C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

27e ZONDAG DOOR HET JAAR (C)   -   6 en 7 Oktober 2001

Habakuk 1: 1-2 ; 2:2 - 4.
Lucas 17: 5-10.

 Zusters en broeders ,

 Om maar met de deur in huis te vallen: dat geloof waar de profeet Habakuk over spreekt en waar de apostelen om vragen -verandert dat iets in een mensenleven?

Het ziet er in ieder geval niet altijd naar uit.  Die buurman van u bv die van nr. 23, die zegt dat hij in niets gelooft en die geloven in God eigenlijk maar naïef vindt, dat is de eerste die bijspringt als er ergens hulp nodig is.  Hij zelf en zijn vrouw zijn actieve leden van Greenpeace.

Terwijl in uw eigen familie mensen zitten die wel gelovig zijn, maar feitelijk niets over hebben voor een ander.  En ze zouden een frank in tweeën bijten.  Er zitten blijkbaar overal goeie mensen en mensen waar je niets aan hebt, zowel bij gelovigen als bij niet gelovigen.

Dat is een eerste benadering van die vraag of het geloof iets verandert in een mensenleven.

Maar misschien is daarmee toch nog niet alles gezegd.

 

Er zijn twee artikelen die me in de laatste weken in handen zijn gekomen,en die me verder aan het denken hebben gezet,over die vraag of het geloof iets verandert in een mensenleven.

Het eerste artikel ben ik kwijtgeraakt.  Wie het geschreven heeft weet ik ook niet meer, maar ik weet nog wel waar het over ging.

De aanleiding voor het artikel was het feit dat in de Verenigde Staten Timothy Mc Veigh ter dood was gebracht.  Door een bomaanslag had hij zes jaar geleden 168 mensen gedood.  Hij is daarvoor ter dood veroordeeld en die doodstraf is ook uitgevoerd.

Er is toen in de USA en elders heel wat geschreven, voor en tegen de doodstraf.  Daartoe behoorde ook dat ene artikel, dat me speciaal is bijgebleven.  De auteur van dat artikel merkte iets op, waar ik nog nooit had bij stilgestaan.  Hij zei ongeveer het volgende: in onze tijd is er met de doodstraf zélf iets gebeurd.  Ze is nl. vergeleken bij vroeger, anders geworden.

Het verschil zit hem hierin.  De grote meerderheid van de mensen geloofde vroeger in een leven na de dood.  De doodstraf was toen ook erg, maar ze was niet het ergste wat een mens kon overkomen.  Als iemand toen vanwege een misdaad ter dood was veroordeeld en ter dood zou worden gebracht, was voor hem of voor haar nog niet alles definitief voorbij.  Als hij of zij voor zijn of haar dood tot inkeer kwam en berouw had, dan wachtte hen nog een ander leven, aan de overzijde van de dood.

Maar sinds dat geloof bij het grootste deel van de mensen verdwenen is, valt er niets meer te verwachten na de dood.  En dat maakt de doodstraf zoveel zwaarder.  Omdat de dood nu het karakter heeft gekregen van iets absoluuts, iets definitiefs.

Op dit gebied verandert het geloof dus inderdaad iets in een mensenleven.  Het verandert in elk geval de visie op de dood.

Het tweede artikel heb ik bewaard.  Het is een interview met Mark Elchardus, socioloog, professor aan de VUB in Brussel. (1)

In dat interview spreekt Elchardus onderandere over het klimaat in onze huidige samenleving.  Hij constateert dat er in onze huidige maatschappij veel onvrede merkbaar is, veel frustratie en agressie, veel ergernis over van alles en nog wat.  Hij noemt dat de verzuring in onze samenleving.  Hij vindt dat vreemd, omdat we het nog nooit zo goed als nu hebben gehad.  We hebben in tijden geen oorlog meer meegemaakt, we hebben over het algemeen een job die goed betaalt, goede sociale voorzieningen, en één van de beste systemen van gezondheidszorg in de wereld.  En toch is er die onvrede, dat verzuurd klimaat.

Elchardus doet een poging om de verklaring te vinden van die verzuring.  Hij noemt een stuk of vijf mogelijke oorzaken op.  De eerste reden echter die hij noemt is de volgende.  Mensen hebben nogal massaal de katholieke kerk verlaten.  Maar daar is niets voor in de plaats gekomen.  Ze zijn bv zich niet gaan aansluiten bij het georganiseerde humanisme.  Er lijkt een gat te zijn ontstaan, een soort leegte.

Als het geloof verdwijnt, schijnt er toch iets te worden gemist in een mensenleven.

En zo hebben die twee artikelen mij opnieuw aan het denken gezet over die vraag: Dat geloof waar Habakuk over spreekt en waar de apostelen om vragen, verandert dat iets in een mensenleven?

Om nu een lang verhaal kort te maken: ik denk inderdaad van wel.

Wat het geloof doet zou je als volgt kunnen samenvatten: het geloof is een remedie tegen het pessimisme, tegen de moedeloosheid, tegen de wanhoop.

Want er leeft nogal wat pessimisme bij velen van ons.

