C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

GOEDE VRIJDAG 1990.

 Zusters en broeders ,

Een mensenleven, zegt de franse schrijver Paul Claudel, lijkt op een landschap. Om een landschap goed te leren kennen moet je gaan staan op het hoogste punt. Van daaruit kun je dan de hele streek overzien.

Een mensen leven heeft meestal ook zo'n hoogste punt. In het leven van Jezus van Nazareth ligt dat op die heuvel, juist buiten Jerusalem, waar zijn kruis op stond. En wie Jezus van Nazareth begrijpen wil, die zal zich af moeten vragen:

Hoe is hij hier eigenlijk terecht gekomen?

Wie of wat heeft hem deze dood aangedaan?

 

Wanneer we heel ver teruggaan in zijn leven, naar het eerste verhaal over hem, waarin hij zelf een actieve rol speelt dan horen we daarin dat zijn ouders hem kwijt zijn geraakt. Hij was na het paasfeest in Jerusalem achter gebleven. Zijn vader en moeder zochten hem overal, dagenlang, tot ze hem vonden in de tempel. Zoiets is van alle tijden. En de reactie van zijn moeder is dat ook: Jongen, jongen, waarom heb je ons zoiets aangedaan?"

En dan komt er iets vreemds. De angst die ze hadden uitgestaan zullen ze nog wel kwijt zijn geraakt, maar het antwoord dat hij op die vraag van zijn moeder gaf, zijn ze waarschijnlijk nooit meer vergeten. Hij zei: Waarom hebben jullie toch naar mij gezocht? Wisten jullie dan niet dat ik in de dingen van mijn Vader moest zijn?"

Ze wisten van niets.

Ze hadden hem pas terug gevonden en ze raakten hem door dit antwoord opnieuw kwijt. Op een andere manier kwijt.

Achteraf gezien -van op die heuvel waarop zijn kruis stond gezien -was de kern van zijn leven in dat antwoord aan zijn moeder al aanwezig. Hij was zo intens met God verbonden dat hij Hem zijn Vader noemde -Abba, papaatje -het was niet gebruikelijk bij de joden. En het programma van zijn leven ligt al vervat in dat eerste zinnetje dat er van hem staat opgeschreven: Hij moest in de dingen van zijn Vader zijn.

Wat dat concreet allemaal inhield is ook voor hem waarschijnlijk pas in de loop van zijn leven duidelijk geworden. En weerom terugkijkend: Van op die heuvel gezien, kwam het hier op neer: Hij heeft op een nieuwe manier de God van Israel zichtbaar gemaakt.

Israel had zijn God leren kennen als een bevrijdende God. Hij had hen uit Egypte bevrijd. En later uit de gevangenschap in Babylon. ln zijn psalmen bidt de gelovige Israëliet dan ook tot God: Mijn Helper zijt Gij toch, en mijn Bevrijder.

Die God, die bevrijdende God, die zal Jezus van Nazareth op een nieuwe manier zichtbaar maken.

Hij komt bv. op zijn weg mensen tegen die door kwade geesten zijn bezeten. Wat dat ook betekenen mag. En hij bevrijdt die mensen, in de kracht van die andere Geest, de Geest van God, die in hem woont.

Hij voelt zich zo sterk met die bevrijdende God verbonden, dat hij mensen helen kan. Heel-maken kan. Genezen kan. De doven, de blinden, de lammen, de kreupelen, de melaatsen, ze zijn er allemaal. Ze zwermen om hem heen: "De mensen schoolden samen, als vissen om hem heen" staat er in een nieuw kerklied.(Oosterhuis)

En ze verheerlijkten God, die bevrijdende God, die zulke grote dingen door hem deed.

Dat is natuurlijk prachtig. Dat is geweldig. Wie zou daar tegen kunnen zijn ?

Maar hij ging verder. En toen werd het dubieus.

"Die bevrijdende God, weet je waar die op lijkt?" zei Jezus van Nazareth. Die lijkt op een vader en die had twee zonen. En de jongste die geraakt niet door zijn puberteit. Die zet zich tegen zijn vader af, die eist zijn erfdeel op, die trekt de deur achter zich toe. Hard. En die vader die zegt niet: "Hij heeft ook nooit gedeugd, hij komt hier niet meer binnen. Ik heb hem genoeg verwittigd". Die vader die zegt niets. Die vader blijft zijn jongen trouw .En die gaat af en toe eens kijken of hij hem in de verte nog niet ziet terug komen. En als die zoon van hem dan op een bepaald moment inderdaad terugkomt -ge moet niet vragen hoe, dan geeft de vader een groot feest. Alsof er iemand uit de doden was weergekeerd, zo staat er.

