C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

GOEDE VRIJDAG. 1989

 

 

Ze hebben Hem van het kruis afgenomen.

Ze hebben Hem in een graf gelegd. Haastig, geïmproviseerd.

Het was bijna sabbath, dan mocht er niet meer worden gewerkt. Ze zijn naar huis gegaan.

Het dode lichaam lieten ze achter, de dood namen ze mee in hun hart. Dat bestaat: de dood in het hart.

Hun gedachten draaiden rond als in een carrousel.

Ze dachten aan woorden die Hij had gezegd. Aan dingen die Hij had gedaan. Ze zagen zijn gezicht weer voor zich, zijn handen, zijn gebaren. Ze kwamen altijd terug bij dat zelfde punt. Ze liepen vast op zijn dood.

Ze zagen weer de spijkers door zijn handen, de doornen rond zijn hoofd. De lans die door zijn hart was gegaan. En dan dat kruis, altijd dat kruis. Zo begon de periode na zijn dood.

 

Wat is daar later eigenlijk mee gebeurd, met dat kruis?

Het antwoord is heel simpel, en het zal u misschien teleurstellen: het is verloren geraakt.

U moet daarbij wel bedenken hoe zij tegen zo'n kruis aankeken. De Romeinse jurist Cicero, die een eeuw vroeger leefde, zei dat de kruisdood de gruwelijkste en de afschuwelijkste doodstraf was die er bestond.

De joodse wet kende de kruisdood niet. Misdadigers werden soms opgehangen aan een paal. En daarover stond er geschreven- in het Boek Deuteronomium (Deut. 21:23 -Gal 3:13) : Van God vervloekt is wie er hangt aan zo'n stuk hout.

Er was niet veel reden waarom ze dat hout zouden hebben bewaard. Bovendien werden ze een paar dagen later helemaal onderste bovengesmeten, door de ontdekking dat hij nog bleek te leven.

Dood is dood, maar de dood was lek, er zat een gat in de dood.

Ze moesten iets verwerken waar ze geen voorstelling van hadden.

Dat een dode door God was opgewekt. Dat kwam in heel hun traditie niet voor. Van niemand werd dat verteld. Van Abraham niet, van Mozes niet, van David niet, van geen een van de profeten.

De toekomst die leek dichtgespijkerd, werd open gebroken. Iets nieuws, iets onverwachts, iets ongeziens maakten ze mee.

Aan dat kruis heeft toen niemand gedacht. Ge denkt toch niet dat ze het zijn gaan vereren? Ge gaat toch ook geen galg vereren, of een guillotine, of een elektrische stoel.

 

Er is wel dit: Tegen het einde van de eerste eeuw begint de evangelist Johannes het kruis te zien als een soort troon: de Heer is omhoog gestegen, hij heeft het kruis bestegen. Hij heerst vanaf het hout.

In de volgende twee eeuwen zullen de kristenen soms wel een kruis ergens aan brengen, maar nooit een Christus op dat kruis. Het was gewoon te stotend voor hun gevoel.

Daar is verandering ingekomen met Konstantijn. Die had het kruis op een soort standaard gemonteerd en zijn troepen hadden hun vijanden overwonnen. Hij schreef die overwinning toe aan Gods tussenkomst. In die periode meende men ook het kruis te hebben teruggevonden. Op Golgotha zou men het hebben ontdekt. In elk geval werd er door Konstantijn een basiliek gebouwd boven het H. Graf in Jerusalem. Die basiliek werd in 335 ingewijd en het teruggevonden kruis werd aan de mensen ter verering aangeboden.

Van dan af gaat het kruis naar de gekruisigde verwijzen en wordt het kruis ook zelf vereerd.

Eeuwen later worden er zelfs kruistochten ingericht en komen er kruisvaarders. Die brengen stukjes van het kruis mee uit het H. Land. En die stukjes worden dan vereerd. De priester zegent na de Mis met de relikwie van het H. kruis.

Kruis en kruisteken gaan nu het leven van mensen door trekken. Ouders geven aan hun kinderen een kruisje. En ze leren aan die kinderen ook om een kruisje te vragen

Gezelle dicht :          't Eerste dat mij moeder vragen

leerde, in lang verleden dagen,

als ik hakkelde, ongeriefd

nog van woorden, 't was, te gader

bei mijn' handtjes doende: ‘Vader,

geeft me 'en kruisken, als 't u belieft!’

 

Ze begonnen en beëindigden iets met een kruisteken

Voor mensen iets nieuws begonnen maakten ze een kruisteken.

V

oor ze op reis gingen, gaven of kregen ze een kruisje.

Voor en na het eten maken ze een kruis. Over elk brood dat aangesneden werd, werd eerst met het broodmes een kruisteken gemaakt. En voor wij zaterdags avonds een nieuw hemd aantrokken, leerde moeder ons een kruisteken maken.

