C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

23e ZONDAG DOOR HET JAAR (C) - 4 en 5 september 2010

Wijsheid 9: 13 -19.
Lucas 14 : 25 - 33.

Zusters en broeders,

Er zijn stukjes evangelie, die hebben een omkadering nodig. En het evangelie van deze zondag is er één van.

Daarmee beginnen we.

I.      Er waren in hoofdzaak twee groepen mensen waar Jezus van Nazareth het moeilijk mee had.

De eerste groep was een groep mensen die een soort elite vormden: Farizeeën, Sadduceeën, schriftgeleerden en de clan van de Hogepriester Ze voelden zowel hun gevestigde ideeën als hun positie door die nieuwe leer van hem bedreigd. Ze proberen hem dan ook al heel vroeg vast te zetten, in een val te lokken en vrij spoedig ook uit te schakelen.

Ze vormen een gesloten front. Op een bepaald moment vraagt er één van deze mensen: 'Heeft er soms één van de overheden of van de Farizeeën in hem geloofd?' (Joh. 7:48) Niet dus. Ze staan vijandig tegenover hem, vrijwel 'en bloc'. Nicodemus is een uitzondering. (Joh. 3:1 ;7:50;19:39)

De tweede groep waar Jezus van Nazareth het moeilijk mee had was van een totaal andere aard. Dat zijn mensen die behoren tot het gewone volk. Die groep is niet vijandig, die is juist wild enthousiast. Maar om de verkeerde redenen. Ze zien in hem een Koninklijke Messias, één die het koninkrijk van David komt herstellen, die hen komt bevrijden van de Romeinen, die een gouden tijd inluidt - een land van melk en honing in het verschiet.

In dat stukje evangelie van vandaag richt Jezus van Nazareth zich tot die tweede groep.

Hij is onderweg naar Jerusalem, en voelt aan wat hem daar te wachten staat. En juist dan is er sprake van talloze mensen, die met hem meetrekken. Het misverstand is bijna tragisch. Zij lopen achter iemand aan van wie ze denken dat hij een triomfantelijke Messias is. En hij zelf voorziet zijn lijden en zijn dood. Precies aan deze mensen tracht hij duidelijk te maken hoe volkomen verkeerd hun ideeën over hem en over zijn opdracht wel zijn. Dat is het kader.

H ij gaat er hard tegen aan: Hij zegt tot hen: 'Wie zijn vader of moeder, broers of zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan mijn leerling niet zijn.' Alleen al aan dat woord 'haten' zie je, hoe fors hij tegen hun vergulde dromen in gaat. Hij forceert hier. Haten? Dat is toch niet iets van hem? Hij is het toch die in zijn bergrede zegt dat je zelfs je vijanden moet liefhebben. (Matt . 5: 44) Je ouders haten? Hij neemt het ergens anders op voor de ouders, tegen hebzuchtige Farizeeën die een godsdienstig smoesje hebben verzonnen om hun behoeftige ouders financieel niet te moeten ondersteunen. (Marc. 7: 11-12) En vlak voor zijn dood aan het kruis drukt hij nog zijn zorg voor zijn moeder uit. Hij vraagt aan één van zijn leerlingen, aan Johannes, om voor haar te zorgen. (Joh. 19 :26- 27) Mattheüs heeft dan ook dat woord 'haten' vervangen en datgene waar het om gaat als volgt uitgedrukt: ' Wie zijn vader of moeder meer bemint dan mij is mij niet waard'. (Matt .10:37) Als je bedenkt dat het Hebreeuws of het Aramees een voorliefde heeft voor sterke uitdrukkingen, als je verstaat dat het hier gaat om de vraag om zich zelfs van zijn naaste familie, zowel als van zijn bezit en zelfs van zijn eigen leven omwille van hem te onthechten, is het duidelijk dat hij hier probeert die droom van een soort triomfantelijke Messias de kop in te drukken. 'Het is duidelijk dat Jezus met deze paradoxale taal een schokeffect bereiken wil', zegt een commentator. (1)

 

II.     Zijn vraag aan die tallozen die met hem mee op weg zijn naar Jerusalem -'tallozen', zo staat het er -heeft iets van ironie. Hij zegt: dat meetrekken met mij, zou je er niet eerst nog eens goed over gaan nadenken? Denk eens aan die man die een toren wou bouwen en op een bepaald moment geen geld meer heeft om voort te doen. Had hij niet beter eerst eens goed nagedacht? En die koning die oorlog begon te voeren met een veel te klein leger, had die niet beter eerst overleg gepleegd?