"Kijk", zegt Jezus van Nazareth, "zo is die bevrijdende God van ons. Je zou Hem liefde kunnen noemen".

Hij is een God die ook de schurftige schapen niet afschrijft. En Jezus van Nazareth gaat ook hierin zijn God achterna. Hij is nogal eens te vinden in verdacht gezelschap. De serieuze mensen spreken er schande van ook daar hij zegt: "Wie heeft er nu het meeste een dokter nodig: de zieke mensen of de gezonden". En hij vist ze allemaal op. Hij zegt tegen hen: "Je mag opnieuw beginnen, je zonden zijn je vergeven".

Maar die daar op zijn vingers staan te kijken, die zeggen: "Zonden vergeven kan hij dat? Kan hij dat ook al?"

Zijn God kan dat. En die God van hem, die bevrijdende God, die in hem aanwezig is, die kan dat ook.

En hij gaat nog een stap verder. Hij speelt met vuur.

Nu zegt hij zelfs dat er bij God meer vreugde is om één van die bandieten die zich bekeert, dan over 99 fatsoenlijke mensen die helemaal geen bekering nodig hebben. Hij wil duidelijk maken: zo kostbaar is één mens, in Gods ogen. Eén geschonden mens.

Maar er waren er bij wier haren recht overeind gingen staan als ze zoiets hoorden. Nu waren de goeie mensen ineens niets bijzonders meer. En de slechte waren eigenlijk de goeie. Waar haalt hij dat eigenlijk vandaan? Waar staat dat in de Schrift? Die man is gevaarlijk, die zet de dingen op hun kop.

Hij zette de zaken inderdaad op hun kop. Want in plaats van degenen die volgens de traditie, door God met rijkdom waren gezegend, waren nu ineens de armen zalig. Want, zei hij, die staan veel meer open voor die bevrijdende God. In plaats van Israëls dappere strijders, zoals Josua en David en de anderen  werden nu de zachtmoedigen zalig geprezen de vredestichters. In plaats van je te verdedigen als je werd aangevallen, moest je zo liefdevol zijn, dat je de ander zelfs je andere wang reikte. Zo zou jouw liefde zijn agressie overwinnen. In plaats van je vijanden te haten, moest je ze liefhebben. Want God, die een bevrijdende God is, wou ook die mensen bevrijden, door jouw liefde.

Hoever gaat hij het eigenlijk drijven? Wat krijgen we straks nog allemaal te horen ?

Zijn familie zag het ook niet meer zitten. Geloven in hem deden ze toch al niet. (Joh 7:5) Maar nu zeiden ze: "Jongens we moeten hem mee zien te krijgen, naar huis. Want hij is gek geworden. Het staat er letterlijk, bij Markus (3:21) Maar alleen bij Markus.

En tenslotte gaat hij echt te ver. Bijna roekeloos.

Degenen die niet openstaan voor God, door die bevrijdende God die liefde is -en dat zijn nu juist de vromen, de geroutineerde godsdienstigen, de mensen van het gezag -die begint hij nu aan te pakken.

Ze hebben het wel uitgelokt. Ze hebben hem eens geconfronteerd met een vrouw, die op overspel was betrapt. Over de man wordt er weer eens niets gezegd. Het geval was duidelijk, en de wet was duidelijk. De wet zegt: Stenigen. En hij zeg: Oké jongens, wie wil mag beginnen. Maar hij moet er dan wel zeker van zijn dat hij zelf propere handen heeft. En hij begint doodgemoedereerd -hoe heeft hij het verzonnen -te schrijven in het zand. Ze staan perplex. Maar er is daar een slimme bij en die heeft het ineens door. En die maakt dat hij weg komt. En toen knepen ze er allemaal tussen uit. De oudsten eerst, maar de oudsten, dat zijn de mensen van het gezag. Dat zijn de notabelen. God weet wat hij daar allemaal aan het schrijven was. Ze hebben het nooit geweten. Maar ze hebben hem dit affront ook nooit vergeven. Niet de vrouw die gezondigd had stond op het laatst in haar hemd, maar al die brave burgers, die haar zo graag hadden gestenigd. Want wet is wet, of niet?

