PREKEN van Marcel Heyndrikx SVD

FEESTEN

Feesten


De lijst met preken en de achtergrond worden niet mee afgedrukt.

Feesten Kersttijd

Kersttijd

KERSTMIS 24 en 25 december 2001.

Jesaja:  Hfst 9-11
Lucas 2: 1-14.

Zusters en broeders

Het was in Leuven, zo'n dag of tien geleden.  Een man van middelbare leeftijd stond te bellen aan de deur van een parochiecentrum.  Maar niemand kwam opendoen.  Hij had een afspraak voor een interview, zei hij, om twee uur.  Zo laat was het overigens nog niet.  Hij bleef dus wachten en wij gingen verder.

Het vertellen niet waard, als ik niet naderhand over die man en zijn interview was gaan fantaseren.  Misschien moest die man wel een interview afnemen in verband met Kerstmis.  Stel u voor dat hij aan mensen zou vragen: "Mijnheer, mevrouw, Kerstmis, waar doet u dat aan denken? Wat betekent Kerstmis voor u ?”  Wat voor antwoorden zou hij dan krijgen op die vraag ?

Ik denk dat een eerste groep mensen waarschijnlijk zou zeggen: Kerstmis is voor mij een feest in het hartje van de winter, het verdrijft de kou en de eentonigheid een beetje.  Het doet denken aan kerstversiering, kerstbomen, de kerstman, kerstcadeaus en een gezellige kerstmaaltijd met de familieleden.

Van een andere groep mensen die wellicht nog wat dichter bij de religieuze betekenis van kerstmis staan, zou de reporter waarschijnlijk te horen krijgen: Kerstmis doet me denken aan de geboorte van Jezus, aan het kerstkind dus, aan Maria en Jozef, aan de engelen en de herders, aan de ster en de koningen, aan "Stille nacht" en vrede op aarde.

Ach het is allemaal goed en mooi, maar ik mis iets.  Het is alsof er uit dat kerstverhaal van de evangelisten -van Matteüs en van Lucas-, iets verloren geraakt is.  En dan nog wel iets van wat die twee evangelisten zelf over Kerstmis dachten.

Ze schrijven hun verhaal over de geboorte jaren later, nadat dit kind reeds is gestorven en verrezen.  En ze willen vooral duidelijk maken wat dit kind, wat deze mens voor hen betekent.  Zoals dat meer gebeurde in hun dagen, hebben ze die betekenis voor hen in de mond van engelen gelegd.  Ze laten door een engel aan de herders zeggen : “Ik verkondig u een grote vreugde die voor het hele volk bestemd is”.

Wanneer dit kind volwassen zal zijn geworden en zijn werk onder de mensen begint, komt dat thema van die grote vreugde overigens terug.  De volwassen geworden Jezus zegt dan zelf dat hij goed nieuws, een blijde boodschap brengt. (Luc.  4:18)

Wanneer wij ons nu, 2000 jaar, afvragen waarin dat goed nieuws dan bestond, en wat dan die reden was voor die grote vreugde, krijgen wij als antwoord : Matteüs en Lucas zagen Jezus als een redder in de nood, iemand die mensen komt bevrijden.  Meestal wordt er dan aan toegevoegd : Hij komt mensen bevrijden uit of van hun zonden En dan zitten wij meteen in de problemen.  Want wij kunnen ons daar nauwelijks nog iets onder voorstellen.

Op het eerste zicht hebben wij, hier en nu , niet zo heel veel bevrijding meer nodig.  De meesten van ons hebben het goed.  We werken hard, maar we verdienen ook veel.  We hebben een paar radio's , een of twee TV's , een of twee auto's, een computer.  We gaan jaarlijks een paar weken op vakantie.  Neen, we komen niets te kort, de allermeesten van ons althans niet.

Maar er is wel iets anders mis.  Iets wat op een dieper niveau zit.  De pijlers waarop ons leven uiteindelijk toch wel berustte, de pijlers van onze cultuur zijn verzakt.
De eerste pijler is de overtuiging van de unieke waarde van de mens en van zijn leven.
We zijn daar niet meer zo zeker van.  Wetenschapsmensen zeggen dat wij meer dan 90% van ons DNA, ons erfelijk materiaal, gemeenschappelijk hebben met de hogere apensoorten.  Dat de mens de kroon van de schepping is, het hoogtepunt, dat beginnen wij als een naïeve vorm van zelfoverschatting te beschouwen.  Nederlands nationale dichter, Gerrit Komrij, schreef zo'n twee maanden geleden in de Volkskrant: “De mens is een hond, in afwachting van het moment waarop hij crepeert - en dat is alles”.  Komrij zegt het brutaal, maar hij verwoordt wel iets dat leeft onder ons.  De eerste pijler waarop ons leven berust, de overtuiging omtrent de unieke waarde van de mens, is verzakt en verzwakt.
Van de tweede pijler, de overtuiging dat ons leven een zin en een doel heeft, zijn wij ook niet meer zo zeker.  Zijn wij in deze wereld geplaatst met een bepaalde bedoeling, met zoiets als een opdracht?  Of is dat ook een zelfoverschatting ?
De derde pijler van ons leven en van onze cultuur was het geloof in de toekomst, geloof dat het menselijk leven over de dood heen reikt. Maar reeds in 1934 schreef Willem Eischot:

"Priesters zalven en beloven
maar ik kan het niet geloven.
Neen, er is geen wenden aan
als wij dood zijn is 't gedaan.”

