PREKEN van Marcel Heyndrikx SVD

CJAAR

Cjaar


De lijst met preken en de achtergrond worden niet mee afgedrukt.

Door het jaar 1-11

Door het jaar 1-11

2e ZONDAG DOOR HET JAAR ( C ). Nabijheid - 16 en 17 januari 2010

Jesaja 62 : 1- 5.
Johannes 2: 1 a - 12.

Zusters en broeders,

I. Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja. Over de profeet Jesaja heeft Han Renckens eens een boek geschreven. Hij gaf het als titel mee: De profeet van de nabijheid Gods. (1) Dat thema van de nabijheid van God typeert overigens heel Israëls geschiedenis. Maar dan wel op drie manieren, in drie varianten.

Nabijheid Gods: eerste variant: van die nabijheid heeft Israël geleefd.

Hij was hen nabij als de God van hun vaderen, van Abraham, Izaak en Jacob (Exodus 3: 6). Hij was hen nabij in de wolk overdag en in de vuurzuil bij nacht, tijdens de uittocht uit Egypte. Hij was hen nabij in zijn wet, zijn Thora, die was als een lamp voor hun voeten, een licht op hun pad. (Psalm 119: 1 05) Ze wisten Hem nabij in hun tempel, zijn tempel, in hun leiders, in zijn profeten.

Die nabijheid Gods, dat was om te beginnen iets waarvan ze hebben geleefd.

Nabijheid Gods: tweede variant: dwars tegenover de eerste: die nabijheid Gods was ook iets dat ze altijd weer hebben verraden. Ze liepen achter vreemde goden, vruchtbaarheidsgoden, aan. Ze stoorden zich niet aan zijn wet, of cultiveerden daarvan alleen maar de buitenkant. Dat is de tweede betekenis van Gods nabijheid in en voor Israël: ze hebben er om het populair te zeggen geregeld hun voeten aan geveegd. Daar komen dan even geregeld rampen van. 'Hoogmoed komt voor den val', toen ook al. Ze worden door hun vijanden overwonnen, hun tempel wordt verwoest, een groot gedeelte van het volk wordt in gevangenschap weggevoerd. Ze zitten in zak en as, ze zijn niets meer, ze zijn nergens meer.

In zo'n situatie spreekt de profeet Jesaja de tekst uit die wij in onze eerste lezing hebben gehoord. Die tekst komt hier op neer: God laat zijn volk niet vallen. Hij zal in de toekomst zelfs op een nieuwe manier zijn volk nabij komen.

Dat is dan de derde variant van Gods nabijheid in Israël. Die toekomstige nabijheid van God zal de kleur dragen van de liefde. God houdt van zijn volk, zoals een bruidegom van zijn bruid. Die nabijheid zal bovendien een periode van overvloed inluiden: God richt dan in en voor Israël een feestmaal aan, een feest met een overvloed van uitgelezen wijnen. (Jesaja 25: 6) Dat is de vorm van Gods nabijheid die voor de toekomst is voorspeld.

II. Bij die derde vorm van Gods nabijheid sluit het evangelie van vandaag aan, het evangelie over het wijnwonder in Kana. Daar, in Kana, is de toekomst begonnen. Gods nabijheid, die door de profeet is voorspeld, is in Jezus van Nazareth aangebroken. Het bruiloftsfeest van Kana is een symbool van de nabijheid van God met zijn volk, een nabijheid zo intiem als de nabijheid van de bruidegom met zijn bruid.

In dat eerste wonder van Jezus, dat op een bruiloft plaats vindt, wordt op die manier duidelijk gemaakt dat in hem de tijd van die nieuwe nabijheid van God met zijn volk is aangebroken. De overvloed die voor die tijd is voorspeld wordt zichtbaar in die zes kruiken water die in wijn zijn veranderd. Van overvloed gesproken: 600 liter dat zijn zowat 800 flessen wijn. En de hofmeester die ervan heeft geproefd zegt tot de bruidegom: 'Nu ben je pas met de goeie wijn voor de dag gekomen'.

In het verhaal over de bruiloft van Kana heeft de evangelist duidelijk willen maken dat die derde vorm van Gods nabijheid, de meest intieme vorm, in Jezus van Nazareth werkelijkheid is geworden. Die oude belofte is nu vervuld. De toekomst in aangebroken, in hem.

