C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

1e ZONDAG VAN DE 40-DAGENTIJD. (C) - 3 en 4 maart 2001.

Deuteronomium: 26:4-10
Lucas: 4 : 1-13

Zusters en Broeders,

Eerste zondag van de Vasten, of van de 40-dagentijd: Evangelie over Jezus' bekoringen in de woestijn.

Raar verhaal. Met een duivel die met Jezus discuteert. Met bekoringen die nu precies de onze niet zijn .

Van dichterbij bekeken heeft dit verhaal twee kanten.

Er is een buitenkant aan. Die bevat al de dingen welke vreemd zijn voor ons: de woestijn, de duivel, de aanhalingen uit de H. Schrift.
Maar het verhaal heeft ook•zoiets als een binnenkant. Die bestaat uit de drie antwoorden, die Jezus aan de duivel geeft. Als je die drie antwoorden bij elkaar zet, heb je zoiets als een portret van Jezus van Nazareth. Daarom zou je dit verhaal over Jezus' bekoringen ook kunnen noemen: Zelfportret van Jezus, in drie lijnen.

1. Eerste lijn -dat is het eerste antwoord aan de duivel: "De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord dat uit Gods mond komt". (Mattheüs)

Woorden van God -er zijn er algemene, voor alle mensen bedoeld, maar er is ook een woord van God voor elke mens apart. Dat is de eigen opdracht, de eigen zending, de eigen roeping die elke mens van God ontvangt.

Zo'n woord, zo'n opdracht, heeft Jezus van Nazareth ook van God ontvangen. Van dat woord, van die opdracht van God, heeft hij geleefd.

Hij zegt dat ooit heel uitdrukkelijk tot een vrouw, een Samaritaanse die bezig is water te putten uit een bron. Jezus vraagt haar om te drinken. Er ontstaat een heel gesprek tussen die twee. Eerst over haar, dan over hem. Zijn leerlingen die eten gaan kopen waren, komen uit het dorp terug. Ze zeggen, rabbi, eet toch iets. Hij zegt: Ik heb iets anders om te eten. Gewoontegetrouw verstaan ze hem niet. Ze denken: Is er hier soms iemand geweest die hem eten heeft gebracht? Maar hij zegt: "Waar ik van leef, wat mijn voedsel is, dat is de wil van mijn vader. De zending, dat woord dat ik van hem heb ontvangen, daar leef ik van". En daarover had hij net gesproken met die vrouw. Dat had hem gevoed. (Johannes 4:1-48)

Eerste lijn van zijn zelfportret: De mens leeft niet van brood alleen maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

2. In de tweede bekoring daagt de duivel hem uit om eens te laten zien dat hij de zoon van God is: spring eens van de tempeltoren en laat eens zien dat God er voor zorgt dat je je nek niet breekt. (bij Lucas is dit de 3e)

Zijn antwoord is: 'Ge zult de Heer uw God niet op de proef stellen.' De Israëlieten hebben dat namelijk ooit gedaan, God op de proef gesteld. Ze waren -niet toevallig- toen ook in de woestijn. Ze leden dorst en water was er niet. En hun geloof in God zakt weg. Ze houden het niet vol. Ze dagen God uit; ze stellen hem op de proef. Dat Hij nu maar eens laat zien dat Hij ons beschermt. Is Hij nu in ons midden of is Hij er niet? Ze dwingen God als het ware om voor hen te zorgen, op de manier en op het moment dat niet Hij maar dat zij zelf gaan bepalen. (Exodus 17:1-7) Ze hebben God als een ondergeschikte behandeld, ze hebben Hem in hun dienst gesteld.

Dat heeft Jezus van Nazareth altijd geweigerd. Ze hebben hem vaak genoeg daartoe uitgedaagd. Farizeeën en schriftgeleerden eisten dat hij zo'n verpletterend wonder zou doen. Dat hij een teken uit de hemel zou geven, waar niemand meer onderuit zou kunnen. Iets waar iedereen van omver zou vallen. Hij is daar nooit op ingegaan. Hij heeft God nooit gedwongen om eens en voor goed en zonder dat iemand er nog kon aantwijfelen te tonen dat Hij aan de kant van Jezus van Nazareth stond. Geloof in God, geloof in Jezus als iemand die door God gezonden is, dat kan niet worden afgedwongen. Geloof is een vorm van vertrouwen en van overgave.

Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen: de tweede lijn van Jezus zelfportret. Hij heeft God nooit uitgedaagd om een superwonder te doen en op die manier al zijn vijanden, zijn tegenstanders, plat te slaan.

3. In de derde bekoring biedt de duivel aan Jezus de heerschappij over heel de wereld aan. Op voorwaarde dat hij hem, de duivel zal aanbidden.

Het derde antwoord van Jezus is dit: Ge zult de Heer uw God beminnen en Hem alleen dienen. Dat is de derde lijn van zijn zelfportret.

