C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

GOEDE VRIJDAG 2000

Zusters en Broeders,

Over Veronica wordt het volgende verteld:
Toen Jezus van Nazareth door Pilatus was veroordeeld, werd er hem een stuk hout, een dwarsbalk, op zijn schouders gebonden. Die moest hij nu dragen, van Gabbatha, het gerechtshof van Pilatus, naar Golgotha, de plaats van de terechtstelling.
De nacht te voren is hij door soldaten gegeseld. Ze hebben takken met doornen op zijn hoofd vastgeklopt. Bebloed, bespuwd, bezweet, wankelt hij nu door de straten van Jerusalem. Omringd door ramptoeristen, nieuwsgierigen en vijanden door elkaar.
En dan is er een vrouw die probeert door al dat volk heen tot bij hem te geraken. Met haar zweetdoek, iets ter grootte van een handdoek, droogt ze zijn vuil en bebloed gezicht af. Als ze naderhand haar zweetdoek bekijkt, ziet ze iets heel anders dan vuile vlekken en gestold bloed. Op haar doek ziet ze een afdruk van zijn gelaat -het ge laat van Jezus van Nazareth.
Dat is het wat er over Veronica wordt verteld.

Georges Rouault, een franse kunstenaar, heeft dat doek geschilderd. Het jaar na de oorlog, in 1946. En nog eens, één of twee jaar voor zijn dood.
Georges Rouault was niet de eerste die Veronica's doek schilderde.
Er loopt op het ogenblik in Londen, in de National Gallery, een tentoonstelling met als titel:
"Seeing Salvation. The Image of Christ". De verlossing zichtbaar gemaakt in het beeld van Christus. De tentoonstelling bestaat uit een keuze uit de schilderijen die in de loop van bijna 2000 jaar van Jezus van Nazareth zijn gemaakt.
Er is daar onderandere een schilderij bij uit de 15e eeuw, van een onbekende Keulse meester, die toen ook al dat doek van Veronica geschilderd heeft.

Over Veronica en haar doek heb ik twee vragen. Eén die onbelangrijk en één die belangrijk is.

1.            Om met de onbelangrijke te beginnen:
Waar komen Veronica en haar doek vandaan?
Je bent geneigd om te denken, die zullen wel uit de Bijbel komen. Een journalist heeft dat zelfs geschreven, in zijn bespreking van die Londense tentoonstelling. (1) Maar de evangelisten kennen Veronica niet. En in heel de Bijbel komt Veronica niet voor. Waar komt Veronica dan wel vandaan ?
Om
dat te verstaan moet je bedenken dat er rond mensen die sterk tot de verbeelding spreken vaak hele reeksen verhalen en legenden ontstaan. Niet zo heel lang geleden is dat met Paus Johannes XXIII gebeurd; en verder terug met Franciscus van Assisi.·Zo is dat ook gegaan met Jezus van Nazareth.
Het verhaal over Veronica en haar doek is één van die legenden die men rond Jezus van Nazareth is gaan vertellen.
Het duikt op in de 4e eeuw, als een onderdeel van de Abgar legende. In die legende is er sprake van een briefwisseling die koning Abgar met Jezus zou hebben gevoerd. Iets later duikt Veronica ook op in de Acten van Pilatus, die een onderdeel vormen van het evangelie volgens Nicodemus. Ondertussen is ze inde kruisweg terecht gekomen. Men heeft haar ook geïdentificeerd met de vrouw die aan bloedvloeiing leed en die door Jezus werd genezen. En ook nog met Martha de zuster van Lazarus. Wie de geschiedenis van Veronica en haar doek zou willen beschrijven, moet zorgen dat hij veel papier in huis heeft. Want het zou een dik boek worden. (2)
Dat is dan het antwoord op de eerste vraag, de vraag waar Veronica en haar doek vandaan komen. Maar, die vraag is niet belangrijk.

