C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

GOEDE VRIJDAG 1999

Zusters en Broeders,

"De mensen kunnen tegenwoordig niet meer zien". Met die merkwaardige conclusie is de schilder Emil Nolde eens thuis gekomen in 1907.
Hij kwam terug van een tocht doorheen een natuurgebied. De grootheid van die natuur, de schoonheid ervan had hem zo overweldigd dat hij tot die conclusie was gekomen.
'De mensen denken, ze luisteren, ze praten, ze roken en ze drinken- maar zien, dat doen ze niet. Het vermogen om te zien is verwaarloosd .Het zien moet opnieuw geboren worden.' (1)
En daar is hij mee bezig geweest, zijn leven lang. Hij heeft als schilder geprobeerd, mensen weer te leren zien.
Hij schilderde al wat hij tegenkwam: de dorpssmid, de zigeuner, de Afrikaanse figuren ook die hij had ontmoet. De vogels, de bloemen. Hij schilderde ook vrij veel bijbelse personen en taferelen.
Want ook de christenen kunnen niet meer zien. Ze zijn gewoon aan liefelijke zoetelijke plaatjes, van Italiaanse makelij of van Duitse schilders uit de Renaissance.
Maar ze zien niet meer waar het in de Bijbel over gaat.
Nolde wil hun ogen weer openen. De ogen van de mensen, de ogen van de christenen ook.

Het is 1912 en de Nolde's wonen dan in Berlijn. Zijn vrouw is afwezig, die is op familiebezoek. Nolde doet zijn deur op slot en hij schildert. Hij schildert dag en nacht. Tot hij van uitputting niet meer kan. Dat heeft hij meer gedaan.
Hij schildert in die periode ook dit werk, deze afbeelding van de kruisiging. Opdat de christen opnieuw de gekruisigde zouden leren zien.
En wat wil hij ons dan in verband met Jezus van Nazareth in dit werk laten zien ?

Om dat te ontdekken moet je op de kleuren letten. Hij heeft Jezus geschilderd in rood en geel. Rood en geel hebben een aparte betekenis. In de heraldiek bv, dat is de kunde van de wapens. Van de wapenschilden,zijn geel en rood de kleuren van het vuur. (2)
In deze gele en rode Christus zegt Nolde: Jezus van Nazareth was een man in wie het vuur heeft gewoond.

Als je nu de bijbel naslaat in verband met het vuur, vindt ge daar over drie dingen.

1.            Op de eerste plaats: het vuur is iets van God. Als God aan Abraham verschijnt gebeurt dat in de gestalte van het vuur. Op de offergaven die Abraham voor God heeft gebracht, daalt vanuit de hemel het vuur neer.
Als God aan Mozes verschijnt, gebeurt dat eveneens in de vorm van vuur. Mozes staat voor een braambos dat brandt maar niet wordt verteerd.
En op de berg Sinai waar Mozes de tien geboden ontvangt, is God opnieuw aanwezig in rook en vuur die de berg omgeven.
Dat vuur van God is ook aanwezig in Jezus van Nazareth. Johannes de Doper heeft hem zo aangekondigd: Hij zei: 'Die na mij komt zal u dopen met de H. Geest en met vuur'. En Jezus zelf zei: 'Vuur ben ik komen brengen op aarde en hoe verlang ik er naar dat het zou branden'. (Luc. 12:49)
Dat is het eerste wat je in de Bijbel vindt over het vuur: God is een God van hen vuur. En dit vuur heeft ook in Jezus van Nazareth gebrand.

2.            De Bijbel geeft ook een antwoord op de vraag: Waarin bestaat dat vuur dan, dat vuur van God dat in Jezus aanwezig is?
Kort gezegd komt dat hier op neer: Het vuur dat Jezus bezielt is het verlangen om God zichtbaar te maken, het verlangen om te laten zien dat God een God van mensen is, een bevrijdende God.
-             
Die bevrijdende God brengt hem er toe om mensen te genezen: doven, blinden, melaatsen, lammen en kreupelen. Hij laat zien dat God een om mensen bekommerde God is.
-             
Hij bevrijdt niet alleen mensen van hun ziekte, hij verlost ook mensen die zijn vastgelopen. Zacheüs de tollenaar. De zondares uit Magdala. De vrouw die op overspel is betrapt.
-             
Dat vuur dat in hem brandt drijft hem er ook toe mensen te bevrijden van verkeerde opvattingen over God. Hij bevrijdt mensen van een God die hen kort houdt door een massa wetten en wetjes op te leggen.
Dat is het tweede wat de bijbel vertelt over het vuur, speciaal dan over het vuur dat in Jezus van Nazareth aanwezig was

3.            En het derde is misschien nog het vreemdste van allemaal.
Dat vuur dat van God is, dat kan door mensen worden geblust.
Wij denken al eeuwen over God dat Hij de Almachtige is. En dat is ook zo, anders zou hij beperkt en eindig en dus geen God zijn. Maar juist omdat Hij almachtig is, juist omdat hij uiteindelijk onoverwinnelijk is, heeft hij er voor gekozen om de mens vrijheid en macht op aarde te geven. Zelf is Hij onder ons aanwezig als een die zwak is, die zijn lot aan mensen heeft toevertrouwd. Hij heeft ook zijn vuur en wat daarmee gebeurt in de handen van mensen gelegd.
En de mensen zijn met dat vuur hun gang gegaan. Dat maakt het schilderij van Nolde wel duidelijk. De man in wie als in geen ander dat vuur van God heeft gebrand, hangt daar te sterven aan een kruis. Daar is dat op uitgelopen. Bij hem: drager van het vuur te zijn.
Maar dit schilderij was niet het laatste wat Nolde schilderde in verband met het vuur. Nolde heef ook Pinksteren geschilderd : Geest van de Geest die als een vuur op de leerlingen neerdaalt.
Mensen kunnen het vuur wel blussen en ze doen dat ook. Niet alleen Jezus van Nazareth is het zo vergaan.
Maar definitief het vuurt doven, kunnen de mensen niet.
Het laait telkens weer op. In elke tijd. Op plaatsen vaak waar je het niet verwacht.
Bij Jan Vermeire bv die zich daar helemaal niet had aan verwacht. In mensen bbv die nu in Angola zijn gebleven -nu de burgeroorlog er weer in volle hevigheid is ontbrand. In mensen bv zoals die Ierse advocate, die haar werk ter verdediging van gevangenen met de dood heeft moeten bekopen.
Over deze mensen zegt Oosterhuis:

Die zoeken wat verloren was
die bij de neergedrukten zijn
die met hun hart en ziel
en hun verstand
trachten het ergste leed
iets te verzachten
die lopenbaren u, die zijn van u. (3)

In deze mensen brandt dat vuur op aarde voort. Misschien zijn wij dat ook soms zelf. Voor een eigen man of vrouw of kind. Of voor een vreemdeling die onze weg kruist.
Want soms in hoogoplaaiende vlammen,maar meestal wel in onopvallende pitjes brandt dat vuur op aarde voort.

Telkens weer gedoofd. Nooit, tot onze eigen verbazing ook in ons, nooit volkomen uitgeblust.

Marcel Heyndrikx SVD

 

(1)       NOLDE E. : Mein Leben. Koehn, Dumont, 1976 (199610, 427 pp. p. 159.

(2)       Standaard der Lettren, 2 april 1999, p. 10

(3)       OOSTERHUIS H : Hoever is de nacht. Bilthoven, Ambo,1974, 95 pp; p. 29.

afbeelding op www.pinterest.com

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.