C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

GOEDE VRIJDAG 2001.

Zusters en broeders,

Wat gebeurt er eigenlijk, als iemand zijn of haar geloof verliest? Wat gebeurt er als die mens een kunstenaar is?
Wat gebeurt er, wanneer die kunstenaar in die periode aan een grote religieuze opdracht werkt?
De Italiaanse kunstenaar Giacomo MANZU (1908-1991) heeft het meegemaakt.
In 1947 was er een wedstrijd onder kunstenaars georganiseerd, die hij had gewonnen. Aan hem was toen de opdracht toevertrouwd, een dubbele bronzen deur voor de St. Pieter in Rome te maken. Op de deur moest de verheerlijking van de heiligen en de martelaren van de kerk worden uitgebeeld. Terwijl hij daaraan werkte, verliest hij zijn geloof. Het werk valt stil. De uitbeelding van de verheerlijking van de heiligen en de martelaren in een leven na de dood -het lukt niet meer. Hij kan geen afbeelding maken van iets waar hij zelf niet meer in gelooft.
Een aantal jaren later krijgt hij eerder toevallig een heel andere opdracht. Men vraagt hem om een borstbeeld te maken van Johannes XXIII. Manzu ontmoet de paus en het klikt tussen die twee. Ze komen nl. uit hetzelfde stadje, ze komen uit Bergamo. Ze hebben gemeenschappelijke herinneringen. Ze spreken al gauw hun eigen dialect. Ze ontmoeten elkaar van dan af geregeld, de paus poseert voor de kunstenaar.
En dan komt op een bepaald moment het gevreesde thema aan de orde. De paus maakt langs zijn neus weg een toespeling op de deur van de St. Pieter. Manzu reageert er niet op. Maar hij kan die vraag nu niet meer omzeilen. Hij loop er over te dubben, hij loopt er mee op en neer langsheen het strand. En dan schiet er hem iets te binnen. De verheerlijking van de heiligen en de martelaren na hun dood, dat kan hij niet meer uitbeelden. Maar wat hij wel zou kunnen doen is dit: die heiligen en die martelaren uitbeelden op het laatste moment, het moment dat onmiddellijk voorafgaat aan die verheerlijking waar het geloof over spreekt. Dat moment is het moment van hun dood.
Met dat idee trekt hij naar de paus. En die stemt daar mee in. De poort van de verheerlijking zal nu worden: de poort van de dood. Tenslotte is dit toch de deur waardoor de kardinalen die gestorven zijn, de St. Pieter worden uitgedragen.
De impasse is doorbroken. Manzu gaat weer aan de slag. Johannes XXIII bemoedigt hem. Hij zegt: Als die bronzen deur van u klaar is, geven we een groot feest. De deur is klaar gekomen in 1963. Maar toen was paus Johannes al enkele maanden dood. (1)

De reproductie die ik heb uitgekozen voor deze viering van Goede Vrijdag, is de weergave van een werk van Manzu. Het behoort niet tot de afbeeldingen die staan op de deur van de St. Pieter, maar het is wel afkomstig ongeveer uit diezelfde periode(1947).
Je kunt op dit werk zien dat er met Manzu en zijn geloof iets is gebeurd. Hier is een kruis weergegeven, maar het is een kruis met een lege plek. Het midden van het kruis, de plaats waar gewoonlijk de gekruisigde Jezus van Nazareth hangt, is leeg.
Het geloof van Manzu is verdwenen, daarom is ook Jezus van Nazareth niet meer aanwezig in het midden van het kruis.
Opvallend is echter wel dat er van dat vroegere geloof van Manzu op dit werk twee dingen, twee elementen zijn gebleven Die twee elementen hangen samen met de twee figuren, die hierop zijn afgebeeld.

De eerste figuur is een naakte man, die aan één van de armen van het kruis is opgehangen. Manzu heeft ooit mensen op die manier aan een galg zien hangen. Mensen die voor recht en vrijheid tegen Mussolini en zijn fascisme hadden gevochten, gevangen genomen waren, gefolterd en gedood.
Manzu heeft één van hen hier afgebeeld. Maar hij heeft één ding veranderd. In plaats van aan een galg heeft hij die man hier opgehangen aan een kruis.
Op die manier heeft hij de gehangene in verband gebracht met Jezus van Nazareth, de gekruisigde. De plaats in het midden van het kruis is leeg. Maar de gevangene, de gehangene, verwijst via dat kruis naar Jezus van Nazareth. Daar zit een oude christelijke gedachte onder: In de parabel over het laatste oordeel zegt Jezus van Nazareth tot de mensen die voor hem staan: 'Ik was naakt, ik had honger, ik was in de gevangenis. .. '. In het lijden van de mens wordt het lijden van Jezus voortgezet. Eeuwen later, in de 17e eeuw, zei Pascal: 'Jezus van Nazareth zal zijn doodstrijd voortzetten tot aan het einde van de wereld'.
'Jésus sera en agonie jusqu'à en fin du monde. Il ne fait pas dormis pendant ce temps la'. (Pensées Texte établi par Léon Brunschvicg, Paris, Garnier. Flammarion 1976, 376 pp. p. 198 (niet genummerd - na n° 553 en voor n° 554)
Het evangelie heeft dat gezegd, Pascal heeft het herhaald en Manzu heeft dat. hier uitgebeeld. Ge ziet dat aan het kruis dat de galg vervangt. Ge ziet het ook aan het onderschrift van dit werk: Christus en de generaal.
Dit is het eerste wat Manzu van zijn geloof heeft over gehouden: in de man aan de galg zet Jezus van Nazareth zijn lijden voort.

