'. (Ez.: 34:23)  David is dan al eeuwen dood, maar hij is het beeld van die toekomstige herder, de Messias.  In die traditie staande, heeft Jezus van Nazareth de figuur van de herder gekozen om daarmee zijn eigen roeping in een beeld aanschouwelijk te maken.

Van hieruit is er dan wel een weg, om van het enkelvoud, de roeping van Jezus, naar het meervoud, roepingen, over te gaan.  Of, anders gezegd, een weg van zijn roeping naar die van ons.
In elke roeping vindt ge namelijk de twee elementen terug die in Jezus' roeping aanwezig waren: Er is steeds weer een situatie, van waaruit er een oproep naar iemand toe komt. En er is een model, of er zijn modellen van mensen, die al eens eerder zo'n soort oproep hebben gehoord, en er met hun leven en met hun werk een antwoord op hebben gegeven.
En dan zijn de eersten bij wie ik terecht kom, niet priesters of religieuzen, hoe belangrijk die ook zijn, en hoe duidelijk, als het goed is, die mensen inderdaad ook proberen een roeping, hun roeping, te volgen.
Als de kern van een roeping hierin bestaat dat er vanuit de situatie waarin men leeft een oproep naar iemand toekomt om voor een ander zorg te dragen, om leiding te geven, om herder of herderin te zijn, dan zijn de eersten aan wie ik denk vaders en moeders.  Hoe dikwijls en vanuit hoeveel situaties zouden vaders en moeders niet worden opgeroepen om een kind nabij te zijn, om er zorg voor te dragen, om bereikbaar te zijn, enz. enz.  Roeping, wat zou dat anders zijn?
En -maar daar weet u meer van dan ik- worden partners, worden een man en een vrouw, ook niet opgeroepen om voor elkaar zorg te dragen?  Dat heeft als het goed is met bevoogding niets te maken, maar met die drie elementen die Johannes in zijn evangelie als eigenschappen van de herder noemde: het kennen van de ander, het hart hebben voor de ander, en het je inzetten voor haar of voor hem.
Geroepen worden om voor een ander zorg te dragen,zoals een herder voor zijn schapen zorg draagt - misschien komt het wel veel meer voor -misschien zit het ook wel dichter op ons vel -,dan wij geneigd zijn te denken.
Roeping, het kan, maar het hoeft ook niet iets van een heel leven te zijn.  Het kan gewoon iets zijn voor een korte periode.  Zoals bij de barmhartige Samaritaan die zich door de nood van die uitgeschudde mens opgeroepen voelde om hulp te bieden.  Het kan iets zijn van een bepaald ogenblik, bijzonder prozaïsch misschien.  Maar het kan ook iets zijn dat tot je komt op een beslissend moment.  Ik zal nooit vergeten hoe er in een familie een erfenis moest verdeeld worden, en de twee meest invloedrijke personen van die familie stonden als kemphanen tegenover elkaar.  Toen heeft een ander familielid, die verder nooit op de voorgrond trad, één die ook nooit meer dan lagere school had gehad, een voorstel gedaan, dat hij apart met elk van die twee is gaan bespreken.  Hij heeft het klaar gekregen die situatie te deblokkeren.  Toen ik mijn waardering daarover uitsprak, zei hij: 'Er moest toch iets gebeuren, iemand moest toch iets gaan doen'.  Dat was natuurlijk zo.  Maar beslissend was dat hij de situatie heeft ervaren als een oproep die tot hem was gericht.  En dat hij op die oproep, op die roeping is in gegaan.
Roeping, het kan tot je komen, onverwacht, en zonder dat je daarop was voorbereid.
Zoiets is blijkbaar gebeurd met Oskar Schindler, de man over wie de film gemaakt is 'Schindlers List' ( dat wil zeggen: de lijst van Schindler).
Schindler was tijdens het nazisme in Duitsland een fabrikant.  Hij had nogal wat Joden in dienst genomen, omdat dat goedkope arbeidskrachten waren.  Hij zag er een middel in om zijn winst op te drijven.  Meer zat daar voor hem niet achter.  Maar tijdens die jaren hoort hij wat er met de Joden in de concentratiekampen gebeurt.  Dat heeft hem zo aangegrepen, dat hij zich volkomen gaat concentreren op een project om de Joden uit de handen van de nazi's te houden.  Daartoe stelt hij een lijst op van arbeiders, die voor het werk in zijn fabriek noodzakelijk zijn, en dus niet mogen worden gedeporteerd.  Op die lijst staan dan zoveel mogelijk Joden.  Daardoor zat hij uiteindelijk financieel volkomen aan de grond. Maar hij heeft 1100 Joden het leven gered.
Schindler is natuurlijk een uitzonderlijk geval.  Maar geroepen worden kan je wel overkomen op de manier waarop het hem overkwam: onverwacht, onvoorbereid.  En je weet: ik kan dit niet naast me neerleggen, zonder iets in mezelf te verraden.  Geroepen om herder van mensen te zijn: het hoeft niet spectaculair te zijn en het is zelden romantisch.  Maar groot of klein het doet me wel denken aan een vers van de dichter Martinus Nijhoff: 'Dit zijn de daden waar ik mens voor was'. (1).  Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1)    Nijhoff Martinus: Verzamelde gedichten. Amsterdam, Bakker, 1990, p. 8.
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.