B jaar

7e ZONDAG VAN PASEN (B)  -  31 mei en 1 juni 2003

1e Lezing: I Johannes 4: 11- 16
Evangelie: Johannes 17: 11 b-19


Zusters en broeders,

Het was op een begrafenis van iemand die betrekkelijk jong is overleden.  Zijn 50e levensjaar heeft hij niet voltooid.
Tijdens die begrafenis kwam er een man naar voren die een brief voorlas.  Hij was een vriend van jaren, die nu aan zijn overleden vriend nog een brief had geschreven.  Een brief die niet meer bestelbaar was.  Maar voor hem die achterbleef was dat blijkbaar een geschikte vorm om die dingen te verwoorden die hij in zijn overleden vriend bijzonder had gewaardeerd.
Daar moest ik aan denken bij het lezen van het evangelie van vandaag.  Hierin is ook iemand aan het woord die aan een overleden vriend terugdenkt.  Iemand, misschien de apostel Johannes, die rond het jaar 90 zijn kostbaarste herinneringen aan zijn vriend, Jezus van Nazareth, neerschrijft.  Niet in de vorm van een brief, maar in de vorm van een gebed dat hij Jezus zelf in de mond legt.  Misschien omdat het bidden van Jezus op zijn leerlingen zo'n indruk had gemaakt.  De evangelist plaatst dit lange gebed van Jezus -in zijn evangelie beslaat het een heel hoofdstuk (hfst 17)- aan het einde van die laatste maaltijd, die Jezus met zijn leerlingen hield op de avond voor zijn lijden en dood.
Het evangelie van vandaag is maar een klein stukje uit dit lange gebed.  Het gaat dan toch nog over verschillende dingen.  Maar het voornaamste gevoel dat je na het lezen of het beluisteren van dit stukje tekst overhoudt is dit: hoezeer Johannes overtuigd is van de zorg van Jezus voor zijn leerlingen.
Die zorg van Jezus heeft betrekking op drie dingen.
1.    Ze heeft op de eerste plaats betrekking op de eensgezindheid onder zijn leerlingen, op hun eenheid onder elkaar.
Het is begrijpelijk dat Johannes deze zorg vooraan heeft gezet, in het afscheidsgebed dat hij Jezus in de mond heeft gelegd.  Al heel vroeg wemelde het van conflicten in de jonge kerk.  Conflicten bv over het al of niet onderhouden van de Joodse wetten, over de omgang van Joden- en heiden-christenen met elkaar
We horen over conflicten in de gemeente van Corinthe en in die van Galatie, conflicten tussen Petrus en Paulus, tussen Paulus en Barnabas.  De schrijver van het 4e evangelie is er van overtuigd dat Jezus' zorg voor zijn leerlingen betrekking heeft op hun eenheid onder elkander, op hun verbondenheid met elkaar
2.    Die zorg van Jezus voor zijn leerlingen heeft op de tweede plaats betrekking op hun bedreigde positie in de wereld.  Rond het jaar 90 zijn er al verschillende van Jezus' volgelingen omgebracht, omwille van hun geloof in hem en in zijn evangelie.  Jezus weet wat deze vijandigheid betekent.  Hij heeft het ondervonden in zijn eigen dorp, wat het wil zeggen door mensen te worden afgewezen.  En over Jerusalem dat weigerde hem te aanvaarden heeft hij ooit geweend.  
3.    Zijn zorg is er op de derde plaats op gericht dat zijn leerlingen zouden trouw blijven aan hem en aan wat hij hen heeft geleerd.  Dat ze aan de waarheid die hij hen bracht zouden vasthouden.  Dat vasthouden aan de waarheid betekent niet alleen daar ja op blijven zeggen, met hun verstand.  Blijven in de waarheid betekent in bijbelse taal ook: die waarheid blijven doen, zich daarvoor blijven inzetten, die weg in hun leven blijven gaan.  
