B jaar

8e ZONDAG DOOR HET JAAR (B)   -  1 en 2 maart 2003.

Hosea 2 : 16b 17b 21-22
Marcus 2 : 18-22


Zusters en broeders,

"God heeft wel 100 namen".  Die uitspraak is, meen ik afkomstig uit de Islam.  Men zegt er dan bij: 99 namen van Hem zijn ons bekend, maar de 100e de eigenlijke, de echte naam van God, de naam die helemaal op God van toepassing is, die naam kennen wij niet.
Met die 99 andere proberen wij God enigszins te benaderen.  Er zijn daar prachtige namen bij.  Hij wordt bv 'vader' genoemd.  Men noemt hem ook heer en koning, schepper, almachtige.  Meestal mannelijke namen, omdat de cultuur in bijbelse tijden mannelijk, patriarchaal was.  Maar tegelijkertijd weet men toch ook dat hij of zij ook moederlijk is, want er is sprake van de moederschoot van God.  Er staat immers geschreven: "Een schoot van ontferming is onze God". (1)  Ook herder heet God soms, of rots, schuilplaats en verder nog: het Woord, het Licht, het Leven en de Liefde.  Israel zegt heel vaak: "De Heilige, geprezen zij zijn Naam".
In de lezingen van vandaag kom je een naam van God tegen die ons niet erg vertrouwd is, een oude naam, dat wel, maar één die wat in de vergeethoek is terecht gekomen.  God heet in de lezingen van deze zondag:. De BRUIDEGOM.
De liefde van de bruidegom voor zijn bruid is in de Bijbel een beeld voor de verhouding van God tot zijn volk.
Israel gebruikt dat beeld van God als bruidegom vooral voor de periode, waarin het volk vanuit Egypte door de woestijn op weg was naar het beloofde land.
Terugkijkend op hun geschiedenis, -die ze overigens wel wat idealiseren -zien ze God als iemand die hen vooral in die periode intiem, liefdevol en zorgzaam nabij was.
In die tijd van 40 jaar was Hij samen met hen onderweg.  Hij ging hen voor, in de wolk overdag en in de vuurzuil bij nacht.  Hij liet het manna uit de hemel neerdalen, en de kwartels als voedsel en Hij schonk hen water uit de rots.  Een van de mooiste zinnen waarin men die nabijheid van God heeft uitgedrukt staat in het boek Deuteronomium als de auteur God zelf laat zeggen: "Uw kleed is aan uw lichaam niet versleten en uw voet is niet gezwollen, al die veertig jaar lang". (Deut. 8: 4).
Maar de profeten wijzen er telkens weer op, hoe de bruid, dat is het volk van Israel aan God, aan zijn bruidegom, ontrouw is.  Dat is al zo in de periode dat ze verblijven in de woestijn.  Ze maken daar bv een gouden kalf, en ze zeggen: dat is onze God.  Ze storen zich niet aan zijn wetten, die Hij hen heeft gegeven en die bedoeld zijn als een licht voor hun voeten, als een lamp op hun pad'. (Psalm. 119: 105)
En ze stellen God op de proef bij Massa en Meriba.  Ze zeggen: Laat ons nu eens kijken: Is Hij in ons midden of is Hij er niet? (Exodus : 17 : 7)
En het wordt er later, als ze gevestigd zijn in het land dat God hen had beloofd, niet beter op.  Ze eisen dan een koning.  En over die koningen wordt in de bijbel geregeld gezegd: Hij deed wat kwaad is in de ogen van God.  De geschiedenis van Israel is voor een goed deel een geschiedenis van ontrouw.  Die pijnlijke geschiedenis drukt de profeet Jesaja als volgt uit: "Een os kent zijn meester, een ezel de krib van zijn heer maar Israel kent zo iets niet.  Mijn volk begrijpt het niet eens". (Jesaja 1 : 3)
De profeet Hosea wordt zelfs geroepen om in zijn huwelijk met een vrouw die hem ontrouw is, de relatie van God met Israel, Gods ontrouwe bruid, uit te beelden.
Maar juist via deze profeet, de profeet Hosea, wil God aan zijn volk duidelijk maken dat Hij de bruidegom, aan zijn volk trouw blijft.  Hij wil opnieuw met zijn volk, met Israel beginnen.  Via Hosea zegt God:

"Ik neem u als mijn bruid voor altijd
in recht en gerechtigheid
in goedheid en erbarming
als mijn bruid in onverbrekelijke trouw" (Hosea 2: 21)

Zo is dat beeld van God als bruidegom van zijn volk naar voren gekomen in het eerste of in het oude Testament.  Het eindigt daar dus op een belofte, een belofte zoals Hosea ze formuleert, een belofte die naar de toekomst verwijst.  De rabbijnen, de joodse geleerden, zien dan ook de tijd waarin zij zelf leven, als de verlovingstijd van God met Israel.  De tijd van de volkomen vereniging van God met zijn volk, dat noemen ze de tijd van het huwelijk.  En die verwachten ze in de toekomst, wanneer de Messias komt.