Dat geloof in een persoonlijke toekomst van de mens, over de dood heen, is er sedertdien zeker niet sterker op geworden.  Een generatie of wat geleden werd de slogan gelanceerd: “No Future".  Een toekomst voor de mens en voor de wereld is er niet.

Dat schotelde ons op met de vraag: Als dat zo zit, wat blijft er dan nog over ?  Niet veel anders wellicht dan te profiteren van het leven zoveel als maar mogelijk is.  Wat wil je?  De Nederlandse journalist H. J. A. Hofland heeft over onze huidige situatie een boek geschreven met als titel: Hier! Nu! Veel! Lekker!  Echte vreugde schijnt er al bij al daarmee echter toch ook niet te rapen te zijn.  Want het kerstnummer van Weekend-Knack gaat over de troost.  Daar schijnt behoefte aan te bestaan.

“Ik verkondig u een grote vreugde – er is iemand geboren die u redding brengen kan”.  Misschien is het al bij al dan toch nog niet zo gek.
Want dit kind zal als volwassen man antwoord geven op die drie grote vragen van leven.
Op de eerste vraag: is het leven van de mens de moeite waard ?  zegt hij onvoorwaardelijk: ja.
Omdat iedere mens kostbaar is in Gods ogen.  Omdat God geen enkele mens verliezen wil.  Ook niet de zoon die er alles heeft doorgedraaid.  Ook niet die afzetter, die met de Romeinen onder één hoedje speelde en zijn job bij de belastingen gebruikte om te frauderen.  Ook niet de vrouw, die op overspel was betrapt of die andere, van wie er met een beeld gezegd wordt dat hij uit haar zeven duivels had verdreven.  Om de waarde van elke mens te verduidelijken zegt Jezus zelfs: Er is meer vreugde in de hemel over één zondaar die zich bekeert dan over 99 rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. (Lucas 15:7)  De minste mens is nog altijd de moeite waard.
Over de zin of het doel van het leven zegt hij, dat de mens op liefde gebouwd is.  Op het geven en ontvangen van liefde.  En dat hij geroepen is, om een gemeenschap op te bouwen waarin de liefde als een melodie in allerlei variaties terugkeert.  Op zijn of haar unieke manier aan de opbouw van die wereld bijdragen, dat is zin en doel van elk mensenleven.
En wat de toekomst van de mens betreft zegt hij, dat deze liefde sterker is dan de dood.  Een van zijn leerlingen uit de eerste generatie na hem zei het kort en bondig zo: de liefde vergaat nooit. (1 Kor.13:8)  Wat op liefde gebouwd is heeft toekomst.  Tot over de dood heen.
Om een al weer al te lange preek af te sluiten nog dit:
Gilbert Keith Chesterton, een engelse journalist, romanschrijver, auteur van detective verhalen, ontdekte rond zijn 30e jaar de waarheid en de waarde van het Christendom.  Zijn verbazing was niet gering, en hij deed er dan ook ruim tien jaar over voor hij de definitieve stap zette.  De verbazing van vriend en vijand van hem was nog veel groter.  Ze hadden al veel van hem gezien en ze hadden van alles van hem verwacht, maar dit niet.
Om het uit te leggen schreef hij een boek, Orthodoxy.  Over het christendom en wat het voor hem betekende.  Op het einde van het boek zegt hij : Nu is er nog een laatste kenmerk van het christendom dat ik moeilijk onder woorden kan brengen maar ik wil het toch proberen.
Hij zegt dan: Over plezier heeft de heiden niet te klagen.  Maar dat plezier heeft vooral te maken met de oppervlakkige dingen van het leven.  Over de diepere dingen is de heiden eerder pessimistisch of wanhopig.  Bij de christen ligt dat anders.  De vreugde is het reusachtig grote geheim van de christen.
Bij Chesterton komt dan ineens die oude boodschap van de engelen, of van de evangelisten, na 2000 jaar weer terug, nieuw en opnieuw verwoord.  Door iemand die het niet uit boeken heeft en ook niet van horen zeggen, maar die dat zelf heeft ontdekt.  Ervaren, in zijn eigen leven.
Ik heb geen mooiere kerstwens voor u dan deze: Dat u zelf, nu of op een ander moment in uw leven, iets van die vreugde op het spoor moogt komen.  De vreugde die verbonden is met de aanvaarding van dit kind, van deze mens, van zijn leven, van zijn boodschap.
En hier zou ik een antwoord willen bij aansluiten dat ik iemand nog schuldig ben.  Een antwoord op de vraag wat dat woordje "zalig" in "zalig kerstfeest" in Gods naam wil zeggen ?
Als dat woord nog iets betekent dan denk ik dat het dit zou kunnen zijn: Je wenst er iemand de vreugde mee toe, die met dit kind op aarde kwam, die binnen het bereik van mensen gekomen is.
De dichter Anton Van Duinkerken zei : "Want de staldeur is nog altijd open".  Ik wens u van harte een zalig Kerstfeest.  Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

 

(1)  Geciteerd bij Brico R.: Creperen als een hond, in Alg. Dagblad 4/11/01.

(2)  AARTS C. J. en VAN ETTEN M.C.: Domweg gelukkig in de Dapperstraat.  De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur.  Amsterdam, Ooievaar pockethous, 1994, 296 pp., p. 145.

(3)  Cf Knack, 19-25 december 2001 (31) nr. 51

(4)  Weekend-Knack (ibid) De filosofie van de troost.

(5)  CHESTERTON G. K.: Orthodoxie, Utrechts, Spectrum, s.d., 240 pp., p. 240.

(6)  VAN DUINKERKEN A.: Verzamelde gedichten, Utrecht, Spectrum s.d. p. 159.