C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

2e ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD (C)  -  3 en 4 maart 2007

Genesis 15:  5 - 12. 17-18.
Lucas 9:  28b - 36.

Zusters en broeders,

Er zijn van die vragen die heel simpel zijn.  Alleen het antwoord valt soms wat moeilijk uit.
Zo'n vraag is bv.: Waar leven mensen nu eigenlijk van?  Wat heeft een mens nodig om te leven?
Als je daar wat langer over nadenkt, kom je er achter, dat er op die vraag meer dan één antwoord moet worden gegeven.  Of anders gezegd: dat is een vraag die ge kunt stellen op meer dan één niveau.  Het antwoord er op gaat dan steeds dieper.

1.            Het eerste antwoord op de vraag wat mensen nodig hebben wordt ons aangereikt in en door de taal.  In de taal komt er een uitdrukking voor waarin gezegd wordt dat er dingen zijn die we broodnodig hebben.  Brood: dat is inderdaad het eerste dat mensen nodig hebben.  Brood staat hier dan wel voor voedsel: het kan ook rijst zijn of maniok, of maïsmeel.  Voedsel en drank, dat hebben we nodig.  We hebben het soms over 'leven op water en brood'. Dat is geen vetpot, verre van, maar er valt blijkbaar op te leven.

2.            Er over nadenkend ontdek je een dieper niveau waarop die vraag 'Wat heeft een mens nodig om te leven?' terugkeert.
In een gedichtje dat ouders die hun kindje lieten dopen mij hebben aangereikt geeft Toon Hermans het volgende antwoord.
Hij zegt daarin tot de ouders:

'Leer de kinderen liefde,-voordat je ze leert lopen
want al leer je ze lopen -zonder liefde gaat het niet.

 Leer de kinderen liefde -voordat je ze leert spreken
want al leer je ze spreken -zonder liefde gaat het niet.

Leer de kinderen liefde -de zin van het bestaan
Wijs ze waar in het gras verborgen bloemen staan

Leer de kinderen liefde.
't is zo vaak gesproken, gezegd in elke taal
Leer ze van iemand houden, als het kan van allemaal'.

Is dit genoeg? Redden we het hier mee?  We komen er zeker een heel eind mee, en toch komt die vraag: Wat heeft een mens nodig om te leven nog eens terug, op een derde, nog dieper niveau.

3.            ln Dostojevski's parabel van de Grootinquisiteur wordt er verteld dat de Christus op aarde terug gekeerd is, maar de kardinaal Grootinquisiteur heeft hem gevangen laten nemen.  's Nachts echter gaat die Grootinquisiteur de gevangene opzoeken.  Hij zegt tot hem dat hij veel te naïef is geweest.  Hij zegt: U wilde dat de mens u in vrijheid zijn liefde zou geven en u uit vrije wil zou volgen, maar ze kunnen dat helemaal niet aan.  Daarom is het maar goed dat de kerk de zaken in handen heeft genomen en de mensen met haar autoriteit en met haar wetten regeert.
Maar in een opzicht hebt u gelijk gehad:  Het geheim van het menselijk bestaan is niet alleen gelegen in het verlangen om te leven, maar ook in het verlangen iets te hebben om voor te leven.  Zonder een duidelijke voorstelling van datgene waarvoor hij leeft .zal de mens niet willen leven.  Hij zal zichzelf eerder vernietigen dan op aarde te blijven -ook al lagen er overal broden om hem heen .(1).
Dat is dus het derde dat een mens nodig heeft om te leven.  Behalve brood en liefde heeft hij of zij een doel nodig, een vergezicht, een ideaal, of hoe je het ook noemen wilt.  Een visie op de toekomst.
Over zo'n doel, over zo'n visie op de toekomst gaat het in de twee lezingen van vandaag.  Die visie op de toekomst is telkens vervat in een visioen.
Visioen wordt in het woordenboek van Van Dale omschreven als: een innerlijk gezicht.  Er valt dus niets te filmen of te fotograferen.  Het voltrekt zich binnenin een mens of binnenin mensen.
Visioen van Abraham, waarin God hem laat zien hoe talrijk zijn nakomelingen zullen zijn, en waarin God aan Abraham belooft dat aan die nakomelingen een groot wijd land ten deel zal vallen.
In het evangelie van vandaag gaat het eveneens om een visioen.  De evangelist Mattheüs noemt het uitdrukkelijk zo. ( Matt. 17:9)
De toekomst die in dit visioen aan Jezus van Nazareth wordt getoond, omvat twee aspecten.
Het eerste aspect heeft betrekking op de plaats die hij in zal nemen.
In dit visioen op de berg verschijnen Mozes en Elia aan Jezus: Mozes staat daar voor de Wet, Elia voor de profeten.  Jezus wordt als de voornaamste persoon, in hun midden geplaatst.  Omdat hij het is die de Wet en de profeten zal vervullen 
Het tweede aspect van die toekomst heeft betrekking op zijn opdracht.  Die ligt vervat in het gesprek dat Mozes en Elia met hem voeren.  Lucas zegt: Ze praten met hem over zijn uittocht, er staat: over zijn exodus.  Dat verwijst naar de Uittocht van Israël uit Egypte.  Maar Israël was tijdens die tocht steeds weer ontrouw aan God: ze vereerden een gouden kalf, ze stelden God op de proef, door te zeggen: Is Hij nu in ons midden of is hij er niet?  De opdracht van Jezus bestaat er nu in om in zijn uittocht, een uittocht uit het leven, die eerste Uittocht,die van Israël, die door ongeloof en ontrouw was gekenmerkt, goed te maken.
In tegenstelling met die eerste Uittocht zal de Uittocht van Jezus er één zijn van geloof in zijn Vader en in trouw aan zijn roeping.  Aan het eind van die Uittocht trekt ook hij een nieuw land binnen, het land van het verheerlijkt bestaan, waarin hij zich tijdens dit visioen reeds geplaatst ziet.
Zo is in dit visioen de toekomst van Jezus aan hem verschenen.  Hij daalt met zijn leerlingen af van de berg.  Het visioen is voorbij, het leven herneemt zijn rechten.  Maar de Uittocht van Jezus kan beginnen.  Hij weet vanwaar hij komt, en hij weet waarheen hij gaat.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1)          Cf. Dostojevski F. De groot-inquisiteur (Soest, Kosmos, 1992) pp. 21-22.

 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.