C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

33e ZONDAG DOOR HET JAAR (C)  -  17 en 18 oktober 2007.

Maleachi 3: 19 - 20 b.
Lucas 21: 5 -19.

Zusters en broeders ,

Een beetje kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat de Bijbel een boek is dat over de toekomst gaat.  Dat begint al bij het eerste bijbelboek, het boek van de schepping.  We zijn nog maar drie hoofdstukken ver, of je stoot al op een verwijzing naar de toekomst.  En dat gaat zo verder, heel de Bijbel door, tot de laatste verzen van het laatste bijbelboek.
Maar die toekomst waar de Bijbel het over heeft, blijft eeuwenlang beperkt tot een toekomst hier op aarde.  Het gaat over een toekomst waarin bv aan mensen die onvruchtbaar zijn de geboorte van een kind wordt aangekondigd, of waarin een land van melk en honing in het vooruitzicht wordt gesteld, of de komst van een bevrijder wordt beloofd.  Toekomst -maar een toekomst die niet over de grenzen van dit leven en de grenzen van deze aarde heen gaat.
Pas vanaf ongeveer 200 voor Christus, een tijd waarin gelovige Joden worden vervolgd om hun geloof, wordt er gesproken over een toekomst aan gene zijde van de dood.  Dan gaat het over een toekomst waarin God over dit leven en zijn geschiedenis een oordeel vellen zal.  Aan het begin van deze wereld sprak God zijn eerste woord.  En in deze periode - en vanaf deze periode - verwacht men een toekomst, waarin God zijn laatste woord over onze geschiedenis spreken zal.
Een laatste woord, dat tegelijk een nieuw begin zal zijn.
Over die toekomst gaat het in de twee lezingen van vandaag.

I           Waarin bestaat die toekomst, wat verwacht men daar eigenlijk van?
Het eerste wat men van dat laatste, dat definitieve oordeel, dat Gods oordeel is verwacht is: Dat recht en slecht uit elkaar zullen worden gehaald.  Dat de misdaad en de misdadiger zullen worden ontmaskerd.  Dat er eindelijk en uiteindelijk recht zal worden gedaan.
Het tweede wat men verwacht is dat het goede zal worden erkend en zal worden geëerd.  Dat, voor het eerst en voor goed, de goede mens, de rechtvaardige, zegt de Bijbel, ook de overwinnaar zal zijn.
Op sommige plaatsen in de Schrift duikt er nog een derde soort verwachting op.
Eén die van een heel aparte orde is
De gelovige mens verwacht namelijk ook zoiets als een leven in intimiteit met God.  Die verwachting vindt ge in de vorm van een verlangen in sommige psalmen, in de vorm van een belofte vooral in het laatste boek van de Bijbel, in de Openbaring van Johannes.  Daar wordt die intimiteit met God als volgt verwoord:
'Wie overwint zegt God, zal ik geven een witte steen, en op die steen een nieuwe naam die niemand kent dan hij of zij die hem ontvangt'. (Openb. 2 : 17)  De intimiteit van twee, die elkander op die manier kennen, op die manier elkaar nabij zijn.  In een ander beeld wordt dat visioen van de toekomst zo uitgedrukt: 'Zie, Ik sta voor de deur en ik klop.  A!s iemand mijn stem hoort en de deur voor mij opent, zal ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met mij'. (Openb. 3: 20).
Al vroeger, in psalm 73 werd het verlangen naar die intieme nabijheid met God zo tot uitdrukking gebracht :     

'Bij U, ik ben altijd bij U.
Gij houdt mij vast,uw hand in mijn hand.
Alles zult Gij ten goede leiden.
Gij voert mij mee in uw raadsbesluit.
Wat is de hemel voor mij zonder U?
Wat moet ik op aarde als Gij niet bestaat?
Al wordt mijn lichaam ook afgebroken, al sterft mijn hart,
Gij zijt mijn rots, mijn God,
de toekomst, die op:mij wacht'.  (Ps. 73 : 23 - 26).

II.         Hoe komen ze daarbij?  Waar steunt die verwachting van de toekomst op?
De verwachting van die definitieve toekomst, die met dat oordeel van God begint, steunt op drie pijlers:
            1.           De eerste pijler is de overtuiging dat God trouw is.  Hij heeft aan Mozes zijn Naam bekend gemaakt, Hij heeft over zichzelf gezegd dat Hij heet: 'Ik zal er zijn'.  En die naam van hem, zijn eigen wezen, dat kan God niet verloochenen.  In de tweede brief aan Timotheus staat er: 'Ook als wij ontrouw zijn, Hij blijft trouw.  Want zichzelf verloochenen kan Hij niet'. (II Tim. 2: 13)  Op die trouw van God is de hoop van de Bijbelse mens op een uiteindelijke toekomst gebouwd.  De dood en de ondergang, die zullen er ooit komen.  Maar ook daar en ook dan zal Hij er zijn.
           2.           De tweede pijler waar dat geloof in de toekomst op berust is de verrijzenis van Jezus van Nazareth.  In hem is dat leven aan gene zijde al begonnen.  In hem heeft God laten zien dat het laatste woord niet aan de dood is, dat het laatste woord opnieuw een scheppend woord zal zijn.  De trouw van een mens, de trouw van Jezus van Nazareth, wordt beantwoord door de trouw van God.
          3.           De derde pijler waar het geloof in de toekomst op rust is de ervaring van de liefde.  Van haar is er gezegd dat ze sterker is dan de dood.  In haar, die een gave is, een geschenk van de Geest van Jezus -of je dat nu weet of niet - in haar is dat leven van de toekomst al aanwezig, in ons en onder ons .

III.        En waar staan wij nu eigenlijk?  Hoe is het met ons wat betreft dat geloof in die uiteindelijke toekomst?
Als er nu ergens twijfel over is, als er één geloofspunt is waar ook gelovige mensen vandaag vraagtekens achter zetten, dan is het wel het geloof in deze toekomst, het geloof in een laatste oordeel en in een leven na de dood.  De apocalyptische taal waarin er over dat laatste oordeel gesproken wordt zit daar zeker voor iets tussen.  Die taal is ons volkomen vreemd.  We zijn bovendien wantrouwig geworden, en vragen ons af of het geloof in zo'n toekomst na de dood geen vorm is van wishful thinking, geen vorm is van zelfbedrog.

Maar merkwaardig toch, er is van dat geloof in Gods laatste oordeel hier en daar iets over gebleven.  Zelfs op plaatsen waar je dat niet verwacht.  Eén van de mensen bij wie je dat niet zou gaan zoeken is de Duitse socioloog en filosoof Max Horkheimer. (1895-1973)  Die zag geen kans om in God te geloven vanwege al het lijden en het onrecht in de wereld.  Maar hij kwam wel steeds weer terug op iets wat alle vormen van ongeloof niet konden uitwissen: Het verlangen namelijk of de verzuchting dat de moordenaar niet -uiteindelijk niet -over zijn onschuldig slachtoffer zou triomferen (1).

Die hoop, die uiteindelijke hoop op dat laatste, dat verlossende woord, dat begin van een nieuwe toekomst - ik ben die hoop wel meer tegen gekomen.  In zijn meest bescheiden vorm, even kwetsbaar als pretentieloos, neemt het geloof in Gods oordeel en in een leven na de dood onder ons soms de gestalte aan van de hoop.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1)     Horkheimer Max : Die Sehnsucht nach dem ganz Anderen.  Hamburg, Furche, 1970, p. 62.
"Die Sehnsucht danach, dass der Mörder nicht über das unschuldige Opfer Triumpheren möge".

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.