En dat is niet te verwonderen.  Als je elke avond het nieuws op de TV bekijkt, dan wordt je daar zelden vrolijker van.  Je wordt geconfronteerd met beelden van oorlog in Tsjetsjenië, in Burundi, in Soedan.  Met de gevolgen van terrorisme in Algerije, in Israel en de bezette Palestijnse gebieden, en sinds 11 september nu ook nog in Noord Amerika.

Voeg daar dan nog het gevoel van onzekerheid, van onveiligheid aan toe, de agressie in het verkeer, het grote aantal zelfdodingen, ook en vooral bij jonge mensen -je zou van minder pessimistisch worden.

Over geloof gesproken, wel ik denk dat het geloof juist hieraan, juist aan dit pessimisme, iets verandert.  En wel om drie redenen:

1° De eerste reden is dat het iets verandert aan onze visie op de MENS.  We zijn geneigd de mens louter te zien als een hoger ontwikkeld dier, intelligent, dat wel, maar bijzonder egoïstisch, blijkbaar instaat tot zoveel corruptie; zoveel wreedheid, zoveel boosaardigheid -onvoorstelbaar.

Het christelijk geloof ontkent dat niet integendeel.  Al helemaal in het begin van de Bijbel wordt er verteld dat de ene broer de andere doodslaat.  En het wordt er in het verdere verloop van de geschiedenis niet beter op.  Om maar iets te noemen: mee van de meest nobele mensen waren de profeten, maar geen van hen is in zijn bed gestorven.

Maar aan dit verhaal over de mens voegt de Bijbel wel nog iets toe.  Behalve al die duisternis leeft er ook nog iets anders in de mens.  Hoe wreed, hoe vals, hoe

gedegenereerd een mens ook mag zijn, er blijft in hem of haar iets dat nooit helemaal wordt verwoest, iets wat nooit totaal verloren gaat.  Met een poëtische uitdrukking noemt de Bijbel dat: het beeld van God, het beeld van Hem die de mens geschapen heeft.  Er staat immers geschreven:

God schiep de mens naar zijn beeld,

als het beeld van God schiep Hij hen

man en vrouw schiep Hij hen (Gen. 1 :23 )

Dat is het eerste, wat het geloof verandert: het verandert iets aan onze pessimistische visie op de mens.

2° Het tweede is dat het geloof iets verandert aan onze visie op de GESCHIEDENIS.

Het ziet er dikwijls naar uit alsof de geschiedenis een zinloos op en neer gaan is, een ronddraaien in een cirkel.  Iets dat op die manier zal doorgaan, totdat hier alles vervriest of de warmtedood sterft.

Voor wie gelooft is er toch nog iets anders aan de hand in onze geschiedenis.

Wie gelooft heeft weet van een belofte, van Gods belofte die op de geschiedenis betrekking heeft.  Die belofte komt hier op neer dat er doorheen alle gruwel, afbraak en verwarring heen, in onze geschiedenis ook iets wordt opgebouwd.  Die belofte zegt dat het leven hier op aarde toekomst heeft.  Hoe die er uit zal zien weet niemand.  Er wordt alleen in beelden over gesproken.  Bv: dat nieuwe dat wordt opgebouwd wordt genoemd: Koninkrijk van God, of ook wel nieuwe schepping, nieuwe hemel, nieuwe aarde.

De geschiedenis is geen zinloze bedoening.  Ze is, hoe moeizaam ook, naar een toekomst op weg.

Dat is het tweede wat het geloof verandert.  Het verandert onze visie op de geschiedenis.

3° Het geloof levert nog een derde bijdrage.  Maar het is heel moeilijk om daar iets over te zeggen, zonder misverstand op te roepen.

Het geloof biedt aan mensen ook een bepaalde GEBORGENHEID.

Gelovigen kennen, denk ik, evenveel pijn, evenveel duisternis, evenveel ontgoocheling als mensen die niet geloven.  En toch zie je bij hen die werkelijk geloven een soort overtuiging,- soms, een enkele keer, uitzonderlijk: een ervaring- dat ze er niet volkomen alleen voor staan, dat in laatste instantie er toch iemand is die naar hen omziet.  Zo'n gelovige was het die psalm 23 geschreven heeft:

De Heer is mijn herder,het ontbreekt mij aan niets.( .. )

Al moet ik het duister in van de dood

ik ben niet angstig, U bent toch bij me.

onder uw hoede durf ik het aan;

Geloven verandert dat iets in een mensenleven?

Ik denk het wel.  Het verandert onze visie op de mens, op de geschiedenis, en het schenkt een apart soort geborgenheid.  Geloof is een remedie tegen het pessimisme.

In een klimaat van pessimisme kan het leven niet echt groeien; zich niet echt ontplooien en het kan zeker niet genoten en gevierd worden.

Geloof is levenbevorderend, omdat het het pessimisme aan kan.

Misschien krijgt dat oude woord van Habakuk in dit kader wel een nieuwe betekenis: De rechtvaardige zal leven - van het pessimisme bevrijd -door zijn of haar geloof.

Amen.

 

Marcel Heyndrikx SVD

 

 

(1)       Gazet van Antwerpen, 28-29 juli 2001. Titel: Spreken over een apenland bevordert de stemming niet, socioloog Mark Elchardus evolueert paars-groen: antwoord op Dutroux

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.