Je kunt van alles over deze toespraak zeggen, maar het is een vreemde manier om propaganda te maken voor uw zaak. Het is overigens niet de enige keer dat hij mensen die met hem mee trokken voor de keuze heeft gesteld. Na de rede over het brood, het brood dat zijn lichaam is, staat er in het evangelie van Johannes: 'Ten gevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap'. Waarop Jezus aan de twaalf vroeg: 'Wilt ook gij soms weggaan?' (Joh. 6 : 66-67 ) Om te leren hoe je moet reclame maken voor uw zaak, daarvoor zul je toch naar iemand anders moeten gaan. Jezus van Nazareth maakt aan mensen duidelijk wat dat kost of althans kosten kan, als ze met hem mee willen gaan. Hij doet het niets eens in een mooie verpakking. Hij doet er zelfs geen strikje rond.

 

III.     Maar waarom in Gods naam, als de prijs zo hoog is, als dat zoveel kosten kan,- je familiebanden, je bezit, zelfs je eigen leven -, waarom zou je dat dan doen, met hem mee gaan? Ik denk dat er in hem iets te zien moet zijn geweest. Kijk maar eens hoe het ging, met die mensen die toen achter hem aan zijn gegaan.

Het begint bij enkelen die al leerlingen waren van Johannes de Doper. Het is Johannes die hen op Jezus attent maakt. Die leerlingen van Johannes gaan dan naar Jezus toe, en niet goedwetend wat zeggen - hoe begin je zo' n gesprek -, vragen ze: 'Meester, waar woon je eigenlijk? En hij zegt :'Kom maar eens kijken'. En dan staat er :'Ze bleven bij hem, de hele dag'. Ze weten naderhand, jaren later zelfs, nog precies hoe laat het toen was. Ze moeten daar iets gezien hebben. Hij heeft hen gefascineerd. Ze zijn zo vol van hem dat één van hen meteen aan zijn broer vertelt: 'Wij hebben de Messias gevonden'. (Joh. 1 :35 - 42) Zij hebben daar iets meegemaakt, ze hebben iets in hem gezien.

Iets meemaken met hem, dat overkomt zelfs de soldaten die er op uit zijn gestuurd om hem aan te houden. Als ze met lege handen terugkeren en tekst en uitleg moeten geven waarom ze hem niet bij zich hebben geven ze als verklaring: 'Nooit heeft iemand zo gesproken als die man'. (Joh. 7:46) Een vreemde verklaring voor militairen die een bevel moesten uitvoeren.

Ze hebben iets in hem gezien:Wàt ze in hem gezien hebben wordt duidelijk wanneer hij op een bepaald moment aan de twaalf vraagt of ook zij misschien naar huis willen gaan. Dan zeggen ze niet alleen: 'Waar zouden we naartoe moeten trekken?' 'Ze zeggen ook: 'Wij geloven en wij weten dat gij de Heilige van God zijt'. (Joh. 6:66- 71) De Heilige van God ...

Dat is het dus wat ze in hem hebben gezien. De Heilige van God. Iets van de Heilige geprezen zij zijn naam, - dat zagen ze in hem. De manier waarop hij leefde en werkte, waarop mensen kostbaar waren voor hem, waarop hij bad, waarop hij zich verzette tegen onrecht, waarop hij in beelden sprak over God en over Gods koninkrijk - er ging licht van hem uit, een licht dat van verder kwam, van de overkant. Er waren toen mensen die dat in hem hebben gezien

Zo is dat zelfs gebleven, de eeuwen door. Je kunt er een heel stel vinden, bv in het Romeinse martelarenboek. Zo is het nog, tot op vandaag. Jawel,ook nu nog. Er zijn er nog altijd, die gaan achter hem aan. En als het echt is maakt het niet eens veel lawaai. Maar wie deze mensen ooit gezien heeft weet: je hoeft niet bang te zijn dat het christendom verdwijnen zal. Natuurlijk, het zou niet de eerste keer zijn dat het op een bepaalde plaats ten onder gaat. Zo is het Christendom bv verdwenen uit Noord Afrika waar Augustinus leefde, uit Turkije en uit praktisch heel Klein-Azië, waar Paulus jonge kerken stichtte. Maar altijd opnieuw kwamen er, daar of elders, mensen thuis die hem hadden ontdekt, die in hem iets van de Heilige hadden gezien, en die wisten: Hij is het en dit is het wat in staat is om aan mijn leven richting en inhoud te geven. En iets belangrijkers is er niet. Uiteindelijk, in laatste instantie, zelfs mijn vaderen mijn moeder niet, zelfs mijn eigen leven niet.

Als je nu van hieruit de eerste lezing van vandaag nog eens bekijkt: Zou het dat niet zijn wat er daar 'wijsheid' wordt genoemd?.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1) 'Ce langage paradoxal veut manifestement faire choc'.(SEYNAEVE Jacques : Exigences de la condition chrétienne'. Assemblées du Seigneur. 23e Dimanche Ordinaire. Paris, Cerf) p. 69.

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.