Het tweede element heeft te maken met die andere figuur, die soldaat. In het onderschrift wordt hij genoemd: de generaal.
De man heeft het gevecht gewonnen. Hij heeft die ander die aan het kruis hangt, uitgeschakeld. Hij heeft zijn wapen naast het kruis neergezet. Voor deze man heeft hij het niet meer nodig. Zelfverzekerd, zelfvoldaan, met de blik van een die weet dat hij de ander heeft vernietigd, kijkt hij naar zijn prooi, de man die aan het kruis is opgehangen.
Maar in al zijn branie heeft Manzu hem afgebeeld als een potsierlijke figuur. De helm die een symbool is van zijn macht en zijn positie, kan niet verbergen dat hij naakt is. Hij is dan wel de overwinnaar, maar het gevecht om de sympathie van de toeschouwer heeft hij duidelijk verloren. In tegenstelling tot de man die aan het kruis hangt, roept zijn opgeblazen figuur weerzin en verachting op. Voor wie naderhand zullen leven, suggereert Manzu, is de dode de overwinnaar.
Dat hebben christenen altijd van Jezus van Nazareth gezegd: dat de gekruisigde de overwinnaar was. Ze bedoelden daarmee dat hij uit de doden is verrezen. Dat is iets wat Manzu niet meer gelooft. Wat hij wel gelooft is, dat in de achting en de waardering van de mensen die later komen, de opgehangene de overwinnaar zal zijn. Manzu is blijven geloven dat de mens die zich inzet voor het goede, voor gerechtigheid en voor vrijheid, wel ten gronde kan gaan. Maar dat hij in de latere geschiedenis toch degene is die overwint. Dat optimisme is niet vanzelfsprekend. Het is iets dat van zijn vroeger geloof is over gebleven.

Van dat vroeger geloof heeft hij misschien nog een derde element bewaard, maar dat is hier niet afgebeeld. Dat element heeft hij weergegeven op een van de panelen van de deur van de St. Pieter.
Het thema dat al de figuren welke op die deur voorkomen met elkaar verbindt is de dood. De dood van Abel, de dood van Abraham, de dood van Jozef, van Jezus van Nazareth, van Stefanus, van Gregorius VII en van Johannes XXIII. De dood in de ruimte en de dood op de aarde. Niet hun verheerlijking -dat kon hij niet meer- maar hun dood heeft Manzu uitgebeeld.
Maar met één van die figuren is er iets speciaals aan de hand. Manzu heeft ook de dood van Maria uitgebeeld. Maar aan haar figuur heeft hij iets toegevoegd. Er dalen nl. twee engelen af, die aanstalten maken om haar op te nemen. De bedoeling van die engelen is ook -is waarschijnlijk zelfs op de eerste plaats, aestetisch. Maar voor wie zoals Manzu uit een katholiek nest komt roepen die engelen onmiddellijk een tekst en een melodie op uit de uitvaartliturgie van de overledenen: 'In paradisum deducant te angel' : naar het Paradijs mogen de engelen u geleiden. (2) Wat Manzu niet meer kon geloven, de verheerlijking van de heiligen en de martelaren, schijnt hier terug te komen, misschien -wie zal het zeggen,-in de vorm van de hoop.
Zo hield Manzu van zijn vroeger geloof in ieder geval twee dingen over: de idee dat de lijdende mens, de gehangene, verwijst naar Jezus van Nazareth, de gekruisigde. De overtuiging dat het goede wel wordt verslagen en zelfs wordt vernietigd, maar dat het uiteindelijk toch overwint in de waardering van de mensen die later leven. En misschien was er toch nog een derde element dat min of meer onderhuids aanwezig was gebleven. Misschien was er ergens in hem ook nog zoiets aanwezig als de hoop. De hoop dat er -wie weet- ondanks alles toch nog iets anders is, een andere toekomst, iets als een verheerlijking. Met een heel oud woord: een Paradijs.

 

Marcel Heyndrikx SVD

 

(1)       Gegevens ontleend aan

PEPPER Curtis Bill : Freundschaft mit dem Papst. Nach den persönlichen Erinnerungen von Giacomo MANZU. Frankfurt am Main, Ullstein, 1969, 243 pp.

Zie ook: The Dictionary of Art. London, Macmillan, 1996. 34 vol. vol. 20, pp. 352- 354.

Overzicht van de panelen van de deur van de St.Pieter in:

BRANDI Cesare :Studi per la porta di S.Pietro di Giacomo Manzu.Edizione del Milione, 1969. Expositi alla XXXII Biennali Internatiole di Venezia. BIBC 5B 17167

In het algemeen inspireerde me:

POUSSUER Robert: L'Art contemporain, in: Esprit et Vie nr. 27, Février 1.Quinzaine 2001 ? pp. 32-34.

(2)     Ergens bij Pepper -die werkt met herinneringen welke Manzu hem zelf vertelde - vond ik voor Manzu die engelen eerder een vormelijke kwestie waren : er moest een evenwicht van lijnen worden bereikt met het paneel van de dood van Jezus.

 

afbeelding zie ruthgarde.files.wordpress.com

 

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.