2.            Belangrijk is de tweede vraag:
Waarom hebben de christenen uit al die legenden, juist deze legende bewaard en doorgegeven?
Het antwoord daarop ken ik niet. Ik heb enkel maar een vermoeden. Of misschien twee.
Mijn eerste vermoeden komt hier op neer:
Dat doek van Veronica is een soort symbool van wat geloven eigenlijk is.
Dat klinkt misschien vreemd, maar ik denk het volgende:
Wat op het doek van Veronica zichtbaar werd, was niet het gelaat van Jezus zoals elke willekeurige omstaander dat toen kon zien. Het was een ander, een verborgen gelaat, dat op dat doek naar voren kwam.
Bij tijd en wijle hebben de apostelen, die eerste gelovigen, een soort verborgen gelaat van Jezus gezien.
Neem nu die drie, die op de berg de verheerlijkte Jezus te zien kregen. De gedaanteverandering van Jezus. Misschien hadden ze zoiets als een visioen, wie zal het zeggen. Het doet er ook niet veel toe. Maar het zijn niet toevallig de leerlingen die het dichtste bij hem staan. Ze zien een kort moment meer in hem dan de eerste de beste buitenstaander heeft gezien. Ze zagen dieper, ze zagen dat verborgen gelaat van hem.
Of neem die twee leerlingen die naar Emmaüs gingen. En die vertellen aan hun reisgezel wat er gebeurd is, met Jezus en met hen zelf. En dan komt er een moment dat ze bij en achter die vreemde man een ander gezicht zien oprijzen. Het verborgen gezicht van Jezus van Nazareth. Eén ogenblik, zien soms even, en dan is het weg.
Zoiets is de Samaritaanse vrouw ook overkomen. Die zag op een bepaald moment ook meer in hem.
En
dat gebeurde ook met Nicodemus, die in de nacht naar hem toe kwam om met hem te praten. Overdag, dat kon niet. Dat kon hij zich in zijn positie niet veroorloven. Die heeft ook iets anders gezien. Dat andere gelaat. En de Romeinse honderdman onder het kruis die zag het ook. (Luc. 23:47)
En zo is dat voortgegaan. Tot op vandaag.
Dr. Vermeire bv heeft verteld wat er met hem is gebeurd. Hoe hij in dat Waalse kerkje, waar hij alleen maar naartoe ging omdat hij toevallig de pastoor had leren kennen en hem een sympathieke mens vond, een kruisbeeld ziet hangen. Kruisbeelden had hij al heel zijn leven gezien zei hij later, en dat had hem nog nooit iets gezegd. Nu bekijkt hij dat kruis en het is alsof die gekruisigde Jezus hem aanspreekt en zegt: Dit heb ik voor u gedaan, wat heb jij tot nu toe voor mij gedaan?
Toegegeven, het klinkt romantisch, maar voor Vermeire was het veel meer dan dat. Er is hem toen iets duidelijk geworden van dat andere gelaat van Jezus van Nazareth. Hij is in Brussel gaan werken, heeft daar mensen opgevangen die van geen hout meer pijlen wisten te maken, heeft voor hen de Poverello gesticht.
Wie dat andere gelaat ooit heeft gezien, die wordt ook zelf anders. Tenzij hij het verdringt en tracht te vergeten.
Geloven dat is ooit iets van dat andere gelaat van Jezus gezien hebben. Daarom denk ik hebben ze die legende van Veronica en haar doek voortverteld. Het is een symbool. Het symbool van de mens die van dat andere gelaat dat op het doek van Veronica staat, ook ooit iets heeft gezien.
Ik vermoed dat er nog een tweede reden is, waarom men die legende heeft doorgegeven.
Die heeft te maken met een heel andere ervaring, een ervaring die wij allemaal kennen, een ervaring van een soms nauwelijks te dragen onmacht. De onmacht om aan al dat leed, aan al die ellende, in die verdomde wereld van ons iets te veranderen.
Veronica kon dat nl. ook niet. Ze kon dat hele proces niet terug draaien. Ze kon er niets aan doen dat er hier een onschuldige ging worden vermoord. Ze stond erbij en ze was machteloos.
Maar ze doet dan iets anders. Iets waar behoorlijk wat moed voor nodig was. Ze wringt zich tussen al die mensen door. Ze gaat daar naast hem staan, vlakbij hem, aan zijn kant. Aan de kant van hem waar op dat moment niemand anders stond. Ze staan daar nu samen, die twee. Voor een paar ogenblikken, want langer laat zo'n menigte dat niet toe. En ze doet dan wat een mens nog doen kan. Ze veegt dat gezicht af, het bloed, het vuil het zweet.
De stoet kan ze niet tegenhouden, het onrecht niet ongedaan maken, de kruisdood niet verhinderen. Ja wat kan ze eigenlijk wel?
Eén ogenblik bij die ander staan. De eenzaamheid doorbreken, voor één moment. Proberen om de ergste pijn iets te verzachten. Dat is troost? Schrale troost? Ik ben er niet zo zeker van. Het is bemoediging.
Zo is ook dit altijd opnieuw gebeurd. Neem nu Etty Hillesum en haar nabijheid voor de mensen op weg naar de gaskamer. Of neem de mensen uit het boek van Els de Temmerman, over de meisjes van Aboke. De mensen die het onmogelijke hebben gedaan om die kinderen nabij te blijven.
Wie niets meer doen kan, die kan toch de onmacht overstijgen. Op die manier.
In een nabij zijn dat troost. In een gebaar dat even onmachtig als bemoedigend is.
Dat doek van Veronica -waarop dat andere gelaat, dat diepere naar voren komt, dat is het symbool van datgene wat een gelovig mens van Jezus van Nazareth ooit heeft gezien. Misschien maar even.
De houding van Veronica, die daad van Veronica, die zijn het symbool van de nabijheid, de troost, de bemoediging, waardoor een mens de onmacht die soms verpletterend is, overstijgen kan.
Dat zijn de twee redenen, vermoed ik,waarom gelovige mensen die legende hebben voortverteld. Van generatie op generatie. Tot op vandaag. Men zegge het voort.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1)     'In die tijd (de vroeger Middeleeuwen MH) zochten schilders -min of meer aangemoedigd door de kerk - in eerste instantie hun toevlucht tot het schilderen van een Veronica-doek. Volgens de bijbel (onderstreping van mij MH) stond de heidense maar later heilig verklaarde Veronica langs de weg, die Jezus met het kruis - op zijn rug naar Golgotha moest afleggen'.

NIJMEIJER Peter : Jezus was geen straatjongen, in :De Standaard (De grote Parade) 1 maart 2000.

(2)      

afbeelding op www.lukasweb.be

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.