Op die manier ging het kruis met mensen mee doorheen hun leven. En de stervende mens hield het kruisbeeld in zijn hand. Als hij of zij gestorven was kwamen vrienden en kennissen afscheid van hem of haar nemen. En ze zegenden het dode lichaam met een palmtakje, in de vorm vaneen kruis. Met het kruis voorop ging men vanuit de kerk de dode uitgeleide doen naar zijn graf. En boven dat graf werd een kruis gepland. Hij rustte voortaan in de schaduw van het kruis.

 

Waarom heb ik u die hele geschiedenis verteld, op deze Goede Vrijdag, in deze viering van Hem die gekruisigd werd?

Omdat de tijden aan het keren zijn.

Die oude manier om het kruis te vereren trekt weg uit onze cultuur. Ze is ons vreemd aan het worden.

Hoeveel mensen geven hun kinderen nog een kruisje, of leren hun kinderen om een kruisje vragen? Hoeveel maken nog een kruis voor of na het eten, of beginnen een nieuw werk met het teken van het kruis? Om over het kruis over het brood nog maar niet te spreken. Kruisjes verdwijnen als sieraad, je komt ze ook steeds minder tegen in de huiskamers. Het kruis en het kruisteken in deze vormen van verering horen tot een andere tijd, tot een periode die voorbij is. Mensen voelen er zich onwennig bij, min of meer beschaamd.

Je kunt zelfs zeggen dat het hele christelijke leven zoals we het hebben gekend aan het verdwijnen is uit onze cultuur. We krijgen het geloof niet meer overgedragen aan onze kinderen, we slagen er niet meer in om het door te geven.

En dat is voor velen van ons een pijnlijk iets. Een boek over jongeren en kerk kreeg als titel mee: "Gaat nu allen heen in vrede". En een ander heet "Volgend jaar misschien".

Het Christendom loopt in West-Europa en Noord-Amerika sterk terug -of het neemt agressieve vormen van zelfverdediging aan.

Ik denk niet dat wij moeten proberen om koste wat kost die vormen van vroomheid uit een vroegere periode vast te houden. Wij hebben iets belangrijkers te doen.

We zullen ons opnieuw en diepgaand op ons geloof moeten bezinnen. We zullen voor dat geloof een nieuwe taal moeten vinden, en nieuwe vormen om het uit te drukken. We zullen zelf nog door een stuk dood, de dood van het oude vertrouwde heen moeten gaan. Dat loslaten van het oude en het zoeken naar nieuwe taal om over de gekruisigde en de verrezene te spreken dat is een opgave die levensbelangrijk is.

 

Want als straks Kerstmis het feest van de kerstman is geworden en Pasen het feest van de paashaas, en als Pinksteren alleen nog maar betekent: een verlengd weekend, dat het begin van de zomer vakantie aankondigt, dan zal er wel een grote leegte ontstaan

Dan zal er op een bepaald moment zo'n jonge jongen of een jong meisje een kruisbeeld tegen komen. Ze zullen er tegenaan lopen. Het opnieuw op hun manier ontdekken. En ze zullen het wellicht iets vreemd vinden, iets bizars: een man die op een plank aan een balk is vastgenageld.

En ze zullen je dan misschien vragen wie die man is geweest, en wat hij had gedaan of misdaan.

Als hij of zij dat alleen maar vraagt zoals ze je ook soms vragen wie maarschalk Foch of wie Napoleon is geweest, dan kun je rustig verder gaan met je afwas,of met het kijken naar TV. Die informatie geef je dan wel tussen de bedrijven door.

Maar het kan ook zijn dat zo 'n jonge mens iets meer vermoedt, dat hij of zij met die vraag terugkomt en aandringt, dan zul je er tijd voor moeten maken, er samen voor gaan zitten. Om dat uit te leggen, in je eigen woorden, en in hun eigen taal. Daar kun je je het beste maar al op voorbreiden want dat komt.

En het zal een groot moment zijn.

Want er is er daar dan weer één, die zoekt naar de betekenis van dat kruis, en van Hem die daar aangestorven is. Misschien, dat kan, wie weet- is er daar één onderweg om kristen te worden.

Een groot moment.

Want die aan dat kruis is gestorven heeft ooit gezegd dat, waar er twee of drie op die manier in zijn naam samen zijn, hij zelf in hun midden is. Zo zullen ze daar dan zitten, die twee.

Hij is ooit opgestaan op de derde dag. En dat is lang geleden.

Maar Hij is in de loop van de geschiedenis al dikwijls opgestaan.

Hij zal zonder twijfel in deze of in de volgende generatie opnieuw opstaan. In aparte mensen of in groepen mensen -niemand van ons die het weet.

En dan zullen er opnieuw zijn die even verbaasd als die eerste generatie zullen zeggen, in hun eigen taal:

De Heer is verrezen hij is waarachtig verrezen -alleluja.

 

Marcel Heyndrikx SVD

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.