II.     In het Nieuwe Testament treedt God dan ook op in een nieuwe gestalte.
De messias, de gezalfde, de gezondene van God wordt nu de bruidegom genoemd.  In het evangelie van vandaag, het evangelie volgens Marcus gebruikt Jezus zelf dat beeld.  Hij noemt zich hier de bruidegom.  En de periode waarin hij leeft, de periode waarin hij namens God de komst van het Koninkrijk van God aankondigt, is de tijd waarin God zijn belofte vervullen zal en zich intiem met Israel verenigen wil.  Zoals dat vroeger het geval was met de periode dat Israel verbleef in de woestijn, zo wordt nu de tijd dat Jezus met zijn leerlingen op aarde rondgaat, de bruidstijd genoemd.  In die feestelijke periode kunnen de leerlingen ook niet vasten.  Daarom staat er in het evangelie van vandaag: "Kunnen de vrienden van de bruidegom (dat zijn Jezus' leerlingen) vasten, zolang de bruidegom bij hen is?"
Maar opnieuw loopt het mis.  In het eerste verbond was het volk aan God ontrouw.
In het tweede verbond wijst het Gods aanzoek af.  Ze aanvaarden Jezus van Nazareth, die namens God een nieuwe tijd aankondigt niet.  "De zijnen ontvingen hem niet" schrijft de evangelist Johannes. (Joh. 1 : 11)  Een afgewezen liefde die tragisch eindigt: de bruidegom, de Messias, wordt gedood.

III.     Na die tweede mislukking, verschuift dat beeld van God als bruidegom nogmaals naar de toekomst toe, maar deze keer tot over de grenzen van de tijd.  In de Openbaring van Johannes, waar het gaat over het einde van de wereld en wat daarna komt, is er opnieuw sprake van God als bruidegom.
Maar nu neemt de bruidegom de gestalte aan van de Messias die gestorven en verrezen is.  Die Messias wordt afgebeeld als een lam, omdat hij zonder zich te verzetten, zoals een lam dat zich niet verzet als het wordt weggeleid om geslacht te worden, zijn leven in volle overgave voor zijn volk heeft gegeven.  In de Openbaring van Johannes vindt het beeld van God als bruidegom van zijn volk zijn voltooiing in de bruiloft van het Lam. (Openbaring: 19:7)
Waar het in dit beeld om gaat is dit: In het beeld van de bruidegom wordt er gezegd dat God een God van liefde is.  Een God die trouw blijft aan zijn mensen - door dik en dun.

De vraag waar wij nu voor staan is deze: Hangt dat beeld zo maar ergens te zweven?  Raakt dat voor ons nog ergens reële grond?  Sluit dat ook nog maar ergens aan bij onze ervaringen ?
Als we nu even God buiten beschouwing laten, als we ons nu eens beperken tot een liefde die trouw blijft, ondanks alles, ondanks alle ontrouw zelfs - is dat reëel?
Wel, je komt iets van die aard inderdaad soms tegen onder mensen.
Zeldzaam wellicht, ja-maar het komt voor: een liefde die onvoorwaardelijk, een liefde die onverwoestbaar is.

Soms kom je haar tegen bij een moeder, die op alle mogelijke manieren door een kind is bedrogen.  En die liefde van die moeder blijkt dan toch stand te houden door alle pijn, die onnoembaar is, heen.
Soms vindt je dit soort liefde bij een vrouw voor een man.  Een man bijvoorbeeld die zich op een bepaald moment in zijn appartement heeft opgesloten.  Niemand geraakt bij hem naar binnen, maar in zijn appartement dat op de derde verdieping ligt staat er wel een raam open.  En dan kruipt een vrouw die hem liefheeft vanuit een ertegenover liggend appartement over een strijkplank langs dat raam naar binnen omdat ze vreest dat hij in nood is of een wanhoopsdaad zou kunnen begaan.
Soms is het de liefde van een man voor een vrouw, die door een auto-ongeluk verlamd is, levenslang gehandicapt.  En hij blijft haar verzorgen, de jaren door.
Ik heb die drie gevallen niet verzonnen.  Ik heb ze alleen wat vervormd, om ze onherkenbaar te maken.
Liefde die onvoorwaardelijk, liefde die onverwoestbaar is -het komt voor onder mensen.   Zeker weten.  Zelf gezien.
En de Bijbel zegt: wel, in die lijn, in die richting, moet je God denken.  Hem of haar, dat maakt niets uit.  De Heilige, zegt Israel, geprezen zij zijn Naam.  Of in een andere taal: De Bruidegaam "met hart en ziel aan ons getrouwd". (Z.J. 540)

Marcel Heyndrikx SVD

(1)    Gezangen voor Liturgie (Baarn, Goor en Sticht 1996) nr. 600 "Misera misericordia (Luc. 1:72)
 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.