C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

GOEDE VRIJDAG 1992

 Zusters en Broeders,

'Dit schilderij werd door de joodse kunstenaar Marc Chagall gemaakt in 1938'
Het lijkt een neutrale mededeling. Een zin voor een kunstcriticus of voor een gids in een museum.
Maar dat is schijn.
Er zit in die zin een verborgen tragiek.
En dat heeft te maken met dat jaartal, 1938.
Dat was voor de joden in Europa geen jaar als een ander. In de nacht van
9 november van dat jaar trokken burgers en soldaten in Duitsland de straat op. Al wat joods waf moest het ontgelden. Joodse huizen werden verwoest, joodse winkels werden geplunderd, meer dan 100 synagogen werden in brand gestoken. De joden zelf werden uit hun huizen gesleurd, achtervolgd,gemarteld en soms gedood.
Vanwege al dat glas dat aanscherven gegooid werd, heeft die nacht een cynische naam gekregen. Hij heet nu de kristalnacht.
"Dit schilderij werd door
de joodse kunstenaar Marc Chagall gemaakt in 1938 "
Iemand die het voor de eerste keer zag, zei 'het lijkt wel de ondergang van de wereld'.
En het is dat ook, de ondergang van hun wereld, voor de joden in Europa.
Op de rechterkant van het doek staat een brandende synagoge. Op de grond ligt een thorarol, dat is een rol met de boeken van de H. Schrift. Die rol ligt daar in rook
op te gaan. Rechts beneden zie je een jood die nog wat bezittingen in een zak heeft kunnen stoppen en nu wegvlucht. God weet waar naartoe. Gewoon weg. De rechterkant van het doek stelt West-Europa voor. De linkerkant Oost-Europa. Daar zie je Russische soldaten met rode vlaggen een joods dorp binnenvallen en verwoesten. Die het nog kunnen vluchten weg in een boot. Die boot zal nooit aankomen. Zij wisten dat niet, wij weten het nu.
1938 Marc Chagall schildert de ondergang van de wereld. De wereld van de joden. In Oost-Europa en in West-Europa.
Dat zou
op zich al genoeg zijn, meer dan genoeg. Zelfs voor een Goede Vrijdag.

Maar er staan nog twee dingen op dat doek. Twee hele vreemde dingen. Twee dingen waar ik nog iets zou willen over zeggen.
Midden
op dat doek, midden in dat leed van die joodse ondergang, heeft de jood Marc Chagall een gekruisigde Christus geschilderd. En dat is heel vreemd. En het tweede: dat kruis en die gekruisigde staan in het licht, in een bundel licht die van boven komt.
Wat hebben die twee dingen te betekenen?