III. Het lijkt allemaal wel lang, wel heel lang geleden. Die nabijheid van God, ligt daar soms nog iemand wakker van? Wij hebben wel andere dingen aan ons hoofd: de economische crisis, de onwaarschijnlijke catastrofe, financieel en moreel, van de banken, de werkeloosheid, de milieucrisis. Maar, die nabijheid van God?

Moment, moment, je mag niet vergeten dat er in het leven een dubbele stroming aanwezig is. Er is een bovenstroom en er is een onderstroom. De bovenstroom slorpt ons vaak helemaal op. Het politieke, het sociale, het economische leven, de dagelijkse vreugde en het dagelijkse verdriet. Het verlangen naar de nabijheid Gods hoort tot dat andere niveau, dat van de onderstroom. En die onderstroom, krijg je niet zo makkelijk te zien. Er zijn echter momenten dat iets ervan zichtbaar wordt. Neem nu bv het dagboek van Dag Hammarskjöld. (1905-1966) Hammarskjöld was de tweede secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Hij kwam om in een vliegtuigongeval. Na zijn dood werd zijn dagboek gepubliceerd. Daarin zie je het verlangen naar Gods nabijheid naar voren komen bv in het volgende gebed:

'Geef mij een zuiver hart dat ik U mag zien;
een ootmoedig hart, dat ik U mag horen;
een hart vol liefde, dat ik U mag dienen;
een hart vol geloof, dat ik in U mag blijven'. (2)

Soms drukt Hammarskjöld zijn verlangen naar Gods nabijheid uit in een psalmtekst, bv in de volgende verzen:

'God, mijn God, ik zoek naar U.
AI wat ik ben is dorst naar U.
Mijn lichaam is een land zonder water,
uitgeput van verlangen naar U'. (3)

Hammarskjöld is de enige niet. Je vindt dat verlangen naar Gods nabijheid bv ook geregeld in de verzen van Henriëtte Roland Holst-Van der Schalk. (1869-1952) En die nabijheid van God duikt ook telkens weer op in de poëzie van Huub Oosterhuis, bv in dit lied:

'Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig en hoe onzegbaar ons nabij.
Gij zijt gestadig met ons bezig, onder uw vleugels rusten wij'. (4)

Dat verlangen kan bovendien ook nog een heel andere vorm aannemen: de vorm van pijn en gemis. Bij de dichter Adriaan Roland Holst, een neef van Henriëtte Roland Holst wordt dat verwoord in een vers dat is opgedragen aan Simon Vestdijk.

De titel van dat gedicht luidt: 'In ernst':

'Tel van uw brein licht ook de rijkste vangst;
het edelst van uw denken is uw angst.
Wie 't Eeuwig Wezen loochent kan nog groot zijn,
wie 't zonder wanhoop doet is derderangs.' (5)

Cassant genoeg, aan duidelijkheid geen gebrek.

En verder - wat onszelf betreft- : misschien kunnen wij ons nog wel het eerst terugvinden in een andere strofe van het reeds geciteerde lied van Oosterhuis:

'Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen, en niemand heeft U ooit gezien
maar wij vermoeden en geloven dat Gij ons draagt,dat Gij ons dient'

En tot slot, om terug te keren naar ons punt van uitgang, die liefdevolle nabijheid van God, die is als de liefde van een bruidegom voor zijn bruid, dat thema duikt, merkwaardigerwijze weer op in het volgende vers van dat zelfde lied van Oosterhuis:

'Gij zijt in alles diep verscholen,
in al wat leeft en zich ontvouwt,
maar in de mensen wilt Gij wonen,
met hart en ziel aan ons getrouwd (6).

Het thema is daar terug, na zoveel eeuwen. Die bijbel van ons, hij is niet zo gauw uitverteld.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

(1) RENCKENS H.: De profeet van de nabijheid Gods. Tielt, Lannoo, 1961.
(2) HAMMARSKJÖLD D.:Merkstenen. Brugge, Desclée de Brouwer,1966, p. 107.
(3) OOSTERHUIS H.: (e.a.): Vijftig psalmen. Utrecht,Ambo, 1967, p. 63.
(4) OOSTERHUIS H.: Verzameld Liedboek. Kampen, Kok, p. 154.
(5) ROLAND HOLST A.: In ballingschap. Keuze uit eigen werk. Amsterdam, Bakker. 1977, p 127.
(6) OOSTERHUIS H. (noot 4) p. 154.