Hij heeft hen aangevallen, omdat ze een mens, een vrouw tot een prooi hadden gemaakt. En die God van hem, die bevrijdende God, die hield van haar -die hield όόk van haar.

Het is niet bij die ene aanval gebleven.

Hij verweet de schriftgeleerden hun hardheid. Hun pure uiterlijke onderhouding van de wet. Hij vroeg hoe het zat met dat hart van hen. Hij verweet de wetgeleerden dat ze ondraaglijke lasten op de schouders van de mensen legden. En dat ze die zelf met geen vinger aanraakten. Want zij wisten altijd nog wel een wettelijk achterpoortje om er aan te ontkomen.

Hij vertelde een verhaal waarin een rouwmoedige tollenaar en een trotse farizeeër voorkwamen. En een ander waarin een priester en een leviet aan een mens in nood voorbijliepen. En wie raapte die mens op? Uitgerekend zo 'n afvallige, zo'n stuk Samaritaan!

Hij preekte een God die liefde is, een God die mensen wou bevrijden, maar zij hadden geen behoefte aan zo'n God, ze hadden genoeg aan hun eigen God, die van de wet. Hij kreeg ze op die manier allemaal tegen. Hij schopte hen een geweten, zoals alle profeten voor hem dat hadden gedaan. Maar zoiets doe je niet ongestraft.

Dat is dan het eerste antwoord op die vraag waarvan we zijn vertrokken: Wie of wat heeft hem op dat kruis doen belanden? Het eerste antwoord is: dat hebben zij gedaan. Zij: dat zijn de Farizeeën, de schriftgeleerden,de priesters, het Sanhedrin, kortom het gezag in Israel. Ze waren hem beu, ze vonden hem gevaarlijk. Pilatus werd ingeschakeld, die maakte het karwei af. Goedschiks of kwaadschiks, we weten het niet precies.

Maar dat is niet alles. Er is nog een tweede antwoord, en dat gaat dieper.

Dat antwoord luidt: Hij heeft daar zelf voor gekozen. Niet dat hij zo graag wou sterven. Bij de gedachte alleen al, heeft hij water en bloed gezweet. Hij was nog zo jong, begin de dertig. Hij heeft gebeden dat die kelk aan hem voorbij zou gaan.

Want hij heeft dat natuurlijk aan zien komen.

Maar wat hij had geloofd, dat hij had gepreekt, wat hij met alle kracht die in hem was had voorgeleefd,-daar kon geen doodsbedreiging hem van af houden. Zijn God was en bleef een bevrijdende God, een God die mensen liefheeft, de armsten eerst. Voor die boodschap wou hij desnoods sterven. Maar wel: desnoods.

Had hij niet zelf gezegd dat de liefde tot God voorrang moest hebben in het leven? Dat je zelfs bereid moest zijn je vader en je moeder, je kinderen, je bezit, ja zelfs je eigen leven op te geven? Hij was bereid zijn boodschap te ondertekenen met zijn eigen bloed. Dàt heeft hem tenslotte op dat kruis terecht doen komen.

 

Sedertdien is één ding zeker: Als God bestaat, dan ziet Hij er zo uit, zo bevrijdend, zo liefdevol, als Jezus van Nazareth Hem heeft verkondigd en beleefd. En als je ergens iets van God kunt zien, dan is het in Jezus van Nazareth. Of in mensen die leven zoals hij.

Daarom wordt er gezegd in een gebed

"Die zoeken wat verloren is

die bij de neergedrukten zijn

die met hun hart en ziel en hun verstand

trachten het ergste leed iets te verzachten,

die openbaren u

(…) die zijn van uw geslacht.

(Oosterhuis: Gebeden en psalmen, p. 210)

 

Amen.

 

Marcel Heyndrikx SVD

 

 

Litt:      CLAUDEL P. : Jeanne d'Arc au bûcher. Paris, Gallimard, 1955, 94 p., p. 7

GROLLENBERG L : Jezus, weg naar hoopvol samenleven.

Baarn, Bosch en Keuning,1974,128 p.,p.62-72.

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.