Dat is het wat de zorg van Jezus voor zijn leerlingen volgens Johannes omvat; zorg voor hun onderlinge eenheid, voor hun standvastigheid in een wereld die hen vervolgt, voor hun volharding in de waarheid die hij hen bracht.
Maar er is in die zorg van Jezus nog iets, dat me is opgevallen: Jezus is ook bezorgd om hun vreugde.  Hij bidt dat zijn vreugde ook in hen aanwezig zou zijn.  Over de vreugde van Jezus wordt er niet erg veel gezegd in de evangelies.  Maar hier op het einde van zijn leven, wordt ze door Jezus uitdrukkelijk vermeld.
Het doet me denken aan het slot van het boek van Gilbert Keith Chesterton: Orthodoxie.  Chesterton sluit zijn boek af met deze zin:
"Er was iets dat hij (Jezus van Nazareth) voor alle mensen verborgen hield toen hij op een berg ging om te bidden.  Er was iets dat hij geregeld bedekte met een plotseling stilzwijgen of door zich in onstuimige drang naar eenzaamheid af te zonderen.  Er was één zeker iets dat te groot was dan dat God het ons wilde tonen toen Hij op onze aarde rondwandelde.  En ik heb wel eens gedacht dat het zijn blijheid was. (1)
Ik heb die zin altijd nogal romantisch gevonden, en hem argwanend bekeken als een product van Chesterton's fantasie.  Maar ik moet zeggen dat het me dit jaar ineens opviel hoe Jezus hier op het einde van zijn leven inderdaad spreekt over zijn vreugde, en hoe hij bidt dat die vreugde ook in zijn leerlingen aanwezig zou mogen zijn.
Nu houd ik nog één vraag over: Evangelies lezen of beluisteren wij om er iets van of voor onszelf in te herkennen.  Wel: wat betekent dit stukje evangelie over Jezus' zorg voor zijn leerlingen nu voor ons?
Om daar een antwoord op te geven ga ik terug naar het verhaal over die begrafenis, waarmee ik ben begonnen.  Het was een waardige, soms ook een ontroerende begrafenis.  En toch heb ik er iets in gemist.  Dat hield verband met het feit dat het geen christelijke begrafenis was.
Wie gelooft in Jezus van Nazareth, in zijn God en in onze God, gelooft met de oude Johannes mee dat er iemand is 'die ons in de dood nog kent', die -ook dan nog- voor een mens zorg blijft dragen, hoe onvoorstelbaar dat ook mag zijn.  
Je kunt de gedachte van zo'n zorg die over de dood heengaat wantrouwen.  Je kunt je afvragen of het geen goedkope wensdroom is van iemand die de hardheid van de dood tracht te ontvluchten.  Misschien gaan dit soort vragen wel met elke gelovige mee.
Maar je kunt het ook bekijken van de andere kant.  Een andere kant die zichtbaar wordt op een begrafenis van iemand die niet gelooft in dit soort zorg.  Een begrafenis waarin het vanzelfsprekend is dat niemand daar nog in gelooft.
Het is alsof er dan op een bepaald moment een leegte opengaat -een leegte waarin of waaruit de vraag oprijst: Als alles nu afgelopen is, als er voor deze mens niets meer te verwachten is -wat heeft een mensenleven dan eigenlijk te betekenen?  Wat is een mensenleven dan uiteindelijk waard?
Men moet met dit soort vragen uiterst voorzichtig zijn, maar men kan niet altijd beletten dat ze opkomen, of zelfs niet dat ze worden gesteld.  Het kan op zo'n moment een hulp zijn om te luisteren naar wat de oude Johannes over de zorg van Jezus voor zijn leerlingen door heeft willen geven.  Een zorg die beslist onvoorstelbaar, maar misschien ook onuitwisbaar, onuitroeibaar is.  Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

1)     CHESTERTON G. K.: Orthodoxie. (Utrecht, Het Spectrum, zj.) p. 240.
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.