C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

GOEDE VRIJDAG 1993.

 Zusters en Broeders in Christus,

 Er zijn van die mensen die in ons leven - in dat van u, en in dat mij - sporen hebben nagelaten. Een woord, een gebaar en soms nog het meest de man of de vrouw die ze waren, zijn voor ons een licht geweest. En wij denken met dankbaarheid en soms ook met ontroering aan hen terug. Mensen trekken soms sporen in ons leven.
Nu zijn er ook mensen die trekken niet alleen een spoor in het leven van een aantal tijdgenoten.

Er zijn er ook die trekken sporen die in heel de geschiedenis zichtbaar blijven.
Zo iemand is Jezus van Nazareth geweest.

Ik zou vanavond drie sporen die het lijden en de dood van Jezus in onze geschiedenis heeft nagelaten eens en eindje willen volgen.

HET EERSTE SPOOR is dat wat hij in de bijbelse geschriften naliet.
Alle vier de evangelisten vertellen het verhaal van zijn lijden en zijn dood. Eén van die verhalen hebben we net beluisterd. Er wordt daarin geen enkele poging gedaan om het allemaal een beetje te verzachten. De bijbel, zegt Oosterhuis (Zien soms even, p. 60) is een illusieloos boek. De donkere en duistere kanten van het leven, de boosaardigheid en de gemeenheid van mensen, dat wordt helemaal niet verstopt of onder de mat geveegd. Het duister wordt aangewezen en met name genoemd, in al zijn kwetsende rauwheid: verraad, verloochening, bespotting, kruisiging, kruisdood, Godverlatenheid. Wat ik nog niet eerder had gezien en wat me dezer dagen is opgevallen: de bijbel vat het samen in één symbool: het symbool van de duisternis.
En de bijbel doet dat zo: zowel aan het begin als aan einde van het lijdensverhaal wordt er gezegd dat het donker was of dat het donker werd.
Het begin verloopt als volgt: Eén van de leerlingen staat van tafel op. Hij vertrekt om hem te gaan verkopen. Hij trekt de deur achter zich dicht. Letterlijk en figuurlijk. En dan staat er in het evangelie: "Het was nacht". (Joh. 13:30)
Dat is meer dan de aanduiding van een tijdstip. Dat is een symbool. De evangelist verwijst daarmee tegelijkertijd naar al de duistere krachten die zich tegen Jezus keren. Jezus zelf verduidelijkt dat symbool een paar uur later als hij gevangen wordt genomen. Hij vraagt dan aan die bende: Waarom hebben jullie eigenlijk gewacht tot het donker was om mij gevangen et nemen? Ik was toch alle dagen bij u in de stad? Maar dit is uw uur en de macht van de duisternis. Duistere praktijken voelen zich beter in het donker. En daarom is het nacht - ook daarom is het nacht -als het lijdensverhaal begint.
En datzelfde symbool, het symbool van de duisternis, komt terug, op het einde van het lijdensverhaal. Het is dan allemaal achter de rug. Het is voorbij. Hij hangt aan het kruis en hij hangt er te sterven. En dan staat er in het evangelie: Toen werd het donker, donker over heel de streek, donker op klaarlichte dag. (Lucas 23:44).
Ik heb eens een boek gezien dat als titel had: "
The dark Side of the Moon". De donkere kant van de maan. Maar niet alleen de maan heeft een donkere kant. Het doen en laten van mensen heeft die ook. En de bijbel zegt: Het lijden en de dood van Jezus van Nazareth behoren tot de donkere kant van de menselijke geschiedenis.
Dat is het eerste spoor dat Jezus van Nazareth heeft nagelaten: het spoor van de bijbelse verhalen.

Wat ik me nu pas heb gerealiseerd is dat er een TWEEDE SPOOR is, het spoor dat Jezus' lijden en dood heeft nagelaten in onze gewone taal.
Neem nu bv het verraad van Judas. Dat is in het geheugen van onze taal bewaard gebleven. Van iemand die een ander verraadt zeggen wij: Het is een Judas. Of: het is een Judasstreek. Judas heeft hem verkocht. En in situaties die daarop lijken spreken wij sedertdien over Judasgeld. En ieder weet ook wat dat is, een Judaskus. Er zijn ook nog Judasstreken, Judasrollen en Judaspenningen.
En dan is er die ander uit zijn gezelschap die hem heeft verloochend. Die bij hoog en bij laag zweert: "Ik ken die mens niet! En dan kraait er een haan. Ook die haan loopt nog rond in onze taal. Als iets niet aan het licht komt, als iets niet wordt ontdekt, dan zeggen ze: "Er kraait geen haan naar". Die collega echter van hem, die kraaide wel, die keer. Drie keer.
En
dan zijn er soldaten die een spelletje met Jezus spelen. Een van die wrede spelletjes. De hoge heren doen dat ook maar iets meer beschaafd. Pilatus stuurt Jezus naar Herodes. Anders toch geen vriend van hem. En Herodes pingpongt hem terug naar Pilatus. Dat heet sedertdien: Iemand van Pontius naar Pilatus sturen.
En dan zal Pilatus recht spreken. Op een aparte stoel, een rechterstoel. Want recht spreken is een heilige zaak, zowel bij de Joden als bij de Romeinen. Maar wat er gebeurt is een karikatuur. Schuld? zegt Pilatus -dat heb ik niet gevonden. Maar weet je wat, ik zal hem laten geselen. Dan hebben jullie ook iets. Gegeseld en 't is niet genoeg? Ja, dan moeten jullie hem maar kruisigen. Voor mij hoeft het niet. Breng eens wat water. Hij wast zijn handen. .Niet dat ze vuil zijn. Er hangt op zijn hoogst bloed aan. En daarmee heeft onze taal er een uitdrukking bij: zijn handen in onschuld wassen.
En dan wordt Jezus gekruisigd, in een moeite door samen met twee moordenaars. Die drie kruisen vindt je ook nog terug in onze taal. Bv in een gedicht van Werumeus Buning: Er stonden drie kruisen op Golgotha, en de boer hij ploegde voort.

