B jaar

4e Paaszondag - Roeping (B)  -  2 en 3 mei 2009

Handelingen 4 :8-12  
Johannes 10: 11-18.


Zusters en broeders,

Roepingenzondag -zo heet hij van ouds, deze vierde zondag van Pasen.
Roepingen, men dacht daarbij vooral aan priesterroepingen.  Het evangelie van vandaag, het evangelie over de goede herder, gaf daar aanleiding toe.
I.     Maar ondertussen heeft het begrip 'roeping' een hele weg afgelegd.  Niet alleen priesters en religieuzen hebben roeping.  Diakens, pastoralewerkers en -werksters hebben dat duidelijk ook.  Dokters, verpleegsters, bejaardenverzorgsters hebben dat vaak eveneens.  Ge vindt verder zoiets als roeping ook bij heel wat kunstenaars.
En dan gebeurde er nog iets heel anders.  Het begrip roeping kwam los te staan van het beroep.  De klemtoon kwam te liggen op een oproep die naar u toe komt.  En je hebt het gevoel dat je die niet naast je neer kunt leggen.  Anders zou je ontrouw zijn aan jezelf.  Zo'n vorm van roeping kan iedereen overkomen.  En hij overkomt ook iedereen.  Die oproep kan eenmalig zijn, zoals bv. in het verhaal over de barmhartige Samaritaan.  Die oproep kan ook een bepaalde periode bestrijken in je leven.  En soms gaat hij door, een leven lang.
Zo heb ik de geschiedenis van het begrip roeping zich zien ontwikkelen, in de laatste decennia.  En ik denk dat daardoor het begrip roeping is verruimd en verdiept.

II.     Er is echter met betrekking tot onze visie op roeping en geroepen worden nog iets heel anders aan het groeien.
Als wij het hadden over roeping en geroepen worden ging het tot nu toe altijd over iets dat heel persoonlijk is, iets van elke mens apart.  Maar wat nu ook naar voren begint te komen is het besef dat wij ook worden geroepen om gezamenlijk ergens onze schouders onder te zetten.  Het besef breekt door dat er ook zoiets is als gezamenlijke roepingen.
1.  De eerste vorm van zo'n gezamenlijke roeping heeft betrekking op de aarde waarop wij wonen.  Nieuw is die roeping niet.  Je vindt haar al geformuleerd vanaf de schepping van de mens.  Er staat geschreven in het boek van de schepping dat God de mens maakte en hem plaatste in de tuin.  God gaf aan de mens de opdracht, de roeping mee, om die tuin te bewerken en te bewaren. (Genesis 2:15)  Zo oud is die roeping, die eerste gezamenlijke roeping van ons.
Alleen is ze in de laatste decennia acuter, dringender geworden.  Sinds de atoomsplitsing, sinds de atoombom en de vermenigvuldiging van atoombommen, zijn wij in staat om de hele aarde te verwoesten.  Dat is nieuw.  Dat heeft geen enkele generatie voor ons, in geen enkele cultuur, ooit gekund.
En dan is er de naderbij komende uitputting van de grondstoffen, de bedreiging van het milieu door luchtvervuiling en dergelijke bovenop gekomen.  Die oude oproep om de aarde te bewerken en te bewaren heeft nu een heel nieuwe vorm aangenomen, en hij heeft bovendien een bijzonder dringend karakter gekregen.

2.  De tweede oproep die tot ons allemaal samen is gericht, is de zorg voor de gemeenschap van mensen, de menselijke samenleving.
Ook dat is een roeping die aan ons mensen van in het begin is meegegeven.  In datzelfde scheppingsverhaal wordt er gezegd: 'Het is voor de mens niet goed om alleen te zijn'.  (Genesis 2:18).  Daarmee wordt de ene mens aan de ander toevertrouwd.  En als er één in dit opzicht over de schreef gaat, wordt hij door God op het matje geroepen: 'Kain, wat heb je met je broer gedaan?'  (Genesis 4:9-10)  Ook die roeping heeft in deze tijd een nieuwe vorm aangenomen.  
Want wij weten tegenwoordig wat er met hen, met mensen, met medemensen gebeurt wereldwijd Radio, TV, internet, e-mail -wat er op dit moment gebeurt aan de andere kant van de wereld is via e-mail onmiddellijk aanwezig in onze box.  Je hoeft ze maar te openen.  En via Google krijg je alle gewenste commentaar er bij.  En als wij de ellende ver weg, zo ver als Somalië, laten voortbestaan, krijgen wij de rekening gepresenteerd, in dit geval via scheepskapingen.  Wij worden niet alleen opgeroepen om ons het lot van de mensengemeenschap wereldwijd aan te trekken, wij kunnen er niet onderuit of we snijden in ons eigen vlees.
De zorg voor de mensengemeenschap, wereldwijd, dat is een nieuwe vorm van een oude gezamenlijke roeping.