I.          Om met dat kruis te beginnen: Chagall heeft aan dit schilderij een titel meegegeven: de witte kruisiging. Maar het had ook een andere titel kunnen dragen. Bv de terugkeer van Jezus van Nazareth te midden van zijn volk.
Ik ben niet absoluut zeker, maar ik denk
dat dit nog nooit gebeurd is, in geen 1900. Dat nl. een joodse kunstenaar jood geboren en jood gebleven, een gekruisigde Christus heeft geschilderd. En dan nog wel te midden van het lijden van het joodse volk. Ik denk dat er meer dan één jood met dit schilderij moeite moet hebben gehad.
Want omdat een aantal joden Jezus van Nazareth aan Pilatus hadden overgeleverd om gekruisigd te worden, werden de joden vanaf de Middeleeuwen in West europa Gods moordenaars genoemd. In naam van de gekruisigde werden ze eeuwenlang vervolgd. Weet u dat het honderden jaren in verschillende landen de gewoonte is geweest dat christenen
op Goede Vrijdag de straat optrokken om een strafexpeditie uit te voeren tegen de joden? Het kruis van Jezus van Nazareth was voor joodse mensen eeuwenlang een bedreiging, een vijandig teken.
Chagall heeft die situatie doorbroken. Hij heeft Jezus van Nazareth o
pnieuw ontdekt. Hij heeft hem op dit schilderij laten terugkomen, hem teruggeplaatst te midden van zijn volk. Hij schildert hem uitdrukkelijk als een jood.
Dat zie je bv aan dat opschrift boven zijn kruis: Jezus van Nazareth, koning der joden. Het staat er in het Latijn, de taal van de Romeinen, maar he
t staat er ook in het Aramees, in Jezus' eigen taal, in de taal van Jezus eigen volk. Want Jezus van Nazareth was een jood.
Je ziet dat ook aan zijn lendendoek. Dat is geen gewoon stuk doek. Dat is een doek zoals een gelovige jood dat omdoet als hij gaat bidden. Net franjes, en met twee zwarte strepen. Een Joodse gebedsdoek. Want Jezus van Nazareth was een jood.
Je ziet dat nog ergens aan. Chagall heeft dat kruis van Jezus geplaatst bovenop een kandelaar. Die zevenarmige kandelaar is typisch joods. Hij stond in de tempel van Jerusalem. En hij staat nog steeds in heel veel joodse huizen. Maar met de kandel
aar op dit schilderij is er iets aan de hand: er staan maar zes kaarsen op te branden. De zevende kaars is het kruis met de gekruisigde. Zoals de kaarsen in de tempel voor God opbranden, zo is de gekruisigde Jezus opgebrand. In trouw aan zijn God, de Heilige, geprezen zij zijn Naam, zegt men in Israel.
Hoe komt Chagall daar nu aan? Niemand voor hem heeft dat ooit gedaan. Waarom plaatst hij die gekruisigde te midden van het lijden van zijn volk?
Ik denk dat het berust
op een intuïtie, dat wil zeggen op een plots heel helder zien wat of wie iemand is.
Want Chagall heeft gelijk: Jezus van Nazareth was iemand die zich het lijden van mensen aantrok. Eén die aan de kant van de lijdenden ging staan.
Hij was gespecialiseerd, als je dat zo zeggen mag, in het opzoeken van mensen die niemand hadden. Denk maar aan die weduwe van
Naim die haar enige zoon ging begraven -wie zou die nog hebben gehad? Of aan die man die al 38 jaar lag te wachten bij de vijver om genezen te worden. Als Jezus hem vraag: 'Wil je genezen dan zegt hij: Ik heb niemand,  niemand om mij in dat water te dragen. Of denk aan Zacheüs, die daar rijk en alleen, in zijn boom zit te zitten. Of aan die melaatsen die uit de samenleving gestoten zijn. Of aan de vrouw die op overspel betrapt is. Hij gaat bij haar staan, hij neemt het voor haar op. Tegen de wet en tegen de oudsten in.
In het Duitse parlement, de Bundestag, hebben ze
op het ogenblik een katholieke voorzitster, Rita Süssmuth. In een interview in Publik-Forum heeft ze over Jezus van Nazareth eens dit gezegd: Dat is demandie zei: 'lch will nicht dasz du alleein seist' : lk wil niet dat jij alleen bent.
Er is geen enkele zin die mij in het afgelopen jaar zozeer heeft getroffen als deze zin. Want hij geeft mijns inziens vrij goed weer hoe Jezus van Nazareth heeft gestaan te midden van de mensen. Zo heeft Chagall hem ook gezien. Zo heef hij hem geschilderd te midden van joodse mensen -die
op dat ogenblik niemand, geen mens hadden. Jezus van Nazareth staat op het schilderij van Chagall met wijd open armen. Alsof hij al die mensen, al die joden omarmen en omvatten wil.
Ik
wil niet dat jullie alleen zijn. Maar dan mens voor mens: Ik wil niet dat jij alleen bent.
Dat is het eerste wat vreemd is op dit schilderij: dat een jood dit heeft begrepen, en hem zo heeft geschilderd.
Terug te midden van zijn volk, na 1900 Jaar.

II          En dan is er nog dat tweede element dat vreemd is, die baan van licht, waarin de gekruisigde staat. Dat licht dat van boven komt, dat van God komt en naar God verwijst.
Dat is de moeilijkste kant van heel mijn verhaal. Want het heeft iets te maken met de hoop. En het is levensgevaarlijk om te midden van zo'n onvoorstelbaar lijden over hoop te spreken. Het klinkt zo gemakkelijk vals.
Maar dit is zeker: tot inde duisterste uren van hun bestaan hebben gelovige joden vast gehouden aan dat licht. Of ze nu als slaven in Egypte zaten, of later als ballingen in Babylon onder het juk van de Romeinen, of verdreven uit Spanje -tot in het duister van 1938 en daarna, er zijn er steeds geweest die bleven geloven in het licht.
En wat was dat
dm ,dat licht ?
Dat weten we tenminste zeker. Ze schrijven daar nl. over in één van hun psalmen. Daar staat: De Heer is mijn licht. Mijn licht en mijn leidsman. (ps
27:1) De heer en zijn Naam.·Want zij weten dat zijn Naam is: Ik zal er zijn. (Exodus 3:14)
Ik zal er zijn, ook als er niemand meer is.
Ik zal er zijn, ook als er niets meer is.
In dat licht staat Jezus van Nazareth. Aan dat licht, aan die God heeft hij vastgehouden, tot op zijn Kruis, tot in zijn dood. Daarom staat het kruis in die baan van licht die van boven komt.
Een schoonzoon van Chagall heeft over zijn schoonvader eens gezegd dat hij in zijn schilderijen de onzichtbare dingen zichtbaar maakte.
Dat deed hij ook op dit schilderij
Dat deed hij ook met Jezus van Nazareth. In 1938. Hij deed het voor zichzelf en voor zijn joodse medemensen.
Misschien kan hij het ook voor ons doen, vanavond, op deze Goede Vrijdag.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

 

cf.     MEYER FR.    Marc Chagall. Life And Work. New York. Harry N. Abrams, S.D.
                                   (1963) 775 p.

JANSEN H.     Christelijke theologie na Auschwitz  Deel I. Theologische en

kerkelijke wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, Boekencentrum 1982, (3e dr.) 675 p.

SÜSSMUTH R.          Wir können der Schuld nicht entrinnen : Publik-Forum

31 Januar 1992, n° 2, p. 16-18.

Afbeelding op chagall-the-white-crucifixion-1938

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.