Behalve deze twee sporen is er nog pen DERDE SPOOR: het spoor dat Jezus passie heeft nagelaten in de plastische kunst.
In iedere generatie is de gekruisigde gebeeldhouwd, geëtst, getekend en geschilderd. Telkens opnieuw en ook telkens weer nieuw.
Tot dat derde spoor behoort ook de kruisweg die Albert Servaes heeft getekend in 1919 (Die heeft oorspronkelijk gehangen in de kapel van de Karmelieten in Luithagen).
Servaes was niet in de wieg gelegd om kruiswegen te schilderen. Hij kwam uit een milieu waaruit het christendom praktisch was weggesleten. Het was uitgehold, zo goed als dood. En hij leefde daar toen in Lathem te midden van een groep kunstenaars voor wie geloof en christendom nauwelijks nog iets betekenden. Op één man na, Gustaaf Van de Woestijne.
Maar via een Karmeliet, pater Jeroom en via de mystiek zoals die leefde in de Carmel, heeft Servaes op een persoonlijke manier Jezus van Nazareth ontdekt. Er is hem toen een licht opgegaan. En zo kwam hij er toe de gekruisigde te tekenen.
Hij heeft hem getekend in een totale eenzaamheid. Dat is misschien wel het eerste wat opvalt. Er is niets wat de aandacht kan afleiden. Geen boom of geen struik zelfs geen stuk rots. Er is geen landschap en er zijn ook geen mensen. Geen soldaten en geen toeschouwers. Geen andere gekruisigden. Zelfs niet zijn moeder of Johannes. Of  de vrouwen die onder het kruis hebben gestaan. Hij hangt daar en hij hangt er alleen.
En de manier waarop hij hem heeft algebeeld is al even sober. Er is geen kleur aan te pas gekomen. Hij tekende het Ieed en de dood van Jezus in het zwart, met het zwartste zwart dat ik ken, dat van de houtskool. Leed en lijden gaan in het zwart gekleed.  Gebroken lijnen zwarte strepen en anders niets. Totaal niets.
Behalve -ja behalve één ding. En dat is het licht. Het licht dat op de tekening over de gekruisigde en zijn kruis uitgegoten schijnt te zijn.
Over het licht staat er in het eerste bijbelboek, het boek van de Schepping: Vóór God de wereld schiep was er de duisternis. God sprak: Het worde licht. En het werd licht. Toen heeft het licht het gewonnen van de duisternis. (Gen. 1:23)
Maar als Jezus van Nazareth sterft dan wint de duisternis het van het licht. Dit was de meest gave mens die de aarde ooit heeft gezien. En hij is op een verschrikkelijke manier uit de weg geruimd. Hij werd geen 35 jaar.

Servaes heeft dit stuk duisternis weergegeven op een manier zoals dat voor hem zelden is gebeurd. Zo hard, zo rauw als een schreeuw. Maar toch is er dat licht. Dat alles omgevend licht op die tekening. In dat licht legt Servaes een persoonlijke getuigenis af.
Opnieuw, zegt hij, heeft het licht het gewonnen van de duisternis. Want er is iets geweest dat voor geen dood en geen duisternis uit de weg is gegaan. En dat iets is de liefde, die was in deze man, Jezus van Nazareth.

Er is op de wereld één ding waarop wij onvoorwaardelijk kunnen vertrouwen. Eén ding dat door geen verschrikking was kapot te krijgen. En dat was de liefde, de liefde die was is deze man. Liefde tot mensen, liefde tot God, in alle verlatenheid toch: zijn God.
Als er op deze wereld die soms wel een wereld van verschrikking lijkt, licht is, dan is dit het licht.
Dan is hij het licht. Voor Servaes. Voor mij. En ik hoop: ook voor u.

Amen.

 

Marcel Heyndrikx SVD

 

afbeelding zie www.religieuserfgoed.nl

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.