B jaar

5e ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD (B)  -  1 en 2 april 2006.

Jeremia 31: 31 - 34.
Johannes 12: 20 - 33.

Zusters en broeders,

'In mijn eind is mijn begin'.
Die tekst heb ik gevonden op haar graf.

Ze was indertijd een BV, een bekende Vlaming.

Ze was journaliste, filmcritica, romanschrijfster.  Als eerste vrouw in België ontving ze de driejaarlijkse staatsprijs voor het geheel van een schrijversloopbaan.  Ze stierf vorig jaar en werd begraven op het kerkhof van Kalmthout.
Op haar graf staat een eenvoudig robuust houten kruis met daarop haar naam en de datum van haar geboorte en haar dood: Maria Rosseels 23/10/1916 - 28/03/2005, dat is alles. Behalve dan die ene zin: 'In mijn eind is mijn begin'.

Je zou geen betere zin kunnen bedenken om het evangelie van vandaag samen te vatten.

Dat er hier iets ten einde is zie je aan de plaats waarop de evangelist Johannes dat verhaal van vandaag heeft neergezet.  Met dit verhaal wordt er in het leven van Jezus iets afgesloten.

Jezus openbare activiteit is ten einde.  Na dit verhaal komen er geen parabels meer, geen ontmoetingen van Jezus met allerlei mensen, geen strijdgesprekken met Farizeeën of schriftgeleerden.  Wat na dit stukje evangelie komt is het verhaal van Jezus' afscheid.  Zijn openbare activiteit in Israël is ten einde.

Maar in dit verhaal van vandaag is ook iets aanwezig dat verwijst naar een nieuw begin.  Dat zit hem in die Grieken, die heidenen dus, die aan Philippus te kennen geven dat ze Jezus zouden willen zien.

Die mensen zijn een symbool.

Jezus heeft zichzelf gezien als iemand die gezonden was, niet naar de heidenen, maar naar de Joden.  Hij heeft dat ook ooit gezegd tot de heidense vouw, die Cananese: 'Ik ben alleen maar naar de verloren schapen van het huis van Israël gezonden'. (Mattheüs 15: 24)  Als Israël eenmaal bekeerd was, dan zou dit volk de blijde boodschap van die nieuwe samenleving naar de heidenen brengen.

Maar Jezus heeft tevergeefs geprobeerd gehoor te vinden bij zijn volksgenoten.  Hij is op ongeloof en op verzet gestoten.  Zijn zending naar Israel toe is mislukt. Tegenover het ongeloof in Israël staan vandaag die Grieken, die heidenen dus, die spontaan naar Jezus toe komen.

Zij zijn symbool van een nieuw begin: Wat in Israël is mislukt, zal onder de heidenen vruchten dragen.

Dat dringt in het stukje evangelie van vandaag tot Jezus door: hij ziet dat in zijn eind iets nieuws beginnen zal.

Maar aan dat nieuwe begin gaat er nog iets vooraf.  Zijn zending naar Israel toe is nog niet voltooid.  Hij zal die afwijzing door de Judeeërs, die mislukking van zijn zending, nog tot het bittere einde, -letterlijk en figuurlijk- moeten door maken.  Zijn trouw aan zijn zending, zijn overgave aan God, zijn inzet voor mensen, zal nog door het verraad, de eenzaamheid, de kwelling van Getsemani en de Godverlatenheid aan het kruis heen moeten gaan.

Zo zal hij dan worden: 'de nieuwe mens, voorbij de dood'. (Oosterhuis).

In hem, in deze mens, in zijn ongebroken trouw en zijn volkomen overgave, komt er op aarde een nieuwe verbinding met God tot stand.  Hij zelf is dat nieuwe verbond waarvan sprake is bij de profeet Jeremia, in de eerste lezing van vandaag.  Zo tenminste hebben de christenen van meet af aan die tekst van de profeet over het nieuwe verbond verstaan.

Wie zich bij Jezus wil aansluiten wie zoals hij, met hem mee, zijn leven leven wil - die treedt ook binnen in dat nieuwe verbond van God met de mensen.

Het oude verbond, dat op de wet berustte, was een zaak van het Joodse volk.  Dit nieuwe verbond dat in Jezus tot stand kwam, is niet tot één volk beperkt.

Paulus zegt over Jezus dat hij de scheidingsmuur tussen Joden en heidenen heeft neergehaald. (Efes. 2:14)  Het doet er niet meer toe of je Jood bent, of heiden, slaaf of een vrije mens, man of vrouw(Gal. 3: 28).

In Jezus' einde ligt een nieuw begin vervat.

 

Wat kan dat nu beteken: vandaag, voor u en voor mij?

Simpel gezegd: dat het einde niet definitief is.  Dat het laatste woord niet is aan de dood.

Dat is het niet in het leven van elk van ons: dat heeft Maria Rosseels waarschijnlijk bedoeld toen ze die tekst liet zetten op haar graf.

In mijn einde is mijn begin: dat geldt ook voor onze gemeenschap, voor onze kerk.  Dat die kerk, althans dat een bepaalde gestalte van die kerk, naar haar einde op weg is, dat kun je zien als je rondom je kijkt.  Het aantal kerkgangers blijft steeds verder dalen, en die nog eucharistievieren zijn op leeftijd.  Het aantal doopsels en kerkelijke huwelijken neemt eveneens verder af.  En seminaristen, kandidaten voor het priesterschap zijn er al bijna niet meer.  We staan met kerkgebouwen die te groot zijn geworden en te talrijk.  En waarvan er op termijn een aantal zullen moeten sluiten.

Maar ook voor de kerk als gemeenschap geldt:  in mijn eind is mijn begin.  Als een oude vorm, een oude gestalte van kerk zijn verdwijnt, tekent er zich hier en daar in kleine groepen al zoiets af als een nieuw begin.

Of wij die nieuwe kerkgestalte nog zullen meemaken, is twijfelachtig.  'Dees langzaamheid past grote zaken', zei een dichter ooit.

Wat wij onszelf individueel en als gemeenschap mogen toewensen is door een andere dichter Adriaan Roland Holst ooit als volgt verwoord:

'Ik zal de halmen niet meer zien,

noch binden ooit de schoven

maar doe mij in de oogst geloven

waarvoor ik dien'.

 

Gelukkig is de mens die mag leven en sterven in dit geloof: 'In mijn eind is mijn begin'.

Hij of zij is dan in goed gezelschap.

Amen.

 

Marcel Heyndrikx SVD

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.