3.  Voor mensen die in Jezus van Nazareth geloven heeft die zorg voor de mensengemeenschap nog een aparte kleur, misschien zelfs ten dele een aparte inhoud.  Een geloofsgemeenschap.
Wat Jezus van Nazareth bezig hield, waarvoor hij zich ingezet heeft met heel zijn hart met heel zij ziel en met al zijn krachten, dat was de opbouw van een nieuwe samenleving.  Hij noemde die het Koninkrijk van God.
Mensen die achter hem aan willen gaan, mensen die hem willen volgen, die zullen zich eveneens daarvoor in moeten zetten: voor de opbouw van een nieuwe samenleving, een samenleving die wordt gekenmerkt door gerechtigheid, barmhartigheid en dienstbaarheid.
Bij Paulus vindt ge concreet uitgewerkt hoe zoiets kan.  Tot de opbouw van zo'n gemeenschap kan ieder het hare of het zijne bijdragen zegt Paulus.  Want elke mens heeft nu eenmaal zijn of haar eigen gaven.  De een is een wijze mens, de ander is in staat om te luisteren, een derde is geschikt om mensen te troosten, een ander heeft de capaciteiten van een lesgever: als al deze mensen samenwerken, en ieder mag en kan zijn of haar inbreng hebben, dan wordt er zoiets als een nieuwe gemeenschap opgebouwd.  (Cf. I Kor. 12:4 ss.; Rom. 12:4 ss.)
Het besef van een roeping of van roepingen die we allemaal gemeenschappelijk hebben is iets dat onder ons aan het groeien is.
Maar er groeit iets anders mee.  Iets van hulpeloosheid, machteloosheid, moedeloosheid.
In verband met de aarde en haar toekomst: de aantasting van het milieu gaat nog steeds door.  In verband met de menselijke samenleving wereldwijd: oorlog en agressie in Oost-Congo, in Somalië,in Afghanistan en Pakistan,in Sri Lanka en,eindeloos, in het Midden Oosten.  Moedeloosheid ook in verband met die Kerk van ons, die in plaats van naar morgen, blijkbaar naar gisteren terug wil.
En toch worden wij opgeroepen om de aarde te bewerken en te bewaren, om zorg te dragen voor mensen, om die nieuwe maatschappij van gerechtigheid, barmhartigheid en dienstbaarheid op te bouwen.
Het deed me ineens denken aan de mensen die eeuwen geleden kathedralen hebben gebouwd.  Met financiële en technische middelen die voor zoiets volkomen ontoereikend waren.  Daar zijn soms twee, drie generaties of meer overheen gegaan.  En er is er nauwelijks één die volledig voltooid is.  Maar meesterwerken zijn het, stuk voor stuk.
Er waren twee dingen die de mensen die hieraan gewerkt hebben, hebben recht gehouden.
Ze geloofden dat datgene waar ze aan werkten de moeite waard was.  En ze wisten dat die kathedraal maar tot stand kon komen als ieder van hen, op zijn vierkante meter, zijn steen metste.
Ze hadden iets van dat gevoel dat president Barak Obama formuleerde in dat bekende zinnetje 'Yes, we can '.
Ze zijn er ook onder ons, mensen die geloven in de toekomst van de aarde, in de hulp van mensen aan mensen, in de opbouw van een nieuwe samenleving.  Mensen die doen wat gedaan moet worden, op hun terrein.
Ze bouwen mee aan iets wat op een heel ander niveau, misschien wel dezelfde betekenis heeft als een kathedraal; een nieuwe gemeenschap van mensen, op een met zorg bewerkte en bewaarde aarde.
Amen


Marcel Heyndrikx SVD
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.