Andere goden: bezit, succes en macht -hij heeft ze in zijn leven nooit aanbeden.

Hij heeft zijn God lief gehad en hij hield van mensen, de minstens eerst.

Drie lijnen en één zelfportret. Jezus van Nazareth. Mens uit één stuk. Nooit gezien. Niet op die manier.

Er moet wel iets worden aan toegevoegd.
Hij heeft het niet voor niets gekregen. Hij is een beproefd, een bekoord, een aangevochten mens geweest.

Behalve in die bekoringen zelf wordt dat uitgedrukt in twee beelden: het beeld van de duivel en het beeld van de woestijn.

De woestijn heeft voor Israel onder andere de betekenis van de plaats waar de duivel woont. Ge vindt dat in het boek Leviticus. Er wordt gezegd dat de hogepriester elk jaar een bok moet uitkiezen. In een plechtige ceremonie draagt de hogepriester de zonden van de mensen over op die bok (daar komt ons woord, de zondebok, vandaan). En dan moet die bok naar Azazel worden gestuurd, in de woestijn. Azazel is de naam van een duivel. En zijn woonplaats is de woestijn.

Als er staat dat Jezus door de Geest naar de woestijn wordt gedreven, dan is dat voor elke jood duidelijk: hij gaat het gevecht met de duivel aan.

De duivel wordt voorgesteld als een persoon, maar hij staat voor alles wat in je zelf protesteert, wat er van af wil, wat er niets voor voelt om dat woord van God dat tot jou is gericht uit te voeren.

Jezus is aangevochten geweest, heeft met dat woord van God dat tot hem was gericht geworsteld. Hij is letterlijk en figuurlijk in de woestijn geweest.

Je zou kunnen zeggen: hij is niet één keer, hij is drie keer in zijn leven in de woestijn geweest.

Aan de beproeving in de woestijn, aan het begin van zijn openbaar leven, beantwoordt de beproeving in de tuin aan het einde van zijn leven, in de laatste nacht, in de hof van Getsemane. Dat is zijn tweede woestijnperiode. En de derde tijd van beproeving, zijn der- de woestijntijd, maakt hij door op zijn sterfbed, aan het kruis.

Drie keer beproefd, en telkens is het iets zwaarder, iets gruwelijker.

De eerste keer komt er nog geen bloed aan te pas. In de woestijn schudt hij de beproevingen bijna moeiteloos van zich af. In de tuin van Getsemane staat er dat hij water en bloed heeft gezweet. Aan het kruis lijkt hij er bijna aan ten onder te gaan. Niet alleen letterlijk.

Eén van de bekoringen uit de woestijn komt daar bijna letterlijk terug. Toen was het de duivel, nu zijn het de omstanders die zeggen: "Laat eens zien dat God achter je staat. Eis eens van God een wonder, dat ons allemaal versteld doet staan. Kom eens van uw kruis af, dan zullen we geloven."

Uitgeput en gemarteld tot de dood komt hij op de rand van de wanhoop terecht. Hij zegt of kreunt: "Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? Waarom laat je me hier alleen?"

Maar God loslaten doet hij niet: Hij eindigt zijn leven met een woord van overgave en van vertrouwen -toch, uiteindelijk toch - "Ik leg mijn Geest in uw handen". De Geest, zijn Geest, de Geest die hem bezielde, die hem voortdreef, die hem niet losliet en die hij niet losliet -nooit.

Zelfportret in drie lijnen. Getest, in het leven getoetst. En daardoor echt geworden, levensecht, en authentiek bevonden.

Bekoring en beproeving in de woestijn: Gebeurt zoiets nog? Kom je dat nog tegen ? Heb je dat ooit gezien? Meegemaakt ?

Een man, een vrouw, ergens diep van overtuigd. Die iets als de opgave van en voor hun leven hebben gezien. Iets in de trant van: inzet voor gerechtigheid, liefde voor zieken, zwakke mensen.

Op een persoonlijke manier. In heel eigen omstandigheden. Tekens eenmalig, op die manier maar één keer:

En dat wordt dan getest, getoetst. Door onzekerheid van binnenuit. Door spot van buiten- af. Gelooft ge dat gij de wereld gaat veranderen? Denk je echt dat je mensen kunt bekeren? Dat ze onbaatzuchtig gaan worden? Wie is er nu zo naïef om te denken dat je op mensen kunt vertrouwen?

Denken, blijven denken, tegen alles in, dat het toch kan, dat je daaraan trouw moet blijven, dat je anders aan jezelf ontrouw wordt, en dus ook aan datgene wat God in jouw handen heeft gelegd. Wie daar doorheen gegaan is, die verstaat dat verhaal over Jezus bekoringen in de woestijn. Want hij of zij is daar zelf geweest.

Wilt u een naam?

Bijvoorbeeld : Dag Hammerskjold.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.