B jaar

6e ZONDAG VAN PASEN (B)  -  16 en 17 mei 2009

Handelingen 10: 25-26; 34-35.44-48.
Johannes 15: 9-17.


Zusters en broeders,

I.     Hans is 12 jaar en hij verzamelt postzegels.
Hij weekt ze af, sorteert ze, zoekt de prijs op in een catalogus.  Hij kan er uren mee bezig zijn.  Maar het is natuurlijk nog interessanter als je zoiets samen met uw vrienden kunt doen.  Daarom heeft hij nu een postzegelclub opgericht.  Compleet met statuten en al.  Hij heeft organisatorisch talent.
Volgens die statuten heeft de club een voorzitter en een aantal leden.  Die leden zijn allemaal gelijk.  leder van hen mag om de beurt eerst ruilen.  Ieder van de leden mag om de beurt een vriendje meebrengen.  Alle leden zijn gelijk, zoals u ziet.  Behalve de voorzitter.  Die wordt niet gekozen en kan ook niet worden afgezet.
Ik zeg voorzichtig, langs mijn neus weg: 'Dat met die voorzitter, Hans, klopt dat eigenlijk wel?  Waarom is die voorzitter zoiets aparts?
En Hans zegt, verongelijkt: 'Dat spreekt toch vanzelf, want die voorzitter dat ben ik'.  Het deed me denken aan die sarcastische zin van George Orwell in zijn boekje 'De boerderij van de dieren'.  'Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn een beetje meer gelijk'. (1)

II.     Over die gelijkheid van alle mensen gaat het nu ook in de eerste lezing van de liturgie van vandaag.
Een groepje christenen, van huis uit allemaal Joden want andere christenen waren er in het begin nog niet, zijn met Petrus meegekomen naar het huis van een heiden.  Het huis van Cornelius, een Romeinse officier van het garnizoen dat in Caesarea gelegerd was.  Die Joodse christenen geloven dat alle mensen door God geschapen zijn.  Maar de Joden wel iets meer.  Want Joden zijn kinderen van Abraham.  Zonen en dochters van de belofte. Erfgenamen van het Verbond.  Kortom, Gods eigen uitverkoren volk.
De andere volken, de heidenen, die zijn tweederangs.  Er zit daar toch een reukje aan.  Een Jood mag het huis van een heiden zelfs niet binnengaan, want dan wordt hij onrein.
Die Joodse christenen zijn dan ook verre van enthousiast met Petrus meegegaan.  Maar Petrus zat nu een keer met een opdracht waar hij niet onderuit kon.
De opdracht om naar dat huis van die heidense honderdman te gaan.  Een opdracht die hij van God zelf ontvangen had, in een visioen.
En daar staan ze dan, in dat huis van Cornelius.  En Petrus spreekt tot die mensen over Jezus van Nazareth en over zijn boodschap.  En dan beginnen die mensen daar warm van te worden.  Ze worden geestdriftig.  De Geest daalt op hen neer.  Daar staan die christenen uit het Jodendom verbijsterd op te kijken.  Wat God hier doet, dat is niet reglementair.  Die heidenen die de wet van God niet kennen, die niet eens besneden zijn, zelfs niet gedoopt, ontvangen nu zomaar ineens de heilige Geest!
Wat daar gebeurt wordt door Petrus als volgt verwoord: 'Nu zie ik duidelijk dat God niemand voor trekt.  God kent geen meest begenadigde mensen.  leder die God eerbiedigt en die het goede doet is God welgevallig, uit welk volk hij ook komen mag'.
Hier gebeurt er nu zoiets als de afbraak van een hele hoge, dikke muur.  Oude verschillen vallen hier zomaar ineens weg.  Niet zo heel veel later zal Paulus dat zo uitdrukken: 'Als je in Jezus van Nazareth gelooft, is het niet meer van belang of je nu Jood bent of heiden, slaaf of vrije burger, man of vrouw.  Want allen zijt gij één in Christus'. (GaI. 3:28)  Voor God zijn alle mensen gelijk.  Dat is de boodschap van de eerste lezing van vandaag.

III.     Nu verwacht ik niet dat u daar erg staat van te kijken, van die boodschap dat alle mensen gelijk zijn.
Voor ons in deze cultuur en in deze tijd, is dat niet direct wereldschokkend nieuws.  Wij zijn immers democratisch.  Dat elke mens gelijk is en gelijke kansen moet krijgen, dat is voor ons nogal evident.
Alhoewel...
Die sarcastische opmerking van Orwell: 'Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn iets meer gelijk' is een tekst die toch nog geen honderd jaar oud is.  Hij is allereerst gericht aan of tegen het communisme.  Maar gaat hij eigenlijk niet ook over ons?
Alle landen zijn gelijk, maar de rijke landen zijn wel iets meergelijk.  Mannen en vrouwen zijn gelijk, maar de mannen zijn wel iets meer gelijk.  Kijk maar naar de belangrijke functies in de politiek, in het zakenleven, in de administratie.  Of kijk maar naar onze eigen Kerk.  Alle mensen zijn gelijk, maar dan moeten ze wel vooral blank zijn.  En zeker niet illegaal.  Misschien moeten we die eerste lezing toch nog eens opnieuw beluisteren en ons afvragen: Wat hebben we daar eigenlijk mee gedaan, met die boodschap dat alle mensen gelijk zijn?

IV.     Maar met die eerste lezing en met die boodschap die daarin vervat ligt houdt het nog niet op.  Er komt nog een evangelie achteraan, en dat gaat zelfs nog een stuk verder.
Een wereld waarin alle mensen gelijk zouden zijn, dat zou al een enorme verandering
betekenen, zo'n wereld is er nog nooit geweest.
Maar gelijkheid alleen is niet genoeg.  Het zou nog een gelijkheid kunnen zijn die doet denken aan een rij betonnen palen.  Allemaal even hoog, maar zonder contact met elkaar.  Gelijkheid alleen kan nog kil zijn, koud, afstandelijk.  Voor het leven van een mens is dat niet genoeg.  Daar komt meer bij kijken.
Dat 'meer' komt in het evangelie van vandaag ter sprake.  Dat heeft een naam.  Dat heet liefde.  En nu weet ik wel hoe breekbaar dat woord is.  Hoeveel krassen er op zitten.  En hoe er daarmee is gemorst.  Maar een ander woord hebben wij niet.  En hoe je het ook draait of keert, zonder liefde heeft het leven kraak noch smaak.
'AI you need is love' er zal wel een reden zijn waarom dit liedje jaren geleden zo populair is geweest.  En er zal wel een reden zijn waarom er van één van de boeken van Phil Bosmans indertijd 150.000 exemplaren zijn verkocht.  U weet wel, dat boek met als titel: 'Mens lief ik hou van jou'.
Wie was het toch weer die ooit zei: 'Het christendom is echt de moeite waard.  Men zou het eens moeten uitproberen'.
Amen.

Marcel Heyndrikx SVD


(1)    'All animals are equal. But some are more equal than others' ORWELL G. : Animal Farm. A Fairy Story. Harmondsworth, Penguin, 1951 (First Edition 1945 MH) 120 pp.; p.114.
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.