C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

GOEDE VRIJDAG 2010.

 

 

Zusters en broeders,

 

I.          Veertien. Dat was het aantal staties van de kruisweg. Dat is bekend.

Maar als Aad de Haas in 1946-1947 in het kerkje van Wahlwiller in Nederlands Limburg, zijn kruisweg schildert, dan komen er twee bij. Het worden er dan 16. Aan de gebruikelijke eerste statie, de veroordeling van Jezus door Pilatus, laat hij een statie voorafgaan. Daarop wordt een vorm van leed afgebeeld die de mensen van toen nog vers in het geheugen lag. Ze kwamen net uit de 2e wereldoorlog, en ze wisten uit ervaring wat dat was :verraad. Op zijn eerste statie heeft de Haas het menselijk verraad afgebeeld: het verraad van Judas.

Aan de laatste statie, de begrafenis van Jezus, heeft hij er bovendien één toegevoegd. Hij schilderde als 16e statie de verrijzenis van Jezus. Want het leven van Jezus eindigde niet in een graf. Aad de Haas schilderde op zijn 16e statie, de verrijzenis.

Hij veranderde echter nog iets. Iets dat nog veel ingrijpender was. Hij schilderde bovendien zijn hele kruisweg in een nieuw, een ongebruikelijk licht. Je zou het misschien kunnen noemen: het licht van de verrijzenis. Licht blauw, licht geel, licht groen. Iets dat doet denken aan het paradijs. Van het gruwelijk karakter van lijden en dood is hier niets te zien. Lijden en dood zijn hier niet afwezig, maar ze zijn getransponeerd. Als het ware opgenomen in het licht van een nieuwe schepping. Zoals de wonden van de gekruisigde, waarvan in de verrijzenisverhalen wordt gezegd dat ze nog aanwezig zijn in Jezus' verheerlijkt lichaam.

Dit werk van Ad de Haas was nieuw, ongewoon, onwennig. Wat vooral weerstand opriep waren de wat uitgerekte gezichten van zijn figuren. Men sprak smalend over 'die honden- koppen'. De enige reactie van Aad de Haas hierop schijnt te zijn geweest: 'De hond is een trouw dier'. Waarmee hij misschien niet alleen maar iets over de hond kwijt wou.

Daarmee echter werd dit werk voor de kunstenaar ook een stuk van zijn eigen kruisweg. Onbegrip en afgunst vormen een gevaarlijke cocktail. Toen er bovendien ook nog een veroordeling vanuit Rome, van litho's die Aad de Haas had gemaakt voor een boekje van pater Mathot bovenop kwam, gaf de bisschop van Roermond opdracht om de kruisweg uit het kerkje van Wahlwiller te verwijderen. Op Goede Vrijdag 1949 droeg de kunstenaar zelf de staties uit het kerkje weg. Zo'n 30 jaar later, in 1980, gaf een volgende Roermondse bisschop, bisschop J. Gijsen, toelating om de kruisweg opnieuw in het kerkje te plaatsen. Hij bood bovendien zijn verontschuldigingen aan.

Maar toen was Aad de Haas al tien jaar dood.(l)

 

II.         Van deze kruisweg van Aad de Haas heb ik voor onze viering van vandaag de statie gekozen waarop de figuur van Veronica die het gelaat van Jezus afdroogt is afgebeeld. Die keuze heeft te maken met een vers uit een gedicht van Paul Claudel. Claudel heeft bij elk van de traditionele 14 kruiswegstaties een gedicht geschreven. Zijn gedicht bij de 13e statie, de afneming van Jezus van het kruis, begint als volgt: 'Ici la passion prend fin, et la compassion continue'. (2) Hier eindigt het lijden, wat verder gaat is het medelijden. Aan dat medelijden heeft de legende een gezicht gegeven. Een gezicht en een naam. Het medelijden of het mededogen heet dan Veronica.

Nu is er een theoloog die levenslang over dit mededogen heeft nagedacht: de Duitse theoloog Johan Baptist Metz. Voor hem is die Compassion, dat mededogen, fundamenteel in het christendom. Hij zegt daarover onderandere: Wat Europa van de Grieken heeft geërfd is de drang naar kennis, het verlangen om te weten. Wat Europa van de Romeinen heeft geërfd is het recht. Wat Europa aan het christendom heeft te danken is het mededogen. (3)

 

lII.        Wat daar in de Bijbel over gezegd wordt, over dat mededogen, dat heb ik eens opgezocht. Wat me daarbij allereerst is opgevallen is dit: het mededogen heeft in de bijbel zoiets als een stamboom. En die stamboom begint heel hoog. Helemaal bovenaan zelfs. Hij begint bij de Eeuwige.

In de brief aan de mensen van Efese wordt er over hem gezegd: 'Onze God is rijk aan mededogen', (Efes. 2:4) Dat mededogen van God heeft een menselijk gezicht gekregen in Jezus van Nazareth. Hij voelt niet alleen mededogen met de massa, die hij ziet als schapen zonder herder, (Marcus 6:34) hij is niet alleen ontroerd door het leed van de weduwe die haar enige zoon naar zijn graf draagt (Lucas 7:13) maar hij ontfermt zich over al wat verloren gelopen is, of het nu een vrouw is die op overspel is betrapt of een collaborateur, een tollenaar zoals Zacheüs. Hij verwijst daarbij naar zijn vader, die hij schetst in het beeld van de vader van de verloren zoon, een vader waarvan er gezegd wordt dat hij door medelijden met die zoon wordt bewogen. (Lucas 15 :20) Dat mededogen moet voor hem over alle grenzen heengaan: dat laat hij zien in het beeld van de barmhartige Samaritaan. (Lucas 10:33)

Zijn leerlingen bindt hij op het hart 'Wees barmhartig, zoals uw hemelse vader barmhartig is'. (Lucas 6 :36) En één van hen vertaalt dat zo: 'Hoe kan de goddelijke liefde blijven in een mens die geld genoeg heeft, en toch zijn hart voor de nood van zijn broeder sluit?'

(I Joh. 3: 17) Dat mededogen lijkt dus inderdaad wel tot het hart van het christendom te behoren.

 

IV.       Wat werd er nu, in de verdere geschiedenis van het christendom, allemaal door dat mededogen geïnspireerd?

Op de eerste plaats: alles wat men heeft genoemd: de werken van barmhartigheid. Kort voor haar dood vroeg Maria de Wolf me om ze nog eens op te noemen. Dit zijn ze: hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, zieken bezoeken, gevangenen verlossen, doden begraven. Ze zijn van alle tijden. Maar in onze geglobaliseerde wereld kwam daar nog bij: inzet voor meer rechtvaardige structuren, voor een meer rechtvaardige wereldorde, steun aan organisaties die zich inzetten voor de nood op wereldniveau: Oxfam, Artsen zonder Grenzen, Amnesty International, 11.11.11., Broederlijk Delen enz.

Er zijn echter situaties waarin dat meelevend mededogen het moeilijkst is -en misschien juist daarom ook het zuiverst naar voren komt: situaties waarin een mens voelt dat hij tegenover kruis en kruisweg van een medemens tot machteloosheid is gedoemd. De situatie van Veronica als je wil. Meelevend mededogen, wat betekent dat, in zo'n situatie?

Allereerst: niet wegkijken van een mens in zijn ellende. Je kunt namelijk je blik ook afwenden. En God weet, misschien ben je daar ook niet altijd toe in staat.

Maar meelevend mededogen gaat eigenlijk nog verder. Het betekent op de tweede plaats dat je de ellende van de ander bij je binnen laat. André Comte-Sponville schreef een boek met als titel: 'Petit traité des grandes vertus, Kleine verhandeling over de grote deugden. Over Compassie schrijft hij onderandere: 'Meevoelen is zich één voelen in het lijden'. (4) Dat meelevend mededogen uit zich vaak in kleine gebaren. Dat is het derde kenmerk ervan: Een hand vast houden. Over een hoofd strijken. Lippen vochtig maken. Een kussen opschudden. Iets als dat gebaar van Veronica.

De Britse schrijfster Karin Armstrong, die bekend is geworden door haar publicaties over wereldreligies, is vorige jaar een actie begonnen waarbij ze een Handvest voor Compassie lanceerde: ze pleitte ervoor dat mensen hun positie waarin ze zichzelf min of meer als centrum van de wereld zien eens zouden los laten, eens in de schoenen van de anderen zouden gaan staan. Op die manier, meende ze, zou de mensheid kunnen overleven in een geglobaliseerde wereld. (5) Dat meelevend mededogen, dat is ook zoiets als de activiteit van Jezus van Nazareth zowel als de geste van Veronica voortzetten. Huub Oosterhuis heeft dat zo geformuleerd :

'Die zoeken wat verloren is

die bij de neergedrukten zijn,

die met hun hart en ziel en hun verstand

trachten het ergste leed iets te verzachten:

die openbaren u, die zijn van u.

Die niet weglopen

Van een ander mens in zijn ellende

Die met hun levensmoed opwegen tegen de wanhopigen

Die, ongezien, geduldig,

smachten, waken, bidden, hopen tegen beter weten in.

Die, bestookte van alle kanten, maar toch niet ten einde raad,

die, ten dode opgeschreven, maar van dag tot dag opnieuw geboren-

die zijn van uw geslacht. (6).

Amen.

 

Marcel Heyndrikx SVD

 

(1)     BERTRAND Cor: Rehabilitatie van een omstreden kerk. Wijlre, Bertrand, 1984, (ongep.)

(2)     CLAUDEL Paul: Corona benignitatis anni Dei. Paris, Gallimard,1946, p. 232.

(3)     METZ Johan Baptist (e.a.) : Compassion. Weltprogramm des Christentums.Freiburg, Herder, 2000, pp. 9 -18.

(4)     COMTE-SPONVILLE André: Kleine verhandeling over de grote deugden. Amsterdam, Atlas, 1997, p. 138.

(5)     ARMSTRONG Karin: Armstrong wenst de wereld compassie toe. (Trouw, 12 nov. 2009)

(6)     OOSTERHUIS Huub: Hoever is de nacht. Bilthoven, Ambo,